is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 8, 1871-1872, no 13, 30-07-1871

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorwerpen der materia medica tot herkenning voorgelegd. De examinatoren vervulden hunne betrekking met ijver en nauwgezetheid, en ook zelfs de schijn van partijdigheid was verre van elk lid. De examina, die de Pharmaceutische Maatschappij aan de candidaten afneemt, zijn volkomen voldoende, om het publiek voor onwetende apothekers te vrijwaren.” Dr. de Yrij heeft vroeger eene methode opgegeven, om door middel van jodetum kalicum uit chiflOïdine meer of min belangrijke hoeveelheden chinidine te bereiden. De zuivering van den volgens deze methode verkregen hydrïodas chinidinicus is echter, wegens de groote hoeveelheden water daartoe benoodigd, vrij lastig en omslachtig, zoodat eene eenvoudiger methode hoogst wenschelijk is. Deze nu vond Dr. de Vrij onlangs in de toepassing van de bekende moeilijke oplosbaarheid van den bi-tartras chinidinicus in koud en zijne gemakkelijke oplosbaarheid in kokend water op de afscheiding der chinidine uit de chinoïdine. Men gaat hierbij te werk als volgt: 100 Gram chinoïdine worden onder zachte verwarming opgelost in eene oplossing van 50 gram wijnsteenzuur en 200 gram water; de oplossing wordt sterk geroerd, terwijl men de wanden van het glas met de glazen staaf wrijft en daarna wegzet. Ingeval nu de gebezigde chinoidine chinidine bevat, hetgeen bijna altijd het geval is, stolt de vloeistof, na een paar dagen tot een dikkeren of dunneren kristalbrij, dien men op een linnen doek brengt. Nadat de stroopachtige bruine vloeistof zooveel mogelijk is afgeloopen, wordt de op den doek teruggebleven massa zacht geperst en de aanhangeude oplossing hierdoor zooveel mogelijk verwijderd, waarna men de geperste massa in 14 maal haar gewicht kokend water oplost, en de oplossing kokend filtreert. Bij bekoeling scheidt de bi-tartras chinidinicus zich in kristallen af, die nog gekleurd zijn, maar door herhaalde rekristallisatie volmaakt kleurloos kunnen verkregen worden. Op deze wijze verkreeg de V, uit 10 gram chinoïdine van Howard 2,3 gram bruine kristallen van bi-tartras chinidinicus, die door herhaalde kristallisatie zuiver wit ver-i kregen werden. Ook uit Zimmer’s chinoïdine verkreeg de V. het genoemde chinidinezout, zonder evenwel de hoeveelheid te bepalen. (Haaxman's Tijdschrift.) Omtrent den oogst der geneeskrachtige vegetabiliën in dit jaar vinden wij inde Pharm. Zeitung van 15 Juli het volgende: Flor es chamomillae staan wel rijkelijker dan sinds jaren, doch de aanhoudende regen is hinderlijk aan het inzamelen en drogen, zoodat het moeilijk vooruit te bepalen is, hoe het er met het eindresultaat van den oogst zal uitzien. Flores papaveris rhoeados lijden zeer door de vochtigheid, zoodat de inzameling slechts schraal zal zijn, indien de zomer niet spoedig invalt. Flores samhuci worden grootendeels beschadigd geleverd. Flores tiliae zullen inde eerste mooie dagen verschijnen. Flores nerbasci zijn nog te veel in ontwikkeling terug gehouden. Uittreksels uit Binnen- en Bultenlandsche tijdschriften. Manna is door Hirsch kunstmatig verkregen, door eerst op de gewone wijze uit zetmeel glucose te maken en

daarin ongeveer 10«/ o dextrine onontleed te laten, waarna hij 5% weitemeel, 5% melasse en even zooveel moutazijn bijvoegde en dan tot 24° C. verwarmde. Na 24 uur begon het mengsel te gisten en gistte 3 dagen lang, waarbij het den eigenaardigen reuk en smaak der manna aannam. Met alcohol behandeld, gaf het mannite af, die bij verdamping van den alcohol kristalliseerde, terwijl dextrine en de overige onzuiverheden onopgelost bleven. Volgens den schrijver heeft deze kunstmatige manna dezelfde purgatieve werking als de natuurlijke. Om een zeer fijn poeder van fenkelzaad te verkrijgen, deelt Kalbrunner de volgende methode mede. De fruetus foeniculi, tot grof poeder gebracht, worden ineen papieren zak vast gepakt en minstens een half jaar bewaard. Hierdoor verliest het fenkelzaad zijn vetachtigen aard en kan zonder verdere uitdroging tot zeer fijn poeder gebracht worden. Bij langdurige bewaring van het gestooten fenkelzaad schijnt eene gedeeltelijke scheiding der aetheerische van de vette olie plaatste grijpen, doordien men talrijke stearopten-kristallen daarin kan waarnemen. Bij het onderzoek van chloorwater op zijn gehalte aan chloor met behulp van sulphas ferroso-ammonious (4 deelen op 100 deelen chloorwater) en latere titratie met kameleonoplossing (welke methode door de Pharm. Boruss. wordt opgegeven), bevordert men de oxydatie van het ijzeroxydulezout zeer door zachte verhitting hiervan met het chloorwater, voordat men de kameleonoplossing bij voegt. Volgens Bourguoin en Bouohut bezit geen enkele van de geïsoleerde bostanddeelon der sennebladen de volle werking der bladen. Behalve het chrysophaanzuur, hetwelk slechts in geringe hoeveelheid aanwezig is, bevatten de sennebladen twee purgatieve bestanddeelen, het eene vertegenwoordigd door het carthatinezuur, het andere door de zelfstandigheid, die door Lassaigne en Feneuille carthartine genoemd is. Voor de bereiding van lactas natriCUS wordt door Hager het volgende mengsel aanbevolen: melksuiker 3 deelen, gewoon water 36 deelen, een meel rijk aan kleefstof f tot | deel, biergist één of twee eetlepels, carbonas natricus cryst. 6 deelen of bicarbonas natricus 3 deelen. Moet er later suiker worden bijgevoegd, dan kan men daarvoor riet- of druivensuiker nemen. Gewoon water is beter dan gedistilleerd wegens zijn gehalte aan anorganische basen, die de gistplant steeds tot hare ontwikkeling noodig heeft. Als kleefstofrijk meel is farina hordei praeparata zeer geschikt, omdat zij, hoewel van de zemelen grootendeels beroofd, behalve de kleefstof, nog phosphorzure zouten bevat, terwijl door het. dextrinegehalte de opbrengst nog vermeerderd wordt. De temperatuur, waarbij de gisting aanvangt, is 17—20° C. Het best is dubbel-koolzure soda aan te wenden, die men in geheele stukken kan inbrengen, terwijl de enkelvoudig-koolzure soda voorzichtig moet worden bijgevoegd, dewijl zij door haar gemakkelijker oplosbaarheid de gisting eenigszins vertraagt. De afscheiding der kleefstof geschiedt gemakkelijker dan die van caseïne, wanneer men melk voor de bereiding van den lactas natricus gebezigd heeft; men behoeft daartoe veel minder alcohol- Heeft men den lactas natricus bereid, om daaruit later lactas ferrosus te maken, dan kan men op I deel car-