is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 8, 1871-1872, no 7, 18-06-1871

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

praerogatief van art. 34 zou zijn verbonden aan de op den Isten November 1865 bestaande apothekers, niet apotheken. In oasu heeft men te doen met een apotheker, die eerst zeer onlangs zich heeft gevestigd. Al heeft nu deze de apotheek overgenomen vaneen ander, dat doet niet ter zake; hij heeft niet de rechten, die de vroegere apotheker in diezelfde apotheek had. De apotheker is hier de hoofdzaak, niet de apotheek. Gaat men nu van tegenovergestelde stelling uit, dan zou men handelen in strijd met de geheele oeconomie der wet, zooals de voorzitter nader in bijzonderheden ontwikkelt. Na eene uitgebreide discussie over de opvatting der wet in dit geval, gevoerd tusschen de heeren Born, Meursinae, Bloembergen, Attema, Bruinsma en den voorzitter, wordt het praeadvies in rondvraag gebracht en met 12 tegen 7 stemmen goedgekeurd. Men zal zich herinneren, dat voor eenigen tijd inden Geneeskundigen Raad voor Gelderland en Utrecht een tegenovergesteld advies is uitgebracht en dat wij dit advies naar onze meening als de juiste interpretatie der wet beschouwden (Zie N°. ol van den 6den Jaargang). Er staat inde aangehaalde ode alinea van art. 34 duidelijk //apotheken,” niet //apothekers.” Als voornamen grond voor ons gevoelen stellen wij het geval voor, dat de apotheek volgens art. 19 door de erfgenamen van een apotheker, die de vergunning bezat, met behulp van een waarnemend apotheker wordt aangehouden of wel, dat deze personen vergunning aanvragen. Dan toch kan in het eerste geval de vergunning niet als vervallen beschouwd worden want geen nieuw apotheker heeft zich gevestigd of de apotheek overgenomen, maar slechts de verantwoordelijkheid der zaak' op zich genomen of wel er bestaat geen reden de vergunning te weigeren. Ons dunkt, een dergelijk niet ongewoon geval is een degelijk argument voor onze meening, dat de vergunning, zooals letterlijk inde wet staat, aan //de apotheken” verbonden is. Wij nemen dus de vrijheid in meening van den geachten inspecteur voor Friesland en Groningen te blijven verschillen, al achten wij het met hem alleszins wenschelijk, dat de apothekers en vooral de jongere zich hoe langer zoo meer vaneen onvoegzamen bijhandel onthouden. Nog blijft eene zaak in kwestie, namelijk of de eenmaal gegeven vergunning kan worden ingetrokken. Zoo ja, dan zou bij overgang eener apotheek de inspecteur zijne vergunning als vervallen kunnen verklaren. Er wordt echter van intrekking of vernieuwing der vergunning inde wet niet gesproken, terwijl men dit op eene andere plaats, bijv. in art. 18 al. 1 en 2, opzettelijk vermeld vindt. Bij dit openbaar verschil in meening der geneeskundige raden hebben wij dus te eeniger tijd de uitspraak des rechters te wachten om ook in deze uniformiteit in alle plaatsen van het land te verkrijgen. Verscheidenheden. Volgens Wenzell en Guy levert eene oplossing van 1 deel hypermanganas kalicus in 2000 deelen geconcentreerd zwavelzuur het gevoeligst kleurreactief op strychnine. De oplossing van het hypermanganaat in zwavelzuur, in plaats van in water, biedt het groote voordeel aan, dat de t proef aan geen verdunning met water is onderworpen. De waterige oplossing van het zout toch bezit eene zoo donkere purperkleur, dat dit tot dwaling kan aanleiding

geven, terwijl de oplossing in zwavelzuur inde opgegeven verhouding lichtgroen is en derhalve niet storend werkt. Grein strychnine gaf nog eene, alhoewel 1200000 zeer zwakke, reactie. Op de grens van de andere reactieven op strychnine, die bij chromas kalicus en zwavelzuur bij I deel chroomzuur in 500 deelen zwavel-100000’ zuur (volgens Kodgers en Girtwood) is, was de kleurreactie met hypermanganas kalicus in zwavelzuur nog zeer duidelijk. Azijnzuur kan in wijn niet direct nauwkeurig quantitatief worden bepaald, al neemt men ook de voorzorg bij de distillatie het kookpunt te verhoogen door bijvoeging van acidum phosphoricum. De mede overgegane producten zijn oorzaak, dat men bij het titreeren van het distillaat steeds onjuiste resultaten verkrijgt. Kissel heeft diensvolgens den volgenden weg voor eene juiste bepaling opgegeven. Men verwijdert eerst den alcohol door distillatie, na den wijn met baryt verzadigd te hebben. Vervolgens voegt men bij het residu inde kolf acidum phosphoricum, en distilleert op nieuw, waarbij al het azijnzuur overgaat. De suiker, cremortart en glycerine inden wijn zijn zonder invloed op het resultaat. Alleen de extractieve deelen zouden wijziging kunnen aanbrengen, maar zij zijn gepraecipiteerd door de baryt en men kan ze vooraf door filtratie verwijderen. Concho-chinine is een praeparaat, door de chemische fabriek van Nichols en Cie. te Boston afgeleverd, onder voorgeven, dat het alle alcaloïden vertegenwoordigt, die inden calisayabast voorkomen. Volgens Wenzell is het niets anders dan cinohonine met slechts 2 proc. andere kina-alcaloïden. Om de werking van verdund zwavelzuur op stijfselpapier gemakkelijk (als proef bij voorlezing) te kunnen aantoonen, schrijft men op een stuk gewoon schrijfpapier met verdund zwavelzuur en verwarmt na droging zacht boven eene vlam, waarbij men vermijden moet, dat de plaatsen, die met zwavelzuur bevochtigd zijn, bruin worden. Het verdund zwavelzuur oefent de bekende werking en omzetting uit op het amylum, dat in bijna alle soorten van het tegenwoordige schrijfpapier in groote hoeveelheid voorkomt. Wanneer men nu het beschreven papier met eene joodoplossing bestrijkt of daarin dompelt, dan wordt het papier sterk blauw gekleurd, uitgenomen de trekken, die daarop met zwavelzuur gemaakt zijn, zoodat zij duidelijk leesbaar te voorschijn treden. Dewijl de kleur van het joodamylum met den tijd bleek wordt, zelfs geheel verdwijnt, zoo kan zulk een papier, met zwavelzuur beschreven, herhaaldelijk bij voorlezingen gebruikt worden. De plaatsen, die niet door het zwavelzuur zijn aangeraakt, zullen bij vernieuwde indompeling in joodoplossing steeds weder eene donkerblauwe kleur aannemen. Glycerine wordt bij koking onder de gewone drukking der dampkringslucht ontleed. Deze ontleding kan door 1 vermindering der drukking tegengegaan worden. Bolis 1 heeft op die wijze gevonden, dat glycerine onder 12 millim. 1 drukking bij 179,5° C. kookt, terwijl het kookpunt onder 150 millim. drukking bij omstreeks 210° O. ligt. i De furfurol is eene eigenaardige vluchtige olie, die • bij distillatie van zemelen met verdund zwavelzuur over-