is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 8, 1871-1872, no 6, 11-06-1871

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONSCHADELIJKE SERPENTS DE PHARAON. Neem: chroomzure kali 2 deelen, salpeterzure kali 1 deel, witte suiker 3 deelen. Alles wordt tot poeder gebracht, goed gedroogd, daarna onder elkander gemengd en met mucilago gummi arabic! tot eene massa gekneed. De toevoeging vaneen weinig hals, peruvianum verbetert den reuk bij de verbranding. T. het voorkomen der dditsche apotheken. Ineen engelsoh pharmaceutisch journaal wordt eene beschrijving gegeven van de apotheken in Duitschland, waarvan de Pharm. Zeitung een gedeelte met eenige uitbreiding van hare zijde mededeelt. Eene eigenaardigheid der duitsche apotheken is het aannemen vaneen embleem (uithangbord, teeken), zooals een pelikaan, adelaar, olifant, enz., waarnaar de apotheek genoemd wordt. De Bed. der Pharm. Zeit. voegt hierbij, dat deze gewoonte uit Italië naar Duitschland is overgeplant. De apotheken, die reeds in zeer vroege tijden aldaar bestonden, bezaten deze emblemen, zooals uit eene novelle van Boocacio (f 1375) blijkt, waarin vaneen apotheker sprake is, die zijne apotheek //in het teeken van den meloen” hield. De vroegere romeinsche keizers brachten italiaansche apothekers, en deze de gewoonte der emblemen mede naar Duitschland. Bij de apotheken, die inden laatsten tijd nieuw zijn opgerioht, heeft men de keuze meer op menschen dan op dieren gevestigd, zooals de apotheek van //Humboldt,’’ van //Victoria,” van //Augusta,” enz., (bij ons te lande bijv. van //Boerhave”) bewijzen. De meest curieuze emblemen vindt men in Zwitserland, alwaar apotheken ir. den //citroenboom”, inden //klopper”, inde //flesch” enz. gevonden worden. (Bij ons te lande speelt de //vijzel”, enkel of vermenigvuldigd de hoofdrol, verder de //hertekop”, de //leeuw” enz., bij de drogisten vrij algemeen een //gaper”). Aan de vensters der duitsche apotheken is inden regel niets uitgestald en het inwendige draagt het kenmerk van den ernst des bedrijfs. De voorname apotheken bestaan uit twee a drie vertrekken, waarvan het eerste eene soort van wachtkamer is voor het publiek, hetwelk de eigenlijke apotheek, het //sanctuarium” niet betreden mag, alwaar een tal zwijgende en veeltijds gebrilde heeren bedienden de artsenijen gereed maakt, die de provisor inde voorkamer in ontvangst neemt en aan het publiek uitreikt. Deze bedienden zijn grootendeels //geapprobeerde apothekers,” die nog niet inde gelegenheid waren eene apotheek over te nemen of eene concessie machtig te worden. Zij vormen een kader van beschaafde wetenschappelijke mannen, die aan de apotheken, waarin zij werkzaam zijn, eene geheel eigenaardige waarde verkenen. De heeren Kipp en Zonen te Delft deelen ons eenige opmerkingen mede omtrent den //poederweger,” waarvan de afbeelding in N°. 3 gevonden wordt. Zij meenen I°. dat men geen gelegenheid heeft het werktuig verticaal te stellen, terwijl dit evenmin automatisch geschiedt. Is nu de eene of andere inrichting aan alle weegwerktuigen noodig, zij is het vooral voor een, dat, wil men de onnauwkeurigheid, die bij de distributie ex faustibus ontstaan kan, vermijden, op zijn minst tot in milligrammen nauwkeurig moet aanwijzen.

2°. Het moet derhalve een nauwkeurig werktuig zijn, dus voorzien van goede messen, en de behandeling dient, dienovereenkomstig te zijn. Uit den aard echter der te maken beweging kunnen de messen of pannen onmogelijk lang de gewenschte scherpte en zuiverheid behouden, daar het uitstorten der poeders uit de poederschuif veelal met schuiven en kloppen zal gepaard gaan, hetwelk bij slechts 3,4 a 5 poederrecepten per dag 100 a 200 maal per dag kan geschieden. 3°. Is men verplicht nauwkeurig er op te letten, dat het te wegen poeder juist tusscheu de ophangpunten der poederschuif komt te liggen, wil men het gevaar ontgaan, dat de voor- of achterzijde van de schuif omlaag kantelt en daardoor het poeder er uit valt. De heeren gaven ons vrijheid deze opmerkingen onder de oogen van het publiek te brengen, en wij maken hiervan gaarne gebruik, omdat de uitspraak vaneen onzer meest geachte phannaceutisohe industriëelen afkomstig is. Evenwel zijn wij het niet met de opmeikiugen eens. Wij meenen, dat ook hier even als altijd bij de receptuur, eene balans, die milligrammen moet aanwijzer., geheel ondoelmatig is. Het kan immers nooit de bedoeling zijn, om, wanneer men bijv. 3 grein caiomel met 1 drachme suiker tot 6 poeders (of 150 milligr. caiomel met 8 gram suiker tot 5 poeders) door afweging wil verdeelen, bij de 10 grein (of 600 milligram) voor elk poeder nog f grein (of 30 milligr.) voor den Caiomel op de schaal te leggen. Onvermijdelijk ondergaat men bij ondereenmenging en afweging eenig verlies, zoodat ook bij de nauwkeurigste afweging de laatste poeder iets te kort zal komen, liager geeft daarvoor den practischen raad, bij het poedermengsel op elke dosis i grein (of 30 milligram) van het vehikel, bijv. suiker, bij de geheele massa te voegen, en dan af te wegen inde gewichtshoeveelheid, die de deeling der poédermassa op het recept door het aantal poeders aanwijst. Eindelijk deelen wij ook niet inde vrees voor de omkanteling der hoornen poederschaal, wanneer men daarop hoogstens 1 gram poeder brengt. Verscheidenheden. Bellini heeft door nieuwe proeven bevestigd, dat het vrije zuur van let maagsap zoutzuur is. Zijn voornaamste bewijs is, dat cyaankwikzilver, hetwelk wel door haloïdezuren, doch niet door zuurstofzuren, dus ook niet door melkzuur, ontleed wordt, vergiftiging veroorzaakt, en dat er blauwzuur verkregen wordt, wanneer men den maaginhoud van het vergiftigde dier aan de distillatie onderwerpt. (Op het afwezig zijn van zwavelwaterstofzuur, hetwelk insgelijks het cyaankwikzilver ontleedt, is natuurlijk bij deze proeven acht genomen). Het zoutzuur van het maagsap is volgens Bellini een product van de afscheiding der klieren en heeft bovendien zijn ontstaan te danken aan de inwerking van het melkzuur inde maag op de chloruren der alcalimetalen. Aguin en Bayer hebben aniline als een zeer geschikt oplosmiddel voor indigoblauw (indigotine) leeren kennen. Wanneer men indigo uit den handel met aniline tot koken verhit, wordt het indigoblauw zuiver opgenomen en er ontstaat eene donkerblauwe vloeistof, waaruit (na doorzijging) zich het indigoblauw bij bekoeling afzet in fraaie glanzende kristallen, die den koperrooden weerschijn zeer duidelijk vertoonen en in voorkomen wedijveren met (de indigotine, door sublimatie verkregen.