is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 8, 1871-1872, no 17, 27-08-1871

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. Het is te voorzien, dat de kosten voor administratie, bodenloon, drukwerk enz., en het verstrekken van breukbanden vanwege de Vereeniging (ook vergoeding voor verlossingen?) de boven getaxeerde contributie nog zullen verhoogen, waardoor dus de vrees voor het te verwachten gehalte van deelnemers wordt versterkt. Wij hebben bij meer dan eene gelegenheid de groote nadoelen opgesomd, die het buswezen, zooals het thans op vele plaatsen in ons land bestaat, aan het aanzien en de welvaart van den pharmaceutischen stand oplevert. Waarlijk, indien wij niet met kracht en geweld ons tegen dit voortgroeiende kwaad aankanten, dan zal het tot onzen totalen ondergang strekken. Onze eigen woonplaats, Nijmegen, alwaar op 22,000 inwoners meer dan een dozijn bussen recht van bestaan meent te hebben, levert daarvan een sprekend bewijs. Inde circulaire van de twee Kotterdamsche heeren wordt met betrekking tot de betaling eene stelling verkondigd, die tot de noodlottigste gevolgen kan leiden. Aanneming van geneesmiddelen per persoon tegen eene bepaalde som in het jaar is eene verkrachting der natuurlijkste wet, dat de verdiensten met de hoegrootheid van den arbeid gelijken tred moet houden. Wij herhalen wat wij voor jaren schreven. De busafiaire wordt in dat geval een risico, eene speculatie op de gezondheid der busleden. En welk eene speculatie! De weegschaal neigt steeds naar den kant van schade, die bij ongunstige jaren aanzienlijk kan zijn en, slaat zij soms bij een gunstig jaar naar de winstzljde over, het is slechts zeer gering. Welk eene speculatie! Bij begrafenisfondsen, bij levensverzekeringen bestaat berekening, gegrond op statistiek, eilieve, welke is de basis, waarop de berekening, des apothekers steunt, wanneer hij aanneemt de leden eener ziekenbus voor bepaald geld te //bedienen” ?, Is er eenige grond, om het aantal zieken, den aard der ziekten en geneesmiddelen voor een toekomstig jaar vast te stellen? De bus-risico is een windhandel, die den apotbekersstand noodeloos ontsiert. De arbeid staat hier In eene omgekeerde reden tot de winst: hoe minder arbeid, des temeer winst, hoe meer werk, des temeer schade. Een ziekenbus voor den fatsoenlijken stand, waarbij de geneesmiddelen tegen eene bepaalde som per jaar jof maand door den apotheker worden aangenomen, het is het buswezen in zijn schadelijksten vorm, en het doet waarlijk den welmeenenden pharmaceut goed te vernemen, dat eene krachtige meerderheid zich eenparig heeft verzet tegen een voornemen, hetwelk van meer dan eenen kant den pharmaceutischen stand ondermijnt. Het is, helaas, reeds ver genoeg gekomen met de pharmaoie, om nog in eigen boezem de wapenen tot haar ondergang te smeden. Het aantal personen, die voor weelde, kleeding en vermaak geen geld ontzien, maar wie het aanlokt voor eene geringe som van geneesheeren en medicijnen te kunnen profiteeren, is reeds groot genoeg. Er is schromelijk misbruik gemaakt van het goede doel, waartoe de eerste bussen zijn opgericht, namelijk, om den handwerksman, die bij de week zijne verdienste heeft, den kleinen neringdoende met een zeer beperkt inkomen zijn penninkske wekelijks te doen afzonderen, ten einde hem geneeskundige hulp te doen vinden in dagen van ziekte en ongemak, waar hem geld of krediet zou ontbreken, en hem inden kwaden tijd te bewaren voor een totalen ondergang, voor een beroep op -de algemeene of bijzondere liefdadigheid of voor het maken van schulden, die hem en zijn gezin lood-

zwaar zouden drukken. Met de knechts en gezellen zijn hunne werkbazen busleden geworden. Al neemt de welvaart ineen gezin toe, men blijft van dat //goedkoop medicineeren” gebruik maken. Als pharmaceuten moeten wij dit tegengaan, zoover onze macht reikt en onze macht reikt zoover, indien er maar esprit de corps onder ons heerscht. Het zij verre van ons, dit misbruik op eenige wijze te bevorderen. Laat ons veeleer eendrachtig te werk gaan, om zooveel mogelijk het onkruid uitte roeien of althans, waar zulks noodig is, het buswezen tot zijn eerste philantropische doel terug te brengen. En dan wijzen wij inde eerste plaats op het Algemeen Ziekenfonds voor Amsterdam, opgericht in 1847, waarvan wij inde gelegenheid waren de doelmatige werking voor publiek en geneeskunst beiden te observeeren. Art. 1 der statuten bepaalt al dadelijk, dat tot leden worden aangenomen gezonde personen van eiken leeftijd, die binnen de gemeente Amsterdam wonen en door hunnen maalschappeljken toestand niet in staat zijn om uit eigen middelen op de gewone wijze bekoorlijk in geneeskundige hulp te voorzien, met name de ambachtsman, die op dagen weekgeld werkt, de dienstbare stand en zij, wier maatschappelijke toestand met deze overeenkomt. Art. 8 stelt de keuze uit aan het ziekenfonds verbonden geheesheeren, ifjjothekers en vroedvrouwen aan de leden geheel vrij. Met betrekking tot het Kegleraent voor de apothekers heet het in art, 11, dat aan de deelnemende apothekers inde eerste plaats eendoor het bestuur bepaald honorarium wordt uitgekeerd, evenredig aan het aantal leden, dat binnen een bepaalden tijd ten hunnen name op de registers stond ingeschreven, maar ten tweede (en hierop is het, dat wij vooral de aandacht vestigen, omdat het eene wezenlijke en zekere belooning van den arbeid is) ontvangen zij schadeloostelling voor de door hen volgens recept geleverde geneesmiddelen, alsmede voor de onkosten aan de aflevering verbonden volgens een vastgesteld tarief, hetwelk zoo dikwijls zulks noodig is, herzien wordt. Al is de winst niet aanzienlijk, zij vermeerdert met den arbeid en schade is voor den apotheker niet mogelijk. Het zou ons te ver voeren, al de bijzonderheden uit de statuten en reglementen, die ons nuttig voorkomen, over te nemen. Alleen nog deze bepaling betreflende eene 1 der voorwaarden voor de toelating der te Amsterdam gevestigde geneesheeren, heelmeesters, heel- en vroedmeesters en apothekers als honoraire of werkende leden: ; „Zij mogen niet verbonden zijn aan ziekenbussen, opgericht – | //of in werking gebracht na 1 April 1847, of aan der//gelijke instellingen voor den zoogenaamden //fatsoen! i //lijken” stand, noch voor het vervolg hunne medewer-1 ,/king aan de zoodanige verkenen behalve aan het Alge'■ nmeen Ziekenfonds voor Amsterdam.” : De omvang der inrichting blijkt o. a. uit het verslag 1 over 1869, alwaar wij vinden, dat binnen dat jaar 363750 ■ recepten waren gereed gemaakt, voor een gemiddeld aan> tal leden en kinderen van 367787/S2, dat is gemiddeld 1 9,3 recept per lid en kind tezamen. Voor deze recep' ten was aan honorarium en schadeloosstelling aan de vert schillende apothekers der inrichting uitbetaald: 1 aan honorarium f 86,886.21 1 aan dein art. 11 vermelde schadeloosstelling // 42,788.55 tezamen ƒ 139,674.76 , De schadeloosstelling bedroeg dus 11.70 per recept, ■ hetwelk met het honorarium van den apotheker ruim 19 ets. per recept oplevert.