is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 14, 1877-1878, no 31, 02-12-1877

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in zoo booge mate behoeft voor zijne latere werkzaamheid in zijn bedrijf, daar deze zich niet, gelijk wij bet reeds straks vernamen, uitsluitend bepaalt tot bet verstrekken van artsenijen aan het publiek, maar hij ook, vooral in kleinere plaatsen, optreedt zoowel voor de overheid als voor den arts als de vertrouwde deskundige, de wetenschappelijke en technische raadgever. //De bereiding der pharmaoeutisch-chemiscbe praeparaten is ! inden laatsten tijd meer en meer uit de laboratoriën inde chemische fabrieken overgegaan. Inde practijk der pharmaoie ontbreekt derhalve de gelegenheid om zulke praeparaten te leeren bereiden, dat toch een gebiedend vereischte is, wil men bij j het onderzoek naar de zuiverheid, juist op die stoffen de aandacht vestigen, die daarin allereerst, ten gevolge der bereiding, te verwachten zijn. //Het is dus bepaald noodig, dat pharmaceutische laboratoriën worden ingericht, door den hoogleeraar inde artsenijbereidkunde bestuurd, daar de bestaande algemeene laboratoriën den aan- | staanden doctor inde pharmacie of den pharmaceut geen vol- | doende gelegenheid aanbieden tot oefening in het vervaardigen ] van pharmaceutisch en medisch belangrijke praeparaten, alsmede tot het verrichten van onderzoekingen op het gebied van toxicologie en hygiëne. //Dat zulke laboratoriën groote diensten kunnen bewijzen èn aan den voortgang der wetenschap, èn aan het maatschappelijk belang, springt duidelijk in het oog bij de overweging, hoe van een tal van geneeskrachtige planten de werkzame bestanddeelen nog slechts weinig of in het geheel niet bekend zijn; hoe gebrekkig nog vaak de methoden zijn van quantitatieve bepaling van die geneeskrachtige beginsels, en hoezeer zij althans controle voor hare deugdelijkheid behoeven ; hoe vruchtdragend het onderzoek kan zijn van gommen, harsen, gomharsen en balsems, naar de verhouding tegenover het gepolariseerd licht van aetherische oliën, aloaloïden en andere stoffen, die onder het bereik vallen van de pharmacie; hoe er steeds naar gestreefd behoort te worden om de opsporing en onderkenning van vergiften op de zekerste en meest eenvoudige wijze te doen plaats hebben; en eindelijk hoeveel er nog te doen blijft, om met zekerheid de vervalsching, of mindere deugdelijkheid zelfs, van onze voornaamste levensmiddelen te onderkennen. //Zóó wordt aan de pharmacie der toekomst een schoone werkkring aangewezen, tot heil der menschheid. Naarmate zij zich uitbreidt, wordt zij meer en meer van hoog belang. Moge zij steeds meer beoefenaars tellen en harer roeping getrouw blijven!” In het verdere gedeelte der redevoering laat de hoogleeraar duidelijk uitkomen, dat de inrichting vaneen afzonderlijk pharmaceutisoh-toxicologisch laboratorium zich te Leiden niet zal doen wachten, terwijl hij tevens den wensch uitspreekt, dat spoedig voorloopig in het noodige moge voorzien worden, om met het onderwijs een aanvang te kunnen nemen, hoewel hij gevoelt, dat hij aanvankelijk voor weinige studenten als voorganger zal optreden. Waar de meeste vruchten van het onderwijs te trekken zijn door de doelmatigheid der inrichtingen en de degelijkheid van den leermeester, daar zal natuurlijk het aantal studeerenden het grootst zijn. Met vreugde zal elk, die het goed met de pharmacie meent, de oprichting van den pharmaceutischen leerstoel begroeten, niet alleen omdat daardoor de stand maatschappelijk verhoogd wordt, maar ook omdat het ook een middel kan zijn, om veel te verbeteren, wat de vaderlandsche pharmacie nog ontsiert, onedele concurrentie, gepaard met bekrompenheid van begrip en kwalijk geplaatst eigenbelang. Ook hier, evenals bij de geheele ontwikkeling van het volk, kan alleen het oog met vertrouwen gevestigd worden op het onderwijs. Het toekomstig academisch onderwijs van den pharmaceut kan in meer dan in eenig ander vak op zijn maatschappelijken en moreelen toestand van invloed zijn, dewijl de student in eigen kring door de werkzaamheden in het laboratorium met den docent' voortdurend in aanraking is, Ook de hoogleeraar van der Burg gevoelde dit, toen hij zijne belangrijke redevoering met de volgende woorden eindigde: //Wel Edele Heeren Studenten dezer Universiteit, onder welke ik verscheidene als oud-leerlin,gen mag begroeten, slechts voor zeer weinige Uwer zal ik aanvankelijk als Voorganger optreden. Laat ons, hoewel klein in getal, sterk zijn door den band, die ons samensnoert! Laat noch verschil in jaren, noch verschil

van stand ons kunnen verdeelen. Laat ik niet alleen Uw raadsman, laat ik meer, laat ik Uw vriend zijn en dat wij elkaar als vrienden inde beoefening der wetenschap ondersteunen! O! elk onzer zal die hulp wel behoeven! De weg, die naar den tempel van ware wijsheid en kennis leidt, is niet overal even effen en gemakkelijk, maar het doel is heilig en doet eiken weldenkende in geestdrift ontvlammen. //Moge ons samenwerken ook voor ons zijn eene schrede verder op de baan der ontwikkeling!” De heer van der Ven, apotheker te Dordrecht, verzoekt ons de volgende recepten te taxeeren, gereed gemaakt het eerste voor iemand uit de 3de, de beide laatste voor iemand uit de 4de categ. No. 1. brometi zincici 15,0, / extr. secalis cornut. liq. (Pharm. britt.) 120,0. Solve D. 8. Driemaal daags 10 droppels. No, 2. Iff: lactat, sodae 4,0, pepsini araylacei 2,0, tinct. castorei sibir. 2,0, tinct, aether. rhei 20,0, vin. cort. chinae 50,0, aquae melissae 100,0, syrupi aurantiorum 30,0. S. A prendre 3 cuillerées a soupe par jour, après le déjeuner, le second déjeuner et le diner. No. 3. {f: brometi kalici 3,0, valerian. ohinini 0,900, extracti rhei 3,0, aquae q. s. M. f. pilulae No. 30. S. U. c. Op ons verzoek tot inlichting, alvorens tot de taxatie over te gaan, meldde ons de heer v.d. V., dat het extr. secal. cornut. liq. Ph. Britt. voor No. 1 telkens in eene hoeveelheid van 240 gram door hem opzettelijk voor dit recept bereid is (in Mei j. 1,, dus van secale cornutum van den oogst van 1876), ingevolge de mededeeling, dat het waarschijnlijk meer dan eens zou moeten gereed gemaakt worden ; verder, dat de tinct. aeth. rhei in No. 2 door hem bereid is naar eigen voorschrift, door het deplaceeren van 1 deel radix rhei met 8 deelen aether; pepsin. amylac. en vin. cort. chinae naar Hager’s Manuale. No. 1.15 gram bromet. zincic ƒ 0,60 120 // extr. secal. corn. liq. Britt, *) // 4,70 Gereedmaken (3de categ.) ....// 0,20 Plesohje " 0,10 ƒ 5.60 *) Voor 240 gram extr. secal. corn. liq. Britt. waren noodig (de ingrediënten tegen inkoopsprijzen): 310 gram secale cornnt. (volgens de prijsc. in Mei). ƒ 1,20 300 „ aether L°o 120 „ spiritus reclifatissimus 0,40 Vuur en vergoeding voor tijd en arbeid . „ 1,60 / 4,70' welke (door verdubbeling) de som zal bedragen van 120 gram inde receptuur. No. 2.4 gram lact. natrie f 0,16 2 // pepsin. amylac. . . . // 0,40 2 // tinct. castor. sibir. . . // 1,50 20 // tinct. aeth. rhei *) . . // 0,85 S0 // vin. chinae " 0,50 30 // syr. aurant " 0,12 Gereedmaken (4de oat.) . . . // 0,80 Pleschje " 0,15 te berekenen f 4,00 ƒ 8,98 *) Voor 20 gram tinct. aetb. rhei waren noodig: 2,5 gram rad. rhei pulver.) – . .. / 0,05 ongeveer 25 „ aether. . . .J PVI „ 0,125 Vergoeding voor tijd en arbeid . . . «0,25 ƒ 0.425 d.i. 85 cents inde receptuur. No. 8. 3 gram bromet. kalic f 0,12 900 milligr. valer, chinini . . . // 1,20 3 gram extr. rhei n 0,30 Gereedmaken (4de cat.) . . . // 0,50 te berekenen ƒ 3,10 ƒ 3,13