Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijvoegsel tot het Pharmaceutisch Weekblad 14- October 1877.

Concept-Regiement VOOR HET PENSIOENFONDS VOOR APOTHEKERS- AOSISTENTEN. Opgericht in 1877. ■W ‘ " Doel. Art. 1. Het doel van het fonds is: aan apothekers-adsistenten pensioen te verzekeren. Dit doel wordt bereikt door onderlinge bijdragen der leden, gesteund door de hulp van patroons en particulieren. Leden. Art. 3. Als leden van het pensioen-fonds kunnen toetreden alle personen zoowel mannelijke als vrouwelijke die, beneden den rang van Apotheker, volgens de Wet bevoegd zijn tot het verleenen van hulp inde apotheek en als zoodanig werkzaam zijn. Art. 3. Hij of zij, die lid wenscht te worden, zal zich daartoe behooren aan te melden bij eender leden van het Beduur of bij een zijner Correspondenten. Art. 4. De beoordeeling en beslissing over de al of niet aanname van een lid, geschiedt door het Bestuur. Hij of zij, die wordt afgewezen, heeft het recht zich te beroepen op het oordeel van de Algemeene Vergadering, die bij meerderheid van stemmen der aanwezigen, over zijne of hare al of niet toelating beslist. Bij staking der stemmen heeft de Voorzitter eene beslissende stem. Art. 5. Het reglement is voor iedereen verkrijgbaar op franco aanvrage aan den Secretaris-Penningmeester van het Bestuur en tegen vooruitbetaling van den prijs. Art. 6. Zij, die tot leden worden aangenomen, worden geacht zich te onderwerpen aan al de bepalingen van dit reglement. Contributie. Art. 7. Leden van het pensioenfonds betalen jaarlijks ƒlO contributie. Wie linnen twee jaar na de oprichting van het fonds toetreedt als lid, betaalt eveneens ƒ 10. Wie na dien termijn toetreedt, betaalt behalve de jaarlijksche bijdrage van ƒ 10, in ééns ƒ 5, en zoo hij bij die toetreding ouder dan 40 jaar is, voor elk jaar boven dien leeftijd ƒ 0.50. Art. 8. De gestorte gelden van degenen, die overlijden vóór zij in het genot van pensioen komen, of van degenen, die willekeurig uittreden, blijven aan het fonds. Art. 9. Jaarlijks vóór 1 December wordt door middel van de Administratie der Posterijen over de contributie per quitantie beschikt. Art. 10. Leden, die in gebreke blijven de contributie op vertoon der quitantie te betalen en nalaten die contributie per postwissel over te maken, na daartoe door den Secretaris-Penningmeester schriftelijk te zijn aangemaand, verliezen alle aanspraken op de voordeelen, die het fonds afwerpt en op de door hen reeds gestorte gelden.

Sluiten