Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14e Jaargang. 28 October 1877. Iï°. 26.

PHARMACEDTISCH WEEKBLAD VOOB NEDERLAND. Voor Apothekers en Apotheekhoudende Geneeskundigen.

REDACTEUR: B. J. OPWIJRDA, te Nijmegen. Prijs per Jaargang, franco per post, ƒ 4,50. Advertentiën: van I—s regels f I,—, elke regel meer 20 Cts. en 10 Cts. voor een N°. van het blad. Een Abonnements-iariei is op aanvrage verkrijgbaar. Ilededcelingen. Ingezonden stukken. Z. M. heeft benoemd tot hoogleeraar inde faculteit der wis- en natuurkunde aan de Kijks-Universiteit te Utrecht dr. H. Wefers Bettink. Niettegenstaande inde Series lectionum te Utrecht opgegeven is, dat pharmacie en toxicologie aan dr. E. Mulder zijn opgedragen, meenen wij toch, dat de benoeming van dr. Wefers Bettink in verband staat met het onderwijs inde pharmacie, dewijl laatstgenoemde heer geëxamineerd apotheker is en tevens nu reeds belast met het toezicht over de opleiding tot militair apotheker voor O. Indië te Utrecht. Met betrekking tot de pharmaceutische vakken, op de Universiteiten te doceeren, merkt men ons nog op, dat te Amsterdam op de Series pharmacognosie voorkomt, welk vak bij de 3 Bijksuniversiteiten gemist wordt. Verslag van het verhandelde op de Vergadering tot het bespreken van het Concept-Beglement voor het Pensioenfonds voor Apothekers-Adsislenten, gehouden op Zondag 21 October in het gebouw van het Algemeen Ziekenfonds inde Beulingstraat te A msterdam. Blijkens de presentielijst waren (naar volgorde der lijst) aanwezig de Heeren: F. D. Fontein, apoth. Utrecht; Dr. P. Ankersmit, apoth. Amsterdam; L. H. H. Enters, apoth. Velp; J. M. Polak, apoth. Amsterdam; Dr. J. Th. Mouton, apoth. ’s Gravenhage; D. B. Centen, uitgever Amsterdam; A. J. A. de Bosson, apoth. Dordrecht; N. M. Bouvy, apoth. Amsterdam; K. J. Opwijrda, apoth. Nijmegen; D. H. Van Ingen en J. H. De Eeus, adsistenten Alkmaar; G. Nuijt, ads. Brielle; W. Van der Horden, ads. .Botterdam; J. Slagter, ads. Utrecht; J. Holtmans, ads. Weesp. Daarenboven waren aanwezig de heer Snoer en de 5 Leden der Commissie. Als oudste dier Leden, verwelkomde de heer Kruijsse de aanwezigen, wees op het gewicht der bijeenkomst en sprak den wensch uit, dat de vergadering zich door denzelfden geest van welwillendheid mocht kenmerken, als op 8 April 1.1. te Utrecht het geval was. Vervolgens noodigde spreker den heer Opwijrda uit zich wel met het voorzitterschap te willen belasten en die uitnoodiging te willen beschouwen als een bewijs van hulde van de zijde der Commissie voor hetgeen ZEd. in het belang van het fonds had gedaan, en als een bewijs van waardeering van de uitmuntende wijze, waarop ZEd. zich in der tijd te Utrecht van die taak had gekweten. De heer Opwijrda verklaarde zich bereid de leiding der vergadering op zich te nemen en opende de discussie over de verschillende Artikelen van het Concept-Beglement. Art. 1 werd bij acclamatie aangenomen. Op voorstel van den heer Ankersmit werd besloten uit Art. 2 te doen wegvallen de woorden : //beneden den rang van apotheker.” Art. 3 aangenomen, met bijvoeging van de woorden : „met overlegging van de noodige bewijsstukken.”

UITGEVER D. B. CEKTEIV, te Amsterdam. De stukken, welke men wenscht opgenomen te zien, worden uiterlijk Woensdag morgen verwacht bij den Redacteur, De Advertentiën uiterlijk Vrijdag avond bij den Uitgever. Art. 4. De heer Mouton stelt voor het artikel aldus te lezen : De beoordeeling en beslissing over de al of niet aanneming vaneen lid geschiedt door het Bestuur, hetwelk de redenen van weigering opgeeft aan den of de afgewezene, indien dit door hem of haar wordt verlangd. Hij of zij, die wordt afgewezen, heeft het recht zich te beroepen op het oordeel der Algemeene Vergadering, die bij meerderheid van stemmen der aanwezigen over zijne of hare al of niet toelating, beslist. Bi) staking der stemmen wordt de appellant aangenomen. Aldus goedgekeurd. Art. 6 (C. B.) wordt Art. 5. Art. 6. Over dit artikel werden langdurige discussiën gevoerd ; verschillende amendementen werden ter sprake gebracht. Op voorstel van de heeren Mouton, Ankersmit en Fontein wordt het artikel aldus gewijzigd : Leden van het pensioenfonds betalen jaarlijks /10 contributie. _ een tijdsverloop van twee jaar na de oprichting, wordt niemand als lid aangenomen, die zich na zijn (of haar) dertigsten verjaardag heeft aangemeld. Wie op het tijdstip der oprichting bevoegd is toe, te treden, doch zich eerst zes maanden daarna aanmeldt, betaalt (boven de contributie) / 5 entréegeld. Wie eerst na dertigjarigen leeftijd het diploma als adsistent heeft verkregen, wordt niet als lid aangenomen, dan tenzij hij of zij zich binnen een jaar daarna aanmeldt. Art. 7. Ook over dit artikel hadden belangrijke gedachtewisselingen plaats, naar aanleiding vaneen amendement van den heer van gingen, om de weduwen van Leden-adsistenten te doen treden inde rechten van haar overleden echtgenooten. Nadat de heer van Ingen zijn amendement had ingetrokken, werd voorgesteld, het artikel aldus te wijzigen : De gestorte gelden van degenen, die overlijden of uittreden, blijven aan het fonds. Art. 7 werd met oppositie van 3 stemmen aangenomen. Art. 8, Wordt aldus gewijzigd : Jaarlijks vóór 1 December wordt door middel van de Administratie der Posterijen over de geheele contributie voor het volgend jaar beschikt. Het Iste boekjaar begint op 1 Januari 1878. Art. 9. Wordt aldus gewijzigd op voorstel van den heer Mouton : Leden, die in gebreke blijven de contributie op vertoon der quitantie te betalen en nalaten die contributie per postwissel over te maken, binnen veertien dagen na ontvangst van de aanmaning, hun of haar door den Secretaris-Penningmeester per aangeteekenden brief toegezonden, verliezen alle aanspraken op de voordeelen, die het fonds afwerpt en op de door hen of haar reeds gestorte gelden. Art. 10 luidt op voorstel van den heer Ankersmit aldus: Indien een lid zich tijdelijk in verplichten krijgsdienst begeeft en daarvan binnen een maand aan den Secretaris-Penningmeester kennis geeft, kan hij in afwijking van het bepaalde

Sluiten