is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 13, 1876-1877, no 13, 30-07-1876

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buizen met watten voorzien, om al de vaste arsenikdeeltjes achter te houden, die de lucht mocht bevatten; 3°. 2 bolapparaten, met eene oplossing van zilvernitraat, om het arsenik uit de lucht te verzamelen; 4°. twee gashouders van 14 liter, bij beurten gevuld met water om een luchtstroom te verkrijgen. De kamerlucht werd door dit stelsel van buizen gedurende eene maand geleid. De aldus onderzochte hoeveelheid lucht bedroeg 2160 liter. De oplossing van zilvernitraat zette hoe langer zoo meer een zwarten neerslag af. Na behandeling der oplossing met ammonia liquida, verkreeg men een geel praecipitaat, gelijkende op zilverarseniet. Na dit van overmaat van zilver en van salpeterzuur bevrijd te hebben, werd het in den toestel van Marsh gebracht, alwaar het den kenmerkenden ring vertoonde. Inde lucht was dus arsenik opgelost of in den gasvormigen staat aanwezig geweest, waarschijnlijk als arsenikwaterstof. GEHEIM MIDDELEN. Siggelkow's haar middelen bestaan volgens Wittstein; de balsem No. 1 uit gewonen rooden wijn, die ter nauwernood 6% alcohol bevat; No. 2 eveneens uit gewonen rooden wijn, waarin 2% tannine opgelost is; de pomade uit 1 deel spiritueus kinaextract met 8 deelen axungia. Alpenkruiden-ijzerbitter vanDennler bestaat, volgens Wittstein, uit 1 perc. aloë, 0,12 perc. sulphas ferrosus en eenige droppels oleum anisi in spiritus opgelost. Lactidn tegen migraine van A. Bohwsz, eene witgele, troebele vloeistof, bestaat, volgen de Industrieblatter, waarschijnlijk uit proteïnestoffen der melk, die met aluin in aanraking geweest zijn. Prijs ƒ 1.20 de 8 gram. Tanddroppels van Guthmann bestaan, volgens de Industrieblatter, uit spiritus, pepermuntolie, eene zelfstandigheid op tolubalsem gelijkend (1 perc.) en glycerine (9 perc.) Tandioater van Boeker, eene- troebele vloeistof, volgens de Industrieblatter waarschijnlijk samengesteld uit aluin (0,2 gram) en keukenzout (0,16 gram), verder uit benzoëtinctuur (6 gram), spiritus (5 gram) en een aftreksel van de eene of andere planten stof. Dit het Jahresbericht van het Weener Stadsphysioaat over 1875, opgemaakt door dr. Innhauser en dr. Nusser, wordt betreffende den handel in geheimmiddelen te Weenen het volgende vermeld. Door den wondarts AU werd, onder den naam van dr. Oereg, een onbedriegelijk prophylacticum tegen syphilis aangekondigd (een flesohje van 4 gram a ƒ 1.20), vergezeld van eene annonce, onderteekend door dr. Oereg en dr. Kindskopf (welke laatste bleek een leêgloopende boekdrukkersgezel te zijn). Bij onderzoek bleek de inhoud te bestaan uit gewone olie met een weinig carbolzuur of kreosoot en daar dit mengsel geenszins als voorbehoedend middel tegen syphilis maar veeleer als een gevaarlijk bedrog beschouwd moet worden, werden 84 fleschjes in beslag genomen en aan den strafrechter tot vervolging ter hand gesteld. Oosi-Indische berkenbalsewi, als geneesmiddel tegen borst- en longziekten dooreen particulier persoon verkocht, bleek aardappelstroop te zijn, met fuchsine gekleurd. Gereohtelijke vervolging. Chocolade retabliere, dooreen partikulier verkocht, bleek een mengsel te zijn van ferrum reductum, gedroogd vleesch, erwten, roggemeel, suiker en cacaopoeder. De verkoop werd niet toegelaten, dewijl het poeder niet als voedings- of genotmiddel maar als artsenijmiddel beschouwd moet worden. Bloedzuiverende pillen der Heilige Eüsabeth, door den apotheker Neustein verkocht, bestaan grootendeels uit aloë en resina jalapae met een spoor rhabarber, met tamarinde-extract tot massa gemaakt en met suiker gecandeerd. ' Russische biltere kamillengeest bleek een spiritueus aftreksel te zijn van kamillen, gember en rhabarber. Men ziet, er verschijnen telkens nieuwe hoofden aan de hydra der geheimmiddelen. Boven allen echter steken de fabrikaten uit van de zoogenaamde pharmaceutisch-chemisohe fabriek der firma Eichter te Neurenberg, die hare werkzaamheid sinds kort ook tot ons vaderland uitgestrekt en Nijmegen als plaats voor eene harer vertakkingen gekozen heeft. Een werk, in het Nederlandsch overgebracht, ten titel voerende: //dr. Airy’s Na-

tuurgeneeswijze,” hetwelk als drager en omroeper der daarbij behoorende geneesmiddelen dienen moet, is inden boekhandel van Richter en Cie te Nijmegen verkrijgbaar gesteld. Het is de variatie op het oude thema: //Mundus vult decipi,” maar inde schrillendste tonen. Alles wat op het gebied der geheimmiddelen geëxploiteerd wordt, vindt men in dat werk inden superlativus: minachting van geneeskundigen en apothekers, marktschreeuwerige aankondiging en aanprijzing tegen allerlei ziektevormen, ondersteund door attesten uit allerlei oorden, enz. Ik zou er niet aan denken aan het werk eenige aandacht te schenken of door waarschuwing aan het publiek de firma tot antwoord uitte lokken, hetwelk misschien in hare kraam zou te pas komen maar niets baten, dewijl de firma de waarde van elke scheikundige analyse ontkent en wezenlijk sterk is in het verdedigen van heterodoxe stellingen. (Bijv. door te beweren dat niet de aangekondigde geneesmiddelen, daarentegen de recepten der geneeskundigen tot de geheimmiddelen behooren, omdat deze laatste geschreven zijn in eene taal, die het publiek niet verstaat!) Het publiek is reeds zoo vaak gewaarschuwd; wil het niet naar goeden raad luisteren, het worde dan door schade wijs, //decipiatur ergo.” Maar waarover ik niet zwijgen kan, is, dat ik op den omslag van het werk onder de depothouders in Nederland wel niet vele maar toch namen van apothekers vindt. Hoe men over den verkoop van geheimmiddelen inde apotheek denkt of dezen voor het dagelijksoh brood noodig acht, een depot van Richter’s middelen is al te declineerend, dan dat men hier anders dan onwetendheid of onnadenkendheid bij den apotheker kan veronderstellen. Indien men de voorrede van het werk gelezen en daaruit gezien heeft, hoe schandelijk de pharmaoie door het slijk gesleurd wordt, dan moet, dunkt me, zelfs het geringste gevoel omtrent de waarde van den stand elk apotheker, wie hij ook zij, terughouden een handlanger dier firma te willen zijn of blijven. De Nederlandsohe pharmaoie vermijde alle gemeenschap met haar. Om aarden en ook glazen retorten, die aan het vrije vuur blootgesteld worden, voor het springen te helvaren, bedekt men ze, volgens Siller, met een mengsel van klei, kalfsharen, zand en ijzervijlsel, hetwelk met runderbloed tot eene dunne brij aangemengd en in dunne lagen opgebracht wordt, die men telkens eerst goed laat drogen, voordat men met eene nieuwe laag bestrijkt. Geene der analysen van radix gentianae wijst op een looizuurgehalte. Petit heeft wel voor eenigen tijd gemeend looizuur daarin te vinden, maar Maisch noemt dit bepaald eene dwaling. Het waterig aftreksel van den wortel wordt door lijm niet troebel gemaakt; ferridchloride wordt wel is waar zwart, maar dit wordt veroorzaakt door gentiaanzuur (gentisinezuur) en door eene groen fluoresceerende zelfstandigheid. Hager merkt hierbij op, dat, dewijl de gentiaanwortel van meerdere soorten -van gentiaanplanten verkregen wordt, zeer licht de eene waar niet, de andere wel looizuurhoudend kan zijn. Hij heeft dit meermalen waargenomen bij de bereiding van kininepillen met gentiaanextract en ijzer. Ijzerhoudende pillen met gentiaan kunnen dus inde eene apotheek eene bruine, inde andere eene zwarte kleur hebben. Brownen onderzocht nïtras bismuthiCUS basicus, waarvan men beweerde, dat zij een stinkenden adem veroorzaakte, die erger rook dan knoflook. Het eerste vermoeden viel op arsenik, doch het onderzoek gaf een volkomen negatief resultaat. Het praeparaat werd met kaliloog verhit, ingedroogd, vermengd met koolpoeder en gegloeid. De gevormde slak werd met water behandeld en gaf eene vleesohroode oplossing. Hierbij werd een weinig ammoniumhydrosulphide gevoegd, gefiltreerd, en bij het filtraat azijnzuur gedaan, waardoor geen gele neerslag van zwavelarsenik, maar een bruine van zwaveltelluur ontstond. Door het kaliumzout van het tellurigzuur met druivensuiker te koken, werd telluur gereduceerd. De oorzaak van den stinkend geworden adem na het innemen van den nitras bismuthicus was dus in de ontwikkeling van telluurwaterstofgas gelegen. Eene verontreiniging met telluur is zeer licht mogelijk, dewijl het bismuth met telluur inde natuur voorkomt, inde ertsen van het banaat (Hongarije) en in Brazilië en Mexico.