is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 13, 1876-1877, no 16, 20-08-1876

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den. Slechts deze ééne kinabast zij verplicht en zoo ook slechts een Extractum, eene linctura Chinae van dezen bast vervaardigd. Het spreekt van zelf, dat niemand den geneeskundigen het recht ontzeggen kan, om, zoo zij dit verlangen, de Amerikaanse basten en hunne praeparaten te laten toedienen, zoo ook mogen de apothekers dit alles in hun voorraad houden, maarde officieel erkende bast moet de Cortex Chinae succirubrae Javanensis zijn. Nader en opzettelijk onderzoek van deskundigen zal moeten uitmaken of werkelijk volgens dr. De Vrij het koude infusum en het extractum frigide paratum boven koking de voorkeur verdienen. Wij noodigen diensvolgens de collega’s uit, om hunne instemming te betuigen, wanneer wij weldra eene poging zullen in het werk stellen, om het beoogde doel te bereiken. Het Amsterdamsche departement der Nederl. Maatschappij ter bevordering der Pharmacie heeft reeds een gewichtigen stap gedaan, door voor de Kina Laroche, volgens het opgegeven voorschrift te bereiden, de roode Java-kina te doen bezigen. Moge de geniale kinoloog, op wien wij als landgenoot roem dragen, het nog beleven, dat de taak, waaraan hij een groot deel van zijn werkzaam leven gewijd heeft, inde Nederlandsche apotheken in hare volle waarde worde erkend. Redacteur. Mijnheer de Redacteur! hl uw geacht Weekblad van 6 Aug. j.l. komt een artikel voor, dat iiilhooge mate de aandacht onzer pharmaceuten verdient en evenzeer een gepasten wenk bevat voor het legerbestuur, dat door zijn zonderlinge handeling tot bedoeld schrijven aanleiding heeft gegeven. Het is bijna niet te gelooven, dat de bedoeling, die de schrijver den Min. van Oorlog en den Inspect. van den geneesk, dienst toeschrijft om n.l. bij het bestaande gebrek aan milit. apothekers een personeel van hulpapothekers voor den militairen dienst te recruteeren, een fait accompli zou zijn, temeer daar tot nu toe geen publiciteit aan de zaak werd gegeven. Nu men ons evenwel verzekert, dat het plan wel degelijk bestaat, ja dat er reeds pogingen zijn aangewend, om jongelieden tot zoodanige verbintenis over te halen, nu achten wij het alleszins gepast en juichen het toe, dat een afkeurend oordeel werd uitgesproken over eene handeling, die de regeering meer compromitteert dan de duizend en een aanbiedingen van premiën, waarmede zij sinds jaar en dag fiasco heeft gemaakt. Uw geëerd blad heeft zich op flinke wijze van die taak gekweten.'Geen hulpapotheker, die achting koestert voor zijn stand en zijnen toekomstige positie kan er een oogenbiik aan denken eene betrekking te aanvaarden, die hem, ronduit gezegd, vernedert en uitsluit van verdere ontwikkeling. De milit. pharmaceuten kunnen er overigens van meêspreken, hoever de vaderlijke zorg zich uitstrekt, aan het welzijn van hun corps besteed. Wie daarmede bekend is, heeft het recht dienaangaande gedachten te koesteren, die hem nopen om er schande van te spreken, en het wantrouwen in het premie-lokaas draagt er niet toe bij om dien kwaden dunk te verzachten. Wij zijn het met den schrijver eens, er is maar één loijaal middel, waarmede het doel, instandhouding vaneen bevoegd en degelijk pharmaceutisch corps, kan worden bereikt. Verbeter de traotemeuten; breid de rangen uit, zoodat voor ieder een toekomst open ligt, en er zullen zich weldra aspiranten aanbieden, waaruit een keus kan worden gedaan. Het middel kost weinig,' slechts eenige duizenden, die niet in aanmerking komen bij de millidenen aan ons leger besteed. Wat hier wordt aangevoerd, is echter reeds zoo dikwijls gezegd, en met zooveel nadruk door sommige volksvertegenwoordigers voorgesteld, dat een minister, die het ter zijde schuilt en van andere palliatieven hteil verwacht, een zonderling begrip moet hebben van den toestand der zaken en van de eischen, waarmede in onzen tijd goed gevormde jongelieden kunnen optreden. 11 ij weten niet, waar het aan ligt, dat men dien weg niet op wil gaan, maar wat ieder weet, is het feit. dat onze burger pharmaceuten zeer verstandig bedanken voor, ja zelfs geen notitie nemen vaneen betrekking, door loven en bieden volgens oud Holl. methode aanbevolen. Mat onze hulp-apothekers zullen doen, met de wetenschap van hetgeen in uw Blad werd vermeld, laat zich ook vermoeden. Eén ding zal hierbij wel hunne aandacht trekken, de wijze n.L waarop het plan wordt uitgevoerd. Stil, zonder een zweem van

officieel vertoon, ’t Is of de zaak te gênant is, om er mede voor den dag te komen. Men denkt daarbij onwillekeurig aan de karakteristieke qualificatie van zekere vulgaire uitdrukking en hare overdrachtelijke beteekenis. Wij zullen hier niet uitweiden over de bedenkingen, die het leger zelf, hier recht van spreken hebbende, tegen het plan zou kunnen aanvoeren, want men kan van den geringsten soldaat niet vergen, dat hij onvoorwaardelijk vertrouwen zal stellen in personen, die niet als bevoegd zijn aangeschreven. Wat nu in dit geval het toezicht betreft, de officier van gezondheid kan daarvoor niet aansprakelijk zijn, uithoofde van zijn werkkring, die hem niet toelaat gedurende den dienstijd inde apotheek aanwezig te zijn. De eisch van zoodanig toezicht belet derhalve het nut en de noodzakelijkheid van de instelling; buiten toezicht gelaten, treedt zij in collisie met de wet en heeft dan geen recht van bestaan. De functie wordt derhalve eene anomalie, in alle opzichten pernitieus en niet ’t minst voor hem, die blind genoeg is er in te loopen, om later als eene onbeduidende grootheid zich den stap te beklagen, waarvoor gevoel 'van eigenwaarde en gezond verstand hem in tijds hadden moeten terughouden. ’s Hage, 15 Aug. 1876. P. J. Graafp. Bovenstaand artikel lag gereed ter verzending, toen ons het laatste nummer van het Pharmaceutisch Weekblad in handen en daarmede tevens het genot ten deel viel kennis te nemen van een betoög van den Heer Lagaaij, die eene poging waagt, met den schrijver van het bovenaangehaalde stuk in polemiek te treden, en diens redenering te bestrijden. De heer L. ergert zich vreeselijk aan den schrijver en zijn werk en uit zulks ineen reeks van frazen en sententiën, die met elkaar geen enkel feit wederleggen, geen punt ontzenuwen; het blijkt dat hij zich heeft voorgesteld, van zijn standpunt alles te willen bewijzen, terwijl hij niets bewijst. De geheele argumentatie komt hierop neder; //ik hulpapotheker ben het met u, mijnheer X. niet eens, ergo //hebt gij ongelijk”. //Ik vind behagen inde mij aangeboden positie, en hoop dat velen mijn voorbeeld zullen volgen, derhalve valt er, noch op de keus der regeering, noch op mijne keus iets te bedillen”. //Met uw verlof, mijnheer L.” niemand laat zich hier in met uw smaak omtrent de bedoelde positie, gij moogt haar, wat ons betreft, als een gelukstaat beschouwen, //ou tout est pour le mieux dans le meilleur des mondes”. Dat is uwe zaak; maar gij toont niets begrepen te hebben van het beginsel, hetwelk den schrijver heeft geleid, om aan te toonen, dat het beter is een korps te releveeren door doeltreffende middelen, een corps waaronder gij u voorshands in ieder geval niet kunt rangschikken, Een pleidooi voor uwe bevoegdheid te voeren is vergeefsche arbeid; het prestige uwer betrekking laat zich niet bewijzen door de subjectieve waarde, die het in uw oog bezit, en de wijsheid, die gij den heer X. uit art. 3,7 eu 25 wilt doen putten, heeft ter loops gezegd, voor uw doel volstrekt geen zin. //Der langen Bede kurzer Sina” lost zich aan ’t eind van uw betoog op ineen argumentum ad pecuniam. Wij zijn niet geroepen den handschoen op te nemen, dien gij den heer X. hebt toegeworpen, doch geven hem in gemoede den raad, niet met u in discussie te treden overeen onderwerp, dat niet inde termen valt, volgens uwe eenzijdige opvatting beoordeeld te worden. Bij de internationale tentoonstelling te Utrecht van voorwerpen van kunst, toegepast op industrie is o. a. met zilver bekroond de firma Marius en van Bossum te Botterdam voor chemische en pharmaceutische praeparaten. Het bestuur der Industrieschool voor vrouwelijke jeugd te Amsterdam stelt weder de gelegenheid open tot inschrijving van meisjes, die opleiding tot apothekers-leerling wenschen te ontvangen. Het onderwijs onder leiding van den heer apotheker Hoorn heeft het gunstig gevolg gehad, dat 9 leerlingen bij het onlangs te Meppel gehouden examen geslaagd zijn. Aan het Departement van Oorlog is ten dienste van ’s Eijks magazijn van geneesmiddelen te ’s Gravenhage aanbesteed de levering van 100 kilogram Sulphas Chinini. Hiervoor waren de minste inschrijvers de heeren Steinwick en Petit te Rotterdam voor ƒ 134.10 de kilogram. {Handelsblad.) Persoonlijke aangelegenheden. Z. M. heeft met ingang van 16 Sept. benoemd tot apotheker der 2de klasse bij de Zeemacht den heer H. J. de Bidder. Openlijke correspondentie. T. H. in het volgend nommer.