is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 13, 1876-1877, no 7, 18-06-1876

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fleschje met 30 gram afleverde. Hij benam er zich het leven mede en het fleschje werd naast het lijk gevonden. De naam van den photograaf kwam op het etiquet voor, maar er bestond geen enkele term dezen er over aan te spreken, want cyanetum kalicum, geneesmiddel der Ed. I, stond op de toenmalige ministerieele lijst met het minimum 3 lood. Uit den groothandel kan zich elk vergiften verschaffen en de moeilijkheid wordt vermeerderd door de verspreiding der natuurwetenschappen, z. a. reeds bij de strafrechtspleging gebleken is, dat uit het niet vergiftige geel bloedloogzout het gevaarlijke cyaanwaterstofzuur met boosaardig opzet bereid is. Wanneer wij bij het bovenstaande nog voegen, hoevele stoffen, met vergiftige zelfstandigheden bedeeld, onder het bereik van het groote publiek vallen, dan blijkt uit alles duidelijk, dat in dit opzicht de algemeene veiligheid door moedwil of onkunde bedreigd wordt en de tegenwoordige regeling daartegen onvoldoende waarborgen oplevert. Geen wonder, dat de verkoop van vergiften en van met vergiftige zelfstandigheden bedeelde stoffen, als in nauw verband staande met de volksgezondheid, herhaaldelijk het onderwerp uitgemaakt heeft van beraadslagingen inde vergaderingen der geneeskundige raden. Vooral was dit het geval inde najaarsvergaderingen der geneeskundige raden voor Noord-Holland, Overijssel en Drenthe, Friesland en Groningen in het vorig jaar. Wij twijfelen niet aan algemeene belangstelling, indien wij de belangrijke uitgebrachte rapporten en naar aanleiding daarvan de gedachtenwisselingen in eenige opvolgende nommers mededeelen, om aan het einde daarvan nader te overleggen, wat naar onze meening in deze te doen staat. Wij beginnen met het rapport, ingediend door eene commissie uit den geneeskundigen raad voor Zuid-Holland, inde voorlaatste vergadering te dien einde benoemd. Wij laten het rapport met zijne vele bijzonderheden in zijn geheel volgen. Rapport der commissie ter voorziening tegen het gebruik van arsenigzuur {wit rattenkruit') op landbouwkundig gebied. De commissie, benoemd inde geneeskundige raadsvergadering, gehouden 21 Mei jl„ heeft de eer het volgende onder uwe aandacht te brengen. Zij heeft, zoo als u uit dit rapport zal blijken, het denkbeeld tot het ontwerpen vaneen uitvoerbaar voorstel, in zake de aflevering van vergiften, niet in dien zin in overweging genomen, ten einde de bestaande wettelijke bepalingen op den verkoop van vergiften in het algemeen te versterken, daar zij overtuigd is, dat dit zonder bezwaar voor de industrie niet wel zal kunnen geschieden. Daarentegen heeft uwe commissie zich beijverd om in eene andere richting werkzaam te zijn en wel in diervoege, dat het misbruik, dat hier en daar van vergiften gemaakt wordt, ter uwer kennis kome en de middelen worden aangewezen om dit zooveel mogelijk tegen te gaan. Inde allereerste plaats heeft zij dus haar aandacht bepaald bij het gebruik van arsenigzuur op landbouwkundig gebied, dat vooral daar moet gezocht worden, waar, zooals in Noord-Holland, de schapenteelt op vrij uitgebreide schaal gedreven wordt. Men heeft daar te kampen met schurft {Bermatodectes ovis) en met schapenluizen {Teeken) {Melophagus ovinus). Vele schapenfokkers maken ter bestrijding van dit kwaad als bij overlevering van arsenigzuur gebruik. //Een pijpekop rottenkruid in één test water voor elk schaap" luidt het voorschrift, wordt door de meesten op die wijze in practijk gebracht, dat zij 20—25 schapen naast elkander ineen schuit plaatsen, met de genoemde oplossing overgieten en ze daarna afspoelen.. Dit procédé verdient zeer zeker alle afkeuring. Niet alleen toch dat het levender beesten gevaar loopt, heeft het bovenal dit nadeel, dat het een hoogst gevaarlijk vergift in zuiveren en derhalve zeer bedriegelijken vorm inde onmiddelijke omgeving brengt vaneen stand van personen, bij wien men niet kan rekenen op die zorg, die de bewaring en behandeling van dergelijke stoffen zoo dringend vordert. Ten einde aan deze bezwaren tegemoet te komen, zijn er middelen inden handel gebracht, die door uiterlijken vorm althans zich gunstig onderscheiden en daardoor niet zoo gereede aanleiding kunnen geven tot zulke gevaarlijke vergissingen, als met arsenigzuur het geval is. Hiertoe behooren : I°. het middel van Thomas Bigg;

2°. hetzelfde middel verbeterd en voor Nederland bereid door Lemke.s te Edam. Beide zijn dikvloeibare massa’s, in hoofdzaak uit zwavel en arsenigzuur bestaande. liet eerste schijnt dooreen niet-deskundige bereid en met stokvischwater aangemengd, terwijl het tweede in stede daarvan ruw carbolzuur en soda bevat. N°. 1 komt op 10 ets. per schaap, n°. 2 op 6 ets. te staan. Al onderscheiden zich nu ook beide middelen dooreen beteren vorm, het gevaar van vergiftiging is er niet door weggenomen. Inden laatsten tijd evenwel is men hier te lande, en in Engeland sedert jaren, voor het reinigen van wolvee van carbolzuuroplossingen gebruik gaan maken en naar ’t schijnt met uitnemende resultaten : Cliff's waschmiddel, volgens ons onderzoek een ruw carbolzuur met een weinig soda volkomen geneutraliseerd, is hier ter stede bij de firma B. A. van Doorn & Co. verkrijgbaar en schijnt inderdaad aan de vereischten vaneen goed en onschadelijk middel te voldoen. Het wordt door vele deskundigen, vooral in Engeland, met aandrang aanbevolen en zal van 7Vs ets. tot 10 ets. per schaap kosten. Bovendien werden ook nog dezer dagen door den heer W. van Eijn alhier, als agent van Lipman & Co. te Glasgow, depothouders gevraagd voor //Mc Leod's patent giftvrije compositie tot reiniging van schapen.’" Volgens het prospectus is het gebruik in Engeland en Eusland toenemende. Het zal 8 ets. per schaap kosten. Wij onderzochten het als een bruine, aan de lucht zich donker kleurende weeke massa, die vrij sterk alcalisoh reageert en naar kootteer en carbolzuur riekt, ’t Schijnt een soort verzeepingsproduct van de restanten van zware teerolie, dat zijn werkkring in casu ook zeer zeker aan zijn carbolzuurgehalte zal te danken hebben. Wij eindigen dit rapport met het voorstel: dat deze geneeskundige Baad ter bestrijding van de bovengenoemde veeziekten, zooveel mogelijk het gebruik van arsenigzuur en alle daarmede bereide middelen zal tegengaan, maar daarentegen bet gebruik van carbolzuur en carbolzuur-praeparaten met aandrang zal aanbevelen en bevorderen. Ten slotte acht uwe commissie het dringend noodig, dat artt. 13 en 14 van de wet op de artseuijbereidkunst, den verkoop van vergiften regelende, zoo streng mogelijk zal worden gehandhaaft. {was get.) G. C. tan Balen Blanken. November 1875. I. C. Kruseman. W. Stoedee. A. H. Walter. {Wordt vervolgd.) In het Juni-nommer van Haarman’s Tijdschrift bespreekt de heer E. A. van der Burg de methode door de heeren Po late en Stoeder opgegeven voor de bereiding van ioodijzer-levertraan, namelijk 1 deel iodium en 1 deel ijzerpoeder met 20 deelen levertraan te vermengen en op een waterbad onder aanhoudend omroeren te verwarmen, totdat de bruine iodiumkleur volkomen verdwenen is en voor eene donkere purpere heeft plaats gemaakt, waarna nog 60 deelen levertraan worden bijgevoegd. Na bezinking wordt de vloeistof afgeschonken. (Zie No, 38 van den vorigen Jaargang.) De heer v.d. B. vindt vooral bezwaar in het gemis aan opgave van den tijd, gedurende welken de verwarming plaats moet hebben. De heer P. en S. zeggen: //totdat de bruine iodiumkleur //volkomen verdwenen is”, de heer v.d. B. bericht, //dat na //slechts weinige oogenblikken het mengsel een donker, bijna //zwart uiterlijk heeft, waarin purperroode noch violette kleur te //onderscheiden is.” //Heeft men nu,” vraagt hij,//het praeparaat //reeds verkregen of moet met de verwarming worden voortgegaan, //en zoo ja, hoe lang? Verder: //Is het onverschillig welke temperatuur het mengsel erlangt?” //Hieromtrent wordt niets aangegeven,” zegt de heer v.d. B. Onzes inziens echter is het duidelijk dat met de woorden //op een waterbad” bedoeld wordt //de temperatuur van den damp van kokend water.” De heer v.d. B. beweert, dat de heeren P. en S. het gehalte aan iodiumijzer enkel gebaseerd hebben op de verhouding der gebezigde ingrediënten, zonder zich door de analyse te overtuigen, dat de traan werkelijk IJ pet. iodiumijzer bevatte, zooals het had behooren te geschieden, en op de donkere purperkleur, die het praeparaat vertoont. //Zij hebben dus,” volgens hem, //geheel over