Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Welke is de samenstelling van benzol, welke zijn zijne eigenschappen en welke zijnde voornaamste scheikundige stoffen, die daarmede kunnen verkregen worden ? 3®. Welk verschil bestaat er tusschen amiden en de dusgenoemde organische bases? Geef eene of meer wijzen op, waarop de laatstgenoemde worden gevormd en in welke groepen worden deze verdeeld ? c. Plantenkunde. 1. Beschrijf in het algemeen den anorganischen bouw en de physiologische functie van de bladen der phanerogamen. I®, Wat weet gij van de onderaardsche stengeldeelen der phanerogamen ? 2. Geef de hoofdkenmerken op der volgende familiën : compositae, borragineae, cruciferae en solaneae, en noem eenige inlandsche planten op, die tot deze familiën behooren. 2®. Wat weet gij van de hoofdeigenschappen en de levenswijze der fungi ? d. Dierkunde. 1. Geef de kenmerken op van de groep der weekdieren en van de klassen, waarin die groep verdeeld | wordt, met opgave van voorbeelden van elke klasse. I®. Geef de kenmerken op van de klasse der schaaldieren en van eenige orden dier klasse, met bijvoeging van voorbeelden van elke orde. 2. Tot welke klassen en orden moeten gebracht worden: de mol, de bever, het nijlpaard (hippopotamus), de gems, de adder, de bruinvisoh, de kabeljauw, de bij, de schorpioen, de zeekwal, de mossel, de trichina spi- j ralis ? 2®. Tot welke klassen en orden moeten gebracht i worden: de bunsem, het muskusdier, de ezel, het stekelvarken, de salamander, de krokodil, de haai, de spaansche vlieg, de tuinslak, de galwesp, de mier, de bloedzuiger, de schurftmijt ? ■ ■ – ■ ■ ~ Dezer dagen werd ik dooreen mijner leerlingen gevraagd, hem behulpzaam te zijn bij het oplossen der schriftelijke natuurkundige vraagstukken voor het examen van aspirant-hulpapothekers, voorkomende in het Pharmaceutisch Weekblad van 28 Januari, No. 39. Bij het nalezen dier vraagstukken, zag ik dat inde meeste daarvan niet alleswas opgegeven, wat voor de oplossing vereischt wordt. In No. 1 ontbreekt de opgaaf der soortelijke warmte van kwik. Ook diende er bij gezegd te worden, dat de warmte, aan den calorimeter afgegeven, buiten rekening blijft, wat toch waarschijnlijk de bedoeling is. In No. 2 ontbreekt de uitzettings-coëfficient van gas. Al kan men, wegens het veelvuldig gebruik dier coëfficiënt, haar als bekend vooronderstellen, was het toch beter haar op te geven. In No. 3 moest het gewicht of het volumen van het lichaam opgegeven zijn, wilde men het gewicht of het volumen der beide deelen berekenen. Welke dezer grootheden gevraagd wordt, is niet bepaald. Thans kan men alleen het betrekkelijke gewicht of het betrekkelijke volumen berekenen. In No. 5 ontbreekt de uitzettings-coëfficient van kwik, benevens de aanvankelijke temperatuur. Het maakt toch een, hoewel klein, verschil inde vermeerdering van volumen, of het kwik b. v. van 0° tot 25° of van 10° tot 35° verhit wordt.

In No. 6 ontbreekt de opgaaf der gebonden warmte van waterdamp. In No. 8 is zeker de bedoeling het volumen te berekenen bij 0° temperatuur en 760 m.m. barometerhoogte, doch het was goed dit er bij te zetten. Omtrent de uitzettings-ooëffioient geldt hetzelfde als bij No. 2. Ik acht het niet overbodig, hierop de aandacht te vestigen, daar het zeer zeker noodig is, dat vraagstukken voor een examen zóó worden opgegeven, dat geen twijfel overblijft omtrent de bedoeling. Nijmegen. W. J. Schoemakek. Leeraar inde natuurkunde. XYLOL. Door dr. Zuelzer is een nieuw geneesmiddel tegen pokken opgegeven, het xylol (xyleen, xylylwaterstof), ook wel genaamd dimethylbenzol, omdat uit zijne formule C 8 HlO blijkt, dat het kan beschouwd worden als benzol, (C 6 H6), waarin 3 atomen H elk door de univalente atoomgroep CH3 (methyl) zijn verplaatst: C 8 HlO = C 6 H4 j £h3 Xylol behoort tot de producten der droge distillatie van hout en steenkolen. Het wordt gevonden inde houtteer en de olie, die door water uit den onzuiveren houtgeest wordt afgescheiden, verder inde lichte steenkolenteerolie en inde aardolie van Burnah. Na opvolgende behandeling met zwavelzuur, kaliloog, chloorcalcium en watervrij phosphorzuur wordt het door gefractioneerde distillatie afgescheiden. Het kan ook synthetisch verkregen worden door natrium op monobroomtoluol en methyljodide te doen in werken. Het is eene kleurlooze, olieachtige, sterk lichtbrekende | vloeistof vaneen spec. gewicht van 0,8 6. Kookpunt 126° C. De reuk is aromatisch. De dosis, waarin het xylol gegeven wordt, isllls droppels voor volwasse| nen, 3—5 droppels voor kinderen, om het uur, de 2of I 3 uur. Nadeelige uitwerksels zijn tot heden niet waargenomen, al werden hoogere doses toegediend. De beste wijze van toediening is in capsules, of met wijn, azijn of water, volgens anderen met eenige tinctura cinnamomi als adjuvans. Te OJoron, de geboorteplaats van den fransche apotheker Labarraque, heeft men ter zijner eere aan eene straat den naam gegeven, van Kue de Labarraque. Uittreksels uit Binnen- en Bultenlandsche tijdschriften. Om aether en azijnaether op een gehalte aan alcohol te onderzoeken, is door Frederking aanbevolen in eene gegradueerde buis gelijke volumen aether en watervrije glycerine goed dooreen te schudden. De alcohol, die in den aether bevat is, gaat daarbij inde glycerine over en vermeerdert haar volumen, waardoor het volumen van den aether zooveel vermindert, als hij alcohol bevatte. Op deze wijze kan men ook voor de rectificatie van den aether daaraan zoowel water als alcohol ontnemen, terwijl de met alcohol of water vermengde glycerine weder door distillatie van deze zelfstandigheden bevrijd kan worden. ! Ook aetheerische oliën kunnen volgens deze methode door middel van glycerine op haar alcoholgehalte onderzocht worden, vooral de dure oliën, zooals rozenolie. Jai cobsen meent echter te moeten betwijfelen, of de methode ; wel op het onderzoek van alle aetheerische oliën kan toegepast worden, dewijl glycerine ook aetheerische oliën

Sluiten