Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14e Jaargang. 30 December 1877. N°. 3 .

FHARMACEDTISCH WEEKBLAD VOOR NEDERLAND. Voor Apothekers en Apotheekhoudende Geneeskundigen.

REDACTEUR: R. J, OFWIJRDA, te Nijmegen, Prijs per Jaargang, franco per post, ƒ 4,50. Advertentiën; van I—s regels f 1,—, elke regel meer 20 Cts. en 10 Cts. voor een N°. van het blad. Een Abonnements-tarief is op aanvrage verkrijgbaar. Mededeelingen. Ingezonden stukken. UITLEGGING ÜBB WET KEGELENDE DE UITOEFENING DEK AKTBENIJBEKEIDKUNST. V. Art. 6. //Elk geneesmiddel wordt bewaard ineen daartoe geschikt //voorwerp, hetwelk den officieelen en meest gebruikelijken offi//cinalen naam van het middel duidelijk leesbaar tot opschrift //heeft.” //Bij geneesmiddelen inde pharmacopoea niet vermeld, wijst //het opschrift aan, naar welk voorschrift zij bereid zijn.” Al. 1. Onder //officieelen” naam verstaat de wet den Latijnschen wetenschappelijken naam aan het hoofd van elk artikel inde Tharm. geplaatst; onder //officinalen” naam eender daarbij gevoegde synoniemen, eene bepaling noodzakelijk, omdat op de recepten inden regel het geneesmiddel met den ouderen empirischen naam aangeduid wordt. Sommige geneesmiddelen zijn met verschillende synoniemen bedeeld, vrij wat meer inde Ed. I, die bij de invoering der wet vigeerde, dan inde Ed. II; van daar de aanwijzing: //de meest gebruikelijke officinale naam.” Het noodzakelijke van de uitdrukkelijke wetsbepaling //duidelijk leesbaar” is bij visitaties meermalen gebleken. Al. 2. Eigenaardig is de geschiedenis dezer alinea. In het ontwerp van October 1863 ging het art., waarin de verplichting tot officieele en officinale namen der geneesmiddelen op de voorwerpen behandeld wordt, vooraf, en daarop volgde het art., regelende de verhouding der apotheken voor instellingen van ziekenzorge enz. De eerste alin. van ons tegenwoordig art. 6 was toen art. 5, terwijl art. 6 ons tegenwoordige art. 5 was met bijvoeging bijna woordelijk der bepaling, thans in alin. 3 van art, 6 vervat, omtrent de opschriften der geneesmiddelen, die niet inde Tharm. voorkomen. De bedoeling was toen klaarblijkelijk, dat geneesmiddelen inde apotheek eener instelling in voorraad gehouden en, naar het een of ander bijzonder voorschrift van den geneeskundige van het gesticht buiten de Pharm. bereid, eene etiquette moesten bevatten, waaruit te vernemen was naar welk voorschrift de bereiding had plaats gehad. Bij de omzetting der genoemde 3 artikelen in het laatste ingediend ontwerp werd de 3e alin. bij het tegenwoordig artikel 6 gevoegd inde bewoordingen, die thans inde wet voorkomen, terwijl nog als laatste zinsnede was bijgevoegd : //Ge//heime geneesmiddelen, waarvan de verkoop volgens art. 8 is //toegestaan, zijn hiervan uitgezonderd.” Nadat art. 8, hetwelk ten doel had den verkoop der geheime geneesmiddelen te regelen en, voor zooverre die verkoop toegestaan zou worden, tot de apotheek te bepalen, verworpen was, moest ook de laatste zinsnede van het ontworpen art. 6: //Geheime geneesmiddelen uitgezonderd,” vervallen. De 3de alinea is volgens de Memorie van Toelichting noodzakelijk in het belang eener doeltreffende visitatie der apotheken ; zij werd bij eene letterlijke opvatting tevens als middel ter

UITGEVER: ». I*. «JKVrK*, te Amsterdam. De stukken, welke men wenscht opgenomen te zien, worden niterlijk Woensdag morgen verwacht bij den Redacteur. De Advertentiën uiterlijk Vrijdag avond bij den Uitgever. hand genomen, om den verkoop van geheime geneesmiddelen door apothekers te beletten of te beteugelen. Terwijl inde eerste jaren na de invoering der geneeskundige wetten in het hoogste ressort vrijspraak volgde, wanneer partikulieren wegens den verkoop van geheime geneesmiddelen vervolgd waren, zijn daarentegen herhaaldelijk apothekers veroordeeld, die dergelijke geneesmiddelen in hun voorraad hadden, zonder dat uit het opschrift het voorschrift was op te maken. Ten gevolge daarvan Werd zelfs dooreen apotheker de apotheek vaarwel gezegd en een partikuliere handel opgezet; een ander droeg den verkoop aan zijne vrouw over enz., feiten, die juist niet spreken ter cere der Nederl. pharmacie, maar een bewijs opleveren van het belangrijk debiet in die middelen. In later dagen heeft eene nadere interpretatie van art. 30 den verkoop van vele geheime geneesmiddelen inden algemeenen handel tegengegaan. De apolhekers-depothouders verlangden de recepten hunner depotmiddelen van de leveranciers en legden ze vooitaan,desgevraagd, aan de visiteerende commissiën over, die dan maar uitte maken hadden, of het geneesmiddel juist aan dat voorschrift beantwoordde. De kwestie der strafbaarheid voor de wet is nooo niet voorgekomen, indien mocht blijken dat het geneesmiddel niet naar het opgegeven voorschrift kan bereid zijn. Eventueel zal hier zelfs bezwaarlijk een artikel der strafbepalingen op toegepast kunnen worden, dewijl deze enkel slaan op geneesmiddelen, die voorhanden moeten zijn. Eindelijk merken wij nog op, dat onder de aanwijzing op het opschrift, naar welk voorschrift -het geneesmiddel bereid is, niet het voorschrift in zijn geheel kan bedoeld zijn, maarde bron, waaraan het ontleend is, hetzij eene andere Pharm. als de hier te lande vigeerende, hetzij het een of ander Eormularium, hetzij eene eigene verzameling van recepten. Bij de namen der,, geneesmiddelen uit de Ed. I, die inde Ed. II niet opgenomen zijn, zal thans ook //Ed. I” moeten gevoegd zijn. Art. 7. //De vergiffen, bij openbare bekendmaking aan te wijzen «door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, na eene //commissie van deskundigen te hebben gehoord, worden in eene //of meer gesloten kasten bewaard. //De sleutel daarvan berust bij den apotheker of hulp-apotheker. //De vergiften, inde Nederl. pharmacopoea niet opgenoemd, //welke de apotheker voorhanden heeft, worden in dezelfde »kast of kasten bewaard”. //De vergiften”. Bij de onmogelijkheid om eene juiste definitie van //vergift” te 'geven, wordt door dit artikel bepaald, wat de Nederl, apotheker onder //vergiften” te verstaan hebbe, namelijk die zelfstandigheden, welke op eene lijst voorkomen door den Minister van Binnenlandsche Zaken bekend gemaakt. Op die lijst worden enkel zelfstandigheden genoemd, die inde Nederl. Pharm. voorkomen. Voor den Nederl, rechter bestaat dus geen twijfel, wat inde vergiftkast moet geplaatst zijn, wanneer het eene zelfstandigheid betreft, die inde Nederl. Pharm. genoemd wordt. Alleen dan, wanneer de zelfstandigheid niet inde Nederl, Pharm. genoemd wordt, kan er verschil tusschen hem en den

Sluiten