Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13e Jaargang. 28 Mei 1876. N°. 4.

PHARMACEDTISGH WEEKBLAD

VOOR NEDERLAND. Yoor Apothekers en Apotheekhoudende Geneeskundigen.

REDACTEUR: R. Jf. OPWIJRM, te Nijmegen. Prijs per Jaargang, franco per post, ƒ 4,50. Advertentiën: van I—s regels ƒ I,—, elke regel meer 20 Cts. en 10 Cts. voor een N°. van het blad. Een Abonnements-iarief is op aanvrage verkrijgbaar. Mjedeitee4«rgea. Ingezonden stukken. Bij Koninklijk Besluit van 19 Mei 1876, N°. 14, zijn benoemd: Tot Lid en Voorzitter der Commissie, die gedurende één jaar, ingaande 1 Augustus e. k., belast zal zijn met het afnemen van de examens van apotheker en vajx depraktische examens van hulp • apothekers: Dr. J. W. Gunning, hoogleeraar te Amsterdam; tot Lïd en Vice-President; dr. W. F. R. Suringar, hoogleeraar te Leiden ; tot Lid en Secretaris: R. J. Opwijrda, apotheker te Nijmegen; tot Lid: J. van Rijn van Alkemade, Iste militair apotheker bij ’s Rijks magazijn van geneesmiddelen te ’s Gravenhage. Tot Plaatsvervangende Leden: Dr. J. M. van Bemmelen, hoogleeraar te Leiden; Dr. N. W. P. Rauwenhoff, hoogleeraar te Utrecht; L. J. van der Harst, leeraar aan ’s Rijks veeartsenijschool te Utrecht; C. H. van Ankum, apotheker te Groningen. Tot Lid en Voorzitter der Commissie, die gedurende één jaar, ingaande 1 Augustus e. k., belast zal zijn met het afnemen van het eerste natuurkundig examen voor aanslaande artsen en van het natuurkundig examen voor hulp-apotheken Di. P. L, Rijke, Staatsraad in buitengewonen dienst, hoogleeraar te Leiden; tot Lid en Vice-President: Dr. C. A. J. A. Oudemans, hoogleeraar te Amsterdam; tot Lid en Secretaris: J. A. Snijders, leeraar aan de polytechnische school te Delft; tot Leden: Dr. E. Mulder, hoogleeraar te Utrecht; Dr. C. K. Holïman, hoogleeraar te Leiden; Dr. H. G. van de Sande Bakhuijzen, hoogleeraar te Leiden; Dr. J. H. van den Broek, Iste officier van gezondheid Iste klasse te Amsterdam; en Dr. A, P. N. Franchimont, hoogleeraar te Leiden. Tot Plaatsvervangende Leden: Dr. C. A. Oudemans, hoogleeraar te Delft; Dr. E. S. Tjaden Modderman, hoogleeraar te Groningen; Dr, P. de Boer, hoogleeraar te Groningen; Dr. C. J. Matthes, hoogleeraar te Amsterdam ; Dr. A. Hennekeler, leeraar aan de Hoogere Burgerschool te Amsterdam; Dr. J. L. Hoorweg, leeraar aan ’s Rijks Hoogere Burgerschool te Utrecht; Dr, H. J. van Ankum, hoogleeraar te Groningen; Dr. C. Bellaar Spruyt, leeraar aan ’s Rijks Hoogere Burgerschool te Utrecht. Bij de Commissie voor het tweede natuurkundig examen der aanstaande artsen zijn o. a. benoemd:

UITGEVER: 11. B. CEMTBK, te Amsterdam. De stukken, welke men w'enscht opgenomen te zien, worden ui terlijk Woensdag morgen verwacht bij den Redacteur. De Advertentiën ui terlijk Vrijdag avond bij den Uitgever. tot Lid: C. Burgersdijk, militaire apotheker Iste klasse te’s Gravenhage; tot Plaatsvervangend Lid: W. Stoeder, apoth. te Amsterdam. Bij de Commissie voor de, geneeskundige examens zijn o. a. benoemd : tot Lid: J. Polak, apotheker te Amsterdam; tot Plaatsvervangend Lid: R J. Swartwout, lector te Amsterdam. VERHOUDING VAN DE LEDEN DER NED. MAATSCHAPPIJ TER BEVORDERING DER PHARMACIE EN VAN PHAEMACEUTEN IN HET ALGEMEEN MET BETREKKING TOT DEN VERKOOP VAN GEHEIME GENEESMIDDELEN EN SPECIALITEITEN OOK TEN OPZICHTE VAN GENEESKUNDIGEN. 11. (Vervolg op N°. 2). //Reclame op pharmaceutisch gebied”, zoo luidt het voorstel vaneen Departement, //is in strijd met de waardige uitoefening der Pharmacie.” Het wensoht dat het Hoofdbestuur daarop bij schrijven de aandacht van de leden der Maatschappij vestige, en, hoewel het de reclame reeds nu in strijd noemt met art. 1 der maatschappelijke wet, verlangt het dat bij eene eerstvolgende wetsvoorziening hierin worde voorzien. Indien wijde zaak wel begrijpen, is de bedoeling van het Departement aan de leden der Maatschappij de reclame te doen verbieden of liever bet lidmaatschap onbereikbaar te doen verklaren voor en te doen ontzeggen aan hen, die van //reclame’s” gebruik maken. Door den Nederlandsohen wetgever wordt het adverteeren van geneesmiddelen volstrekt niet verboden. De Minister Thorbecke wilde dit zelfs als een voorrecht stellen voor den apotheker, toen hij in het ontwerp een artikel opnam, luidende : //Alleen //de bevoegde tot uitoefening der artsenijbereidknnst mag in //het openbaar aankondigen, dat een geneesmiddel bij hem of //bij anderen verkrijgbaar is.” De Tweede Kamer verwierp dit artikel met groote meerderheid (met 57 tegen 6 stemmen), zoodat het adverteeren van geneesmiddelen thans aan elk is vrijgelaten. Verder werd door de Kamer met 34 tegen 23 stemmen verworpen een oorspronkelijk artikel 13, luidende: //De apotheker mag bij de aankondiging dat een geneesmiddel //bij hem verkrijgbaar is, en bij het afleveren daarvan, geene //aanwijzing voegen van den ziekelijken toestand, tot genezing //waarvan het geneesmiddel geacht wordt te dienen, of gebruikt //wordt.” Indien dus de Maatschappij het voorstel aanneemt, zou zij verder gaan dan ’s lands wet, die algeheele vrijheid tot en bij de aankondiging van geneesmiddelen laat. Maar aan den anderen kant zou zij niet ver genoeg gaan, om het kennelijk doel van het voorstel te bereiken, namelijk: bestrijding van alles wat in dezen de waardige beoefening der pharmacie belemmert of benadeelt, want dan zou het lidmaatschap niet alleen de verplichting moeten opleggen, om zich van de reclame en de openlijke verklaring als depothouder, maar ook om zich van den verkoop van. geheime geneesmiddelen en specialiteiten of van eenige bescherming van dien handel te onthouden. Al

Sluiten