is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 14, 1877-1878, no 16, 19-08-1877

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerde. Daarop toch waren de letters //l. a.” gecurcieveerd. Hier was het dus wel de kennelijke bedoeling van den geneesheer, om den apotheker te doen gevoelen en voor te houden, dat hij toch vooral volgens de kunst moet werken, als of hij het uit eigen beweging en overtuiging niet zou doen. Want de vooronderstelling, dat het curcieveeren eene persoonlijke aanmatiging van den collega was, die het afschrift gaf, kwam mij al te gewaagd voor. Ik verzoek u dit mijn schrijven als een protest tegen dergelijke aanmatigingen, die de eer van onzen stand aanranden, openbaar te maken. Hoogachtend enz. Pharmacopola. Naar wij vernemen zijnde Bataviasche apothekers voornemens het voorbeeld, hun door de plaatselijke geneesheeren gegeven (om den prijs der visites in het algemeen en op zekere uren in dubbele en vierdubbele mate te verhoogen), te volgen. Behalve de verhooging hunner mixturen met 35 tot 100 pet. voor alle recepten, zullen die welke ’s namiddags van I—4 en ’s avonds van B—ll worden aangeboden, dubbel, en die tusschen ’s avonds 11 en ’s morgens 7 worden aangeboden, vierdubbel berekend w'orden. Bij het examen voor hulp-apotheker te Batavia is de candidaat G. van der Berg geslaagd. (Bat. Hand.) Het Directorium van het Duitsche Apotheker-Yerein heeft bij de Eijkskanselarij op de vorming eener permanente //Pharmacopoea-Commission” aangedrongen. Het keuren en aanbevelen van nieuwe middelen, de aanhoudende revisie der bestaande Pharmacopoea, het geven van raad en inlichtingen in moeilijke en twijfelachtige ' gevallen, zouden tot hare bemoeiingen belmoren. Bij den verlaagden prijs van den Sulphas Chiflini stellen wij voor inde receptuur te berekenen : de gram 60 ets., de 100 milligram 8 ets. Hydrochloras chinini de gram 75 ets., de 100 milligram 10 ets. Hoewel de normale dosis van Hydras Chlorali volgens Liebreich 1,25—2,0 gram niet moet te boven gaan, meent hij toch, dat de plotselinge dood na eene gift van 2—3 gram alleen aan onzuiverheid van het praeparaat te wijten is. Om een goed praeparaat te verkrijgen, moet men het chloralhydraat meermalen uit benzol omkristalliseeren. Men verkrijgt daardoor luchtdro°-e kristallen in plaats van plaatjes, die allerlei onzuiverheden bevatten. In het Juninommer van Haaxman’s Nieuw Tijdschrift voor de Pharmacie deelt de heer Nagelvoort eenige zijner waarnemingen mede bij kinine-onderzoekingen. Uit het uitgebreide stuk ontleenen wij een paar bijzonderheden betreffende het onderzoek van kinine met chloorwater en ammonia en met ferrocyaankalium. De onbepaalde uitdrukkingen, door Husemann en Eragendorff gebezigd omtrent de hoeveelheden chloorwater (//nicht zu grossen Ueberschuss von Chlorwasser” en //mit wenig überschussigen Chlorwasser”) voor de thalleoreactie leidden den heer N. tot de vraag; wanneer de grens met het chloorwater is overschreden? Hij verkreeg bij het gebruik van chloorwater (waarvan 10 C. C. noodig waren voor de oxydatie van 10 C. C. Vio normaal As2 03 – oplossing) en van eene kinineoplossing van Vio % tot resultaat, dat bij het vermengen van 5 C, C. kinineoplossing met /-, met 1, met 2 en met 3 C. C. chloorwater de groene reactie verkregen werd, terwijl daarentegen bij het nemen van 5 G. C, kinine-oplossing 5 C. C, chloorwater 1 droppel ammonia na bijvoeging van dit laatste eene gele verkleuring ontstond. De heer N. ondervond zwarigheid om de roode kleur te ver- door bijvoeging van chloorwater, ferrocyaankalium en ammonia bij een kininezout. Ook onze opmerkzaamheid heeft het meermalen getrokken, dat deze reactie, die in Fresenius als //empßndlich und characteristisch” beschreven wordt, uitblijft, indien men de hoeveelheid ferrocyaankalium-oplossing niet uiterst gering neemt. De reactie is in der tijd door O. Livonius medegedeeld volgens eene //briefl. Mitth.” van A. Vogel en van daar in alle analytische leerboeken overgegaan. De verklaring hebben wij gezocht in het overbrengen van het geel ferrocyaan-

kalium in rood ferridcyaankalium, maar o. i. heeft men te veel waarde aan deze //briefl. Mitth.” gehecht. De heer N. verkreeg de reactie eerst dan zeer fraai, wanneer hij bij een mengsel van 5 C. G. Vio percentige kinine-oplossing, 7 C. C. sterk chloorwater en 1 droppel ferrrocyaankaliumoplossing van 3%, I droppel ammonia liquida voegde. Ook ging de heer N. de reacties op cinchonine met chloorwater en ammonia en die met ferrocyaankalium (in Fresenius opgegeven) na, zoo ook de reactie op kinidine met ioodkalium, en bevond bij allen, dat men steeds met omzichtigheid moet te werk gaan en de sterkte der te bezigen oplossingen door eigen proefnemingen moet leeren kennen, dewijl zij inde leerboeken niet vermeld, en toch meestal van belangrijken invloed op het verschijnen der reactie zijn. Naar aanleiding van het door den heer Nagelvoort medegedeelde in n°. 35 van den vorigen Jaargang (31 December 1876) ontvingen wijde volgende missives, die wij als onpartijdige Redactie in haar geheel, zooals zij ons gezonden zijn, plaatsen met het daarbij aangehaald Verslag, wenschenile van verdere polemiek over deze zaak verschoond te blijven. Red. Soerabaija 14 Mei 1877. Geachte Heer! Gelieve zoo vriendelijk te willen zijn het navolgende in het veelgelezen Pharmaceutisch Weekblad op te willen nemen, waarmede U ten zeerste zoudt verplichten met hoogachting Uw. d(v. dien. G. Ellinger. Geachte Redacteur! Met referte op het voorkomende in het Pharm. Weekblad N°. 52, omtrent de Apothekers A. Steudemann & C°. en Ellinger en van Lissa te Soerabaija, zoude ik de hooge Eegeering wel in overweging willen geven om den ontslagen stadsapotheker Nagelvoort van Soerabaija, aan te stellen als scheikundig expert voor de apothekers van Nederlandsch Indië. Dat de ex-stads-apotheker Nagelvoort dit ten volle verdient, heeft hij klaarblijkelijk bewezen bij een onderzoek van chinine van de firma Ellinger en van Lissa afkomstig. Met achting Uw Dw. G. E. Tevens zend ik u hierbij afschrift vaneen verslag der onderzoeking van chinine. Dit verslag is gezonden aan den Gouverneur-Generaal, aan den Eesident van Soerabaija en aan den Directeur van onderwijs, nijverheid en eeredienst. G. E. YEESLAG van hel onderzoek van zwavelzure chinine inde Java'sche apotheek van de firma Ellinger & van Lissa door de Plaatselijke Commissie van Geneeskundig Onderzoek en Toevoorzicht te Soeraiaia, bij hare gewone halfjaarljksche inspectie, benevens de gevolgen van dat onderzoek. Op den 27sten Juli j. 1. kwam de Plaatselijke Commissie van Geneeskundig Onderzoek en Toevoorzicht inde Java’sche apotheek, toebehoorende aan de firma Ellinger & van Lissa, waarin de ondergeteekende als verantwoordelijk apotheker bekend is. De President deelde mij mede dat de commissie de gewone half-jaarlijksche visitatie kwam houden, en de Secretaris de heer Nagelvoort (met een verschrikkelijken omhaal var, woorden) dat het hem leed deed de apotheken der collega’s te moeten visiteeren enz. enz. ; maar dat hij nu het zoo zijn moest, dit goed zoude doen. Aan laatstgenoemden heer antwoordde ik eenvoudig dat ik wist, zijne betrekking van Secretaris dit medebragt, en hij zich niet moest geneeren. De heer Nagelvoort vroeg de'Sulphas Chinicus, en zeide deze te willen onderzoeken waarvoor ik ZEd. Ammonia en Aether aanbood, natuurlijk inde veronderstelling dat hij het onderzoek volgens de Pharmacopoea zoude doen; hij bedankte echter voor die reagentia en vroeg mij Aqua chlorata, Ammonia en Ferrocyankalium in solutio.

27 bozum (Baarderadeel) (Friesland). W. J. Driessen, pl. h. en vr. m, Haarlem 1 April 1841, 13 Maart 1851 en 16 Juli 1841. brakel (Gelderland). J. W. Loysen Dillié, pl. h. en vr. m. Middelburg 21 Nov. 1856 en 23 Nov. 1857. BBEUKELEN NIJENRODE (Utrecht), F. Vos, pl. h, en vr. m. Utrecht 1833. broek op langedijk' (N.-Holland), W. Stolp, pl. h. en vr. m. Haarlem 15 Juli 1864 en 11 Jan. 1865. brouwershaven (Zeeland). M, J. Bijban, pl. h. en vr. m. Middelburg 15 Mei 1862 en 16 Oct. 1861. J. Moolenburgh, med. dr. Leiden 33 Dec. 1840. bruinisse (Zeeland). H. F. W. Steenkamp, pl. h. en vr. m. Middelburg 19 Febr. 1857 en 11 Nov. 1859. budel (N.-Brabant). A. N. Brandts, pl. h. en vr. m. Arnhem 29 Oct. en 16 April 1840. buiksloot (N.-Holland). A. W. Van Douwe, pl. h. en vr. m. Leeuwarden 26 Maart 1850. D. Holterman, pl. b. en vr. m. Haarlem 13 Maart 1851 en Utrecht 28 Nov. 1851. buitenpost {Achtkarspelen) (Friesland). S, Greidanus, m., ch. et a. o, dr. Leiden 26 Juni 1866, 12 Mei 1868, 23 Oct. 1866. bunnik (Utrecht). H. H. E. Morren, pl. h. en vr. m. Utrecht 1831 en 1834. bunschoten (Utrecht). F. J. Spruijt, pl. h. en vr. m. Arnhem 1850 en 1859. buren (Gelderland). G. Ribbius, pl. h. en vr. m, Amsterdam 4 Juli 1849 en Arnhem 25 Juli 1850. burum (Kollumerland en Nieuwkruisland) (Friesland). R. Smit, m. et a. o. dr. Groningen 7 Nov. 1840 en 20 Dec. 1842. buürmaesen (Gelderland). H. J. T. Van den Bergh, arts 17 Juni 1875. cadzand (Zeeland). J. W. Blankert, pl. h. en vr. m. Middelburg 9 en 16 Juli 1835. capelle (N.-Brabant). A. de Rooij, pl. h. en vr. m. ’s Hertogenbosch 9 Mei 1855. capelle aan DEN usEL (Z.-Holland). J. Vander Wissel, pl. h. en vr. m. Haarlem 16 Mei 1863 en 14 Jan. 1863. castricüm (N.-Holland). A. Reijnders, pl. h. en vr. ra. Haarlem 12 Nov, 1842 en 9 Aug. 1843. charlois (Z.-Holland). J. Broeksmit, m. dr. pl. h. en vr. m. Utrecht 2 Juli 1868 en Dordrecht 31 Maart én 1 Sept. 1859. H. De Groot, pl. h. en vr. m. Dordrecht 6 Oct. 1842 en 7 Aug. 1844. A. Van den Toorn, pl. h. en vr. m. Dordrecht 2 Juni 1847 en 4 Oct. 1848. COEVORDEN. J. F. Nieuhof, m. et a. o. dr. Groningen 18 Dec. 1841 en Leiden 30 Juni 1847. colijnsplaat (Zeeland). B. Birkenfeld, pl. h. en vr. m. ’s Hertogenbosch 11 Oct. 1826. cüijk c, a. (N.-Brabant). P. H. H. Van Aernsbergen, m. dr., pl. h. en vr. m. Leiden 22 Nov. 1854 en Zwolle 13 Sept. 1852 en 15 Sept. 1853.