Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PHARMACEIITÏSCH WEEKBLAD

VOOR NEDERLAND. ONDER REDACTIE VAN R. J. OPWIJRDA, Apotheker te Nijmegen.

Dit Blad wordt eiken Zaterdag uitgegeven bij den Boekhandelaar D. B. CENTEN te Amsterdam. Prijs per Jaargang, franco per post, f 4.50.

Alle stukken, welke men in dit Blad wenscht opgenomen te men, gelieve men franco in te zenden aan den Redacteur te Nijmegen vóór Woensdag.

Prijs der Advertentiën: van 1 tot 6 regels ƒ 1.-, elke regel meer 15 ets., en 10 ets. voor een N°. van het Blad. Brieven franco.

®e 'Jaargang,

ZONDAG 20 November 1870.

N°. 30.

Mededeclingen. Ingezonden stukken. Gehoor gevende aan de opmerking der commissie voor het natuurkundig examen der geneeskundigen, aan het einde van haar Tweede Verslag aan den Minister (zie N°. 26), heeft Z. M. bij Besluit van 5 November 1870 de volgende bepalingen gemaakt omtrent de toekomstige benoeming van de examen-commissiën voor het verkrijgen der bevoegdheid van geneeskundige, apotheker en hulp-apotheker: Art. 1. De leden en plaatsvervangende leden der commissiën, bedoeld in art. 13 der Wet van 1 Juni 1865 {Staatsblad N°. 59), worden door ons benoemd jaarlijks en wel voor den duur van één jaar, aan vangende op 1 Augustus. Art. 2. De commissiën, bij het vorig artikel bedoeld, die bij het uitvaardigen van dit besluit voor hetloopende burgerlijke jaar reeds benoemd zijn bij Onze besluiten van 16 Januari 1870 N°. 7 en 20 Juni 1870 N°. 5, zullen bij wijze van overgang hare werkzaamheden waarnemen tot 1 Augustus 1871. PHARMACEÜTISCHE STATISTIEK. Uit het indruk verschenen Verslag aan den Koning van de bevindingen en handelingen van het geneeskundig staatstoezicht in het jaar 1869 (610 bladzijden) blijkt, dat op den Sisten December 1869 in ons vaderland waren 835 apotheken en 174 drogistwinkels. De verdeeling over de verschillende provinciënwas: in Noordbrabant 51 apotheken, 3 drogistwinkels; in Gelderland 80 apoth., 7 drogistw.; in Zuidholland 177 apoth., 54 drogistw.; in Noordholland 201 apoth., 64 drogistw ; in Zeeland 38 apoth., 3 drogistw.; in Utrecht 42 apoth., 18 drogistw.; in Friesland 75 apoth., 2 drogistw.; in Overijsel 40 apoth., 7 drogistw,; in Groningen 43 apoth., 15 drogistw.; in Drenthe 16 apoth., 1 drogistw.; in Limburg 57 apoth. (geen drogistw.). Het aantal apotheken bedroeg op 31 December 1868, 839 en is dus in 1869 met 4 verminderd. Het aantal drogistwinkels bedroeg op 31 December 1868, 175 en is dus met 1 verminderd. In Utrecht en Drenthe is in het getal apothe- ; ken en drogistwinkels geen verandering gekomen, in i Noordbrabaut zijn 2 apotheken opgeheven, in Gelderland ( 2 apotheken bijgekomen, in Zuidholland 10 apoth. op- ’ geheven, 9 apoth. en 1 drogistw. bijgekomen; in Noord- i hólland zijn 3 apoth. en 1 drogistw. opgeheven, 2 apoth. ( bijgekomen; in Zeeland 1 apoth. opgeheven, 1 apoth. 1 bijgekomen; in Friesland is 1 drogistw, opgeheven, in ; Overijsel 1 apoth. opgeheven, 1 apoth. bijgekomen, in 1

Groningen I apoth. opgeheven, in Limburg 4 apoth. – | opgeheven, 3 bijgekomen. r j Voor zoover bij het geneeskundig staatstoezicht daar; j van opgaven zijn gekomen, waren in deze apotheken als ; i bedienden, hulp- en leerling-apothekers werkzaam: in ! | Noordbrabant 1 geëxamineerd apotlieker, 8 apothekers; | bedienden, bevoegd volgens art. 34 van Wet IV, 2 leerj ling-apothekers; in Gelderland 5 geëxam. apoth., 24 apothersbedienden, 1 hulp-apoth. 16 leerling-apoth.; in 1 Zuidholland 30 geëxam. apoth., 89 apothekersbed., 6 hulp-apoth., 11 leerl.-apoth.; in Noordhollaud 21 geëxam.- apoth., 85 apothekersbed., 13 hulp-apoth., 7 leerl.-apoth.; in Zeeland 1 geëxam. apoth., 15 apothekersbed., 2 hulpapoth., 1 leerl.-apoth.; in Utrecht 5 geëxam.-apoth., 34 apothekersbed., 4 hulp-apoth., 4 leerl.-apoth.; in Friesland 4 geëxam.-apoth., 23 apothekersbed., 5 hulp-apoth., -2 leerl.-apoth., in Groningen 3 geëxam.-apoth., 26 apothekersbed., 5 hulp-apoth., 11 leerl.-apoth.; in Limburg 2 geëxam.-apoth., 7 apothekersbed., 4 leerl.-apoth. Van Overijsel en Drenthe ontbreken de opgaven. Ook mag betwijfeld worden, of de cijfers voor de overige provinciën juist zijn. Behalve in bovengenoemde 835 apotheken, worden door het grootste aantal der op 31 December 1869 gevestigde 1045 plattelandsheelmeesters en een niet onaanzienlijk gedeelte der 993 medicinae doctores, 35 artsen en 31 eervol ontslagen officieren van gezondheid der Iste en 2de klasse, zooverre als hunne standplaats hun volgens art. 9 van Wet II bevoegdheid geeft, geneesmiddelen afgeleverd. Eindelijk bestaan er 65 tandmeesters, volgens de laatste alin. van art. 21 van Wet II bevoegd tot het afleveren van tand- en mondmiddelen. Zou dus het getal van 835 volledige apotheken op meer 3-J- millioen inwoners eene gunstige verhouding mogen heeten, eene geheel andere kleur verkrijgt de zaak, wanneer men op het groot aantal personen let, die volgens de Wet bevoegd zijn tot het afleveren van geneesmiddelen en van deze bevoegdheid gebruid maken. In het geheel krijgen wij dan het cijfer van bijna 3100 voor personen, diein Nederland geneesmiddelen afleveren, uitgenomen de drogisten en tandmeesters. De wezenlijke apotheken zijn op weinige uitzonderingen na inde steden gevestigd en dus aldaar nog zeer opeengehoopt. Er wordt jaarlijks vermindering waargenomen, doch deze is tot nog toe slechts zeer gering te noemen Nog geringer is de vermindering in de drogistwinkels, waaronder natuurlijk slechts diegene bedoeld worden, welke bij de wet bekend zijn, met volgens de oude wet geëxamineerde drogisten aan het hoofd. Was het de bedoeling van den nieuwen wetgever den

Sluiten