is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 8, 1871-1872, no 25, 22-10-1871

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewezen, om bij het reageeren vooral nauwkeurig te werk te gaan. Hij moest aqua laur o eer asi triplex reageeren op magnesia. Na het water zuur gemaakt te hebben, werd er eene oplossing van phosphas ammonicus bijgevoegd, waardoor een kaasachtig praecipitaat ontstond, dat schijnbaar magnesia aanduidde. Bij verhitting verdween echter dit praecipitaat onder verspreiding van cyaanreuk. Door den heer Agema werd eene methode opgegeven, om de bekende reactie op de arseniaten mei uitras argenticus gemakkelijk te verrichten, bestaande hierin, dat men de vloeistof, verkregen door uitlooging der gesmolten massa van nitras natricus, carbonas natricus en zwavelarsenik, zuur maakt met salpeterzuur, er dan de solutio nitratis argenti bijvoegt, zoo noodig filtreert, om het somtijds ontstane praecipitaat van chloorzilver te verwijderen en eindelijk bij de gefiltreerde vloeistof eene geconcentreerde oplossing van acetas natricus voegt. Bij aanwezigheid van arsenias natricus ontstaat dadelijk het roodbruine praecipitaat van arsenias argenticus, hetwelk ineen overvloed van azijnzuur onoplosbaar is. Nog is door den heer A. medegedeeld, dat alcoholhoudende act her, die met jodetum kalioum en jodium behandeld wordt, na toevoeging van hydras kalicus na eenigen tijd kristallen van jodoform afzet. Door den heer de Haan werden onderzoekingen medegedeeld omtrent de sterkte van den wijngeest, die het meest geschikt is voor de bereiding van extractum en tinctura coccionellae, waarbij hem gebleken is, dat voor het extract alcohol van 12° en voor de tinctuur van 15° te verkiezen is, De heer de Vrij sprak de meening uit, dat het alleen mogelijk zou zijn uit den herapatiet (zwavelzure joodchinine) zuivere ckinine, vrij van alle andere kina-alcaloïden, te bereiden; verder, dat dr. Simpson zich op zijne aanwijzing in Britsch-Indië onledig houdt, om uit verschen kinabast de alcaloïden af te zonderen, die dan in tamelijk zuiveren staat inden handel zouden kunnen gebracht worden. Bij onderzoek vaneen hem toegezonden monster bleek, dat dit 98 proc. zuivere alcaloïden en slechts 2 proc. onzuiverheden bevatte. De heer de Loos heeft de oplosbaarheid van glycerine in chloroform onderzocht en door proeven zoowel de onoplosbaarheid der scheikundig zuivere als der onzuivere glycerine aangetoond, dus geheel overeenkomstig het gevoelen van Draper en in strijd met de opgaven inde meeste werken. (Zie. N°. 32 van den 7den Jaargang van ons Weekblad.) Verder vestigde hij de aandacht op de ver valse hing van tan nas chinicus met tannas cinchonicus. De aetherproef, die bij de zwavelzure chinine wordt aangewend, werkt ook hier uitmuntend. De heer Haaxman deelde mede, dat de pulu, die als surrogaat voor Penghawar djambi wordt gebruikt, afkomstig is van Cybotium glaucum en in Engeland in massa wordt ingevoerd. Verder wordt door hem eene beschrijving gegeven van de kleurstof purree of puhree, bekend onder den naam van jaune indien, Zij komt voor als eene ronde massa, ter grootte eener walnoot, uitwendig donker, inwendig goudgeel van kleur, zacht op het gevoel, gemakkelijk fijn te wrijven, onder den microscoop kleine naaldvormige kristalletjes vertoonende en met een reuk overeenkomstig castoreum. Sommigen meenen, dat deze stof tot de bezoars zou behooren, anderen, dat zij een kunstproduct is, uit buffel- en olifanten-urine vervaardigd. H. acht het gevoelen van Stenhouse voor waarschijnlijk, dat de eigenlijk gele kleurstof een eigenaardig zuur is, dewijl de afgescheiden kristallijne zelfstandigheid met alcaliën eene gele verbinding aangaat.

(Amsterdam.) Extr actum corticis radicis granati, uit cortex radicis granati van Duits dien oorsprong bereid, was gebleken in geneeskracht niet achter behoeven te staan bij het uit Java aangevoerde extract. De geringe werking van gereduceerd ijzer op j odium kan soms veroorzaakt worden dooreen aanzienlijk gehalte aan koolstof, te sterke gloeiing bij de bereiding van het ferrum reductum of het aanwezig zijn van ijzeroxydule-oxyde. Bij het onderzoek van brood op aluin werd het geweekte brood gedurende 18—24 uren ineen dialysator gebracht en het vocht verdampt. Bij het onderzoek van dit vocht op aluin werd eene infusio florum rosarum rubrarum als zeer gevoelig reagens bevonden. Door proeven werd gestaafd, dat arsenik in groene kleuren kan worden aangetoond dooreen weinig een er oplossing van 1 deel chloortin in 4 deelen zoutzuur op de te onderzoeken stof te gieten en te verwarmen, waardoor onmiddellijk bij aanwezigheid van arsenik eene bruine kleur ontstaat, die weder verdwijnt, indien de groene kleur vaneen ander koperzout afkomstig is. Als bereiding van arseuikvrij zoutzuur werd aangeprezen 1 kilogram gewoon zoutzuur te vermengen met 25 gram chloortin, na bezinking het heldere vocht af te schenken en te distilleeren. Het droppelen van vloeibare geneesmiddelen met den droppelmeter van Lebaigue werd aanbevolen en het verschil in zwaarte vaneen gegeven aantal droppels van sommige vloeistoffen bij verschillende temperatuur waargenomen (zie N°. 2,4 en 6 van den loopenden jaargang van het Weekblad). Het verschil in gevoelen tusschen de heeren Stoeder en Opwijrda omtrent het al dan niet kneuzen der semina colchici voor de bereiding van viuum seminum colchici (voor welks nadere bijzonderheden wij verwijzen naar N°. 40, 41 en 43 van den 7 derl jaargang) gaf den heer van der Gaag aanleiding tot de quantitatieve bepaling der colckicine, verkregen uit de gekneusde en ongekneusde zaden, en tevens tot de bepaling der hoeveelheid colchicine, verkregen uit vinum seminum colchici, bereid uit gekneusde en ongekneusde zaden. Om de opmerking te voorkomen, dat de colchicine te weinig percentsgewijze voorkwam (van00,34—3 gram in 1 kilogram) werkte v.d. G. met zoodanige hoeveelheden, dat hij weegbare resultaten verkreeg. En om ook tevens de aanmerking te voorkomen, dat colchicine door zuren in colchiceïne enz. gesplitst werd en dus de resultaten niet zuiver zouden zijn, werkte hij steeds onder dezelfde omstandigheden, gebruikte steeds gelijke, zoo weinig mogelijke hoeveelheden zuur en beschouwt nu deze fout tot nul gereduceerd. 250 Gram gekneusd zaad werden afgewogen. Het kneuzen geschiedde door de zaden te stampen en dan door eene harlekijnzccf te slaan. Zij werden 3 maal met alcohol van 25° uitgetrokken, die met Vso zwavelzuur vermengd was, op de temperatuur van 70° C. De vermengde aftreksels werden met kalk verzadigd; vervolgens werd gefiltreerd en het filtraat met verdund zwavelzuur volkomen geneutraliseerd. De alcohol werd op een waterbad afgedistilleerd en het overblijvende waterige vocht met een overvloed van carbonas kalicus gepraecipiteerd. Het praecipitaat, tusschen filtreerpapier geperst, werd op een waterbad gedroogd, het droge overblijfsel met absoluten alcohol behandeld, gefiltreerd en met kool ontkleurd. Op een waterbad werd tot droog uitgedampt en eindelijk boven zwavelzuur gedroogd, totdat geen gewichtsverlies meer plaats vond. 250 Gram der gekneusde zaden leverden 650 milligram colchicine of 26/iolV 250 Gram ongekneusde zaden op dezelfde wijze behandeld, leverden 425 milligram colchicine of 14ij0 °/0. Dus op 1 kilogram een verschil van 900 milligram Of 3 Vl6 °/o. Bij het onderzoek van vinum seminum colchici, bereid volgens de Pharm. Neerl., was de uitkomst eveneens, dat de colchicumwijn uit gekneusde zaden bereid