is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 8, 1871-1872, no 39, 28-01-1872

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

w Vergissing is zoowel mogelijk bij dpn geneesheer als bij den apotheker. Bezigt de geneesheer het grammengewicht op zijn recepten, dan wordt hij gecontroleerd dooide oplettendheid van den apotheker, wien het recept ter gereedmaking wordt aangeboden, en bij vergissing, vooral bij sterk werkende middelen kan de dwaling zonder schade hersteld worden. Schrijft de geneesheer echter in het oude medicinaal gewicht voor en tast de apotheker bij de herleiding tot het grammengewicht mis, dan bestaat hier volstrekt geen controle en de patiënt wordt het slachtoflei der dwaling.” FHARMACOPOEA NEERLANDICA, EDITIO ALTERA. I. De latijnsche uitgave der nieuwe Pharmacopoea zal wel reeds in handen van de meeste onzer lezers zijn. Wij ontvingen het werk te kort vóór het gereedmaken van dit nommer van het Weekblad, om er op dezen oogenblikken veel meer van te kunnen zeggen dan dat het uiterlijk voorkomen, de typographische uitvoering, formaat, papier en druk een zeer gunstigen indruk maken. Ook de prijs is matig. In het volgend nummer zullen wij aanvangen onze opmerkingen betreffende den inhoud bescheiden maar openhartig mede te deelen, en wij noodigen onze collega’s uit, ook hunne bevindingen daaromtrent ons toe te zenden. Van eene bevoegde zijde heeft men ons reeds opmerkzaam gemaakt, dat in het voorschrift der bereiding van Extr actum Helenii, bladz. 106, regel 8 van benedem kennelijk eene schrijffout is ingeslopen. Het woord //Digere’' moet vervangen worden door //Hacera , zooals trouwens uit hét geheele verband met de voorgaande en volgende zinsneden blijkt. Het zou anders niet aangaan een inuline-Trij extract te verkrijgen. Eene dergelijke schrijffout troffen wij aan in Tabula 111, die de maximale doses opgeeft, bladz. 304 bij Veratrinum. Er staat: //gramm. 0,006” pro dosi; „gramm. 0,003” de die. Dit laatste moet kennelijk heeten: „gramm. 0,030” de die. EXAMENVRAGEN *). T. Eij het hulp-apothekers-examen, gehouden te Amsterdam van 19 December 1870 tot 19 Januari 1871, zijn de volgende sohriftelijke vragen gesteld; a. Natuurkunde. 1. 6,5 hectogram kwik tot 90° C verhit wordt gebracht ineen calorimeter met 2,4 kilogram water van 10° C. Welke zal de eindtemperatuur zijn? 2. Eene hoeveelheid gas neemt onder 755 mm. drukking en op 15° C. temperatuur een volume in van 2,5 liter. Hoe groot zal dat volume zijn op 20° C. en onder 770 mm. drukking? 3. hen lichaam, bestaande uit goud (spec. gew. = 19 2) en ijzer (spec. gew. = 7,7) heeft eene dichtheid van 9,3. Hoeveel ijzer en hoeveel goud is er in dat mengsel ? 4. Hoeveel zal een bol van platina, waarvan de middellijn is 2,7 centimeter, in water gewogen, schijnbaar aan gewicht verliezen ? 5 De bol vaneen thermometer met kwik gevuld heeft inwendig een middellijn van 12 mm., de inwendige straal van de cilindrische buis is 0,4 mm. Welke waarde heeft de inhoud vaneen kolom in die buis van 1 mm. lengte *) Ter voldoening aan onze belofte in N°. 36 en ter aanvulling van het Verslag in N". 45 van den vorlgen Jaargang.

in betrekking tot den inbond van dien bol, en hoeveel millimeters doorloopt dan het kwik in die buis voor eene temperatuursverhooging van 25° C., indien het glas van den thermometer gerekend wordt zich niet uitte zetten? 6. Men distilleert 12,6 gram water over ineen koelvat, waarin 2 liter water van 11° O.; tot welke temperatuur zal dat water verwarmd worden? 7. Een areometer met cylindrisohe steelwijstin water O, in eene vloeistof van 0,8 spec. gew. 100. Tot welk punt van de gelijkmatig verdeelde schaal zal hij inzinken in eene vloeistof van 0,916 spec. gew.? 8. In eene klok zijn boven kwik 45 C. C. door droge stikstof ingenomen. Het kwik staat 5,30 mm. hoog. In de kamer is de barometerstand 752 mm. en de temperatuur 12° C. Hoeveel stikstof is er inde klok? b. Scheikunde *). 1. Door eene waterige oplossing van 1 gram ijzerchloride wordt zwavelwaterstofgas in overmaat gevoerd-Hoeveel zwavel wordt afgescheiden en welke ijzerverbinding en hoeveel daarvan blijftin oplossing ? 2. Beschrijf de verschillende wijzen, waarop chloor op andere stoffen kan werken en helder dit op door voorbeelden. 3. Hoeveel weegt e'éu liter ammoniakgas, zwavelwater-1 stof, chloorwaterstof, cyaan en methylamine, wanneer 1 liter waterstof weegt 0,0896 gram? 4. Eén gram eener slikstofhoudende stof gaf bij de analyse 1,5 gram platinachloride-chloorammonium. Hoe groot is het procentisch stikstofgehalte der stof? 5. Hoeveel liter zuurstof zijn noodig voor de volkomen verbranding van 25 liter zwaar koolwaterstofgas (aethyleen) en hoeveel liter kooldioxyde wordt daarbij gevormd ? 6. Er zijn benoodigd 10 liter chloor. Hoeveel bruinsteen, met een gehalte van 75ü aan werkzame bestanddelen, moet voor de bereiding minstens genomen worden? 7. Op welke gronden neemt men aan, dat stikstof en zuurstof inden dampkring gemengd voorkomen? 8. Hoe scheidt men een mengsel van de volgende Igassen: zuurstof, koolzuur, kooloxyde en stikstof? 9. Hoeveel chloorzilver w'ordt neergeslagen uit eene oplossing van 1 kilo chloornatrium, wanneer men daarbij 16 C. C. van eene zilveroplossing voegt, die 1 gram zilver per liter bevat? 10. Ee i gram eener organische stikstofvrije stof geeft Ibij de elementairanalyse 0,9566 gram koolzuur en 0,3915 gram water. Het soortelijk gewicht van de stof in gasvorm is = 23 (H ;= 1). Welke is de procentische samenstelling en de moleculair formule van dit lichaam ? 11. Hoeveel liter ammoniakgas kan men verkrijgen uit 1 kilo chloorammonium ? 12. Van 100 C. C. vaneen gasmengsel, bestaande uit zuurstof, stikstof en koolzuur worden 12 O. C. opgeslorpt door bijtende potasch. Bij het overblijvende worden 50 C. C. waterstofgas gevoegd en een electrische vonk doorgelaten. Na de ontploffing blijven 78 C. O. over. Welke was de samenstelling van het gasmengsel? I*; Indien er jongelieden zijn, die de vragen over scheikunde tot hunne oefening beantwoorden en hunne resultaten aan een oordeel wenschen te onderwerpen, verklaar ik mij gaarne bereid de antwoorden na te zien en mijne bevinding in bet Weekblad mede te deelen. Ik zal daarbij natuurlijk alle aanduiding van namen vermijden en verzoek dus de inzenders hunne antwoorden met een woord of motto te kenmerken. E. J. O.