is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 14, 1877-1878, no 35, 30-12-1877

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

apotheker bestaan en dan zullen deskundigen moeten beslissen. De lijst der vergiften is het eerst openbaar gemaakt in November 1865 en werd na de invoering van de Ed. II der Pharm. vernieuwd (15 Juli 1873, No. 339, 9de Afd). Zij is in tweeën gesplitst, in Lijst A en B, de eerste bevattende de zware vergiften, die inde vergiftkast moeten bewaard worden; de tweede bevattende vergiftige zelfstandigheden, die, desverkiezende, buiten de vergiftkast mogen bewaard worden, maar alsdan met een duidelijk kenmerk moeten voorzien zijn, waarvoor officieel eene gekleurde ster aangegeven is. Lijst A van 1865 bevatte 65, Lijst B van 1865 52; Lijst A van 1873 51, Lijst B van 1873 62 zelfstandigheden. //In eene of meer gesloten basten”. Hier is aan den wetgever eene nadere omschrijving ontsnapt, want deze bepaling had moeten luiden: //in eene of meer uitsluitend daartoe bestemde gesloten kasten”. Bij de tegenwoordige redactie toch wordt wel sluiting der kasten geboden, maar niet het verbod, hetwelk inde bedoeling ligt, uitgesproken, dat ook andere zelfstandigheden als vergiften in die gesloten kasten bewaard worden. Inde ministerieele resolutie van 15 Juli 1873 wordt de leemte aangevuld, doordien aldaar boven de Lijsten A en B gesproken wordt van het al dan niet bewaren der vergiften //in de gesloten vergiftkasten”. Het woord //vergiftkast” komt ook voor in art. 20 der wet, wanneer gesproken wordt van het eventueel ter hand stellen van den sleutel aan den burgemeester der gemeente. Een vonnis der Gorinohemsche rechtbank van 20 Januari 1869 had reeds in dien zin beslist. //De sleutel berust bij den apotheker of hulp-apotheker”. Bij circulaire zijn door de geneeskundige inspecteurs de apothekers en apotheekhoudende geneeskundigen aangeschreven, een tweede exemplaar van sleutel of sleutels ineen verzegeld pakket gereed te houden, opdat de visitatie der vergiftkast ook bij hunne afwezigheid geschieden kunne. UITOEFENING DER ARTSENIJSERETDKUNST DOOR GENEESKUNDIGEN. Tndien er nog bij iemand zwarigheid bestaat om eene veroordeeling van het uitoefenen der artsenijbereidkunst door geneeskundigen uitte spreken, dan kan het onderstaande hem leeren, tot welke uitersten eene dergelijke combinatie van twee uiteenloopende vakken leiden kan. j De mededeeling in No. 32 omtrent het rondventen van geneesmiddelen op het eiland Marken staat kennelijk in verband met een bericht inde korts uitgekomen Verzameling van stukken betreffende het geneeskundig staatstoezicht in Nederland, 1877, blz. 148 van den volgenden inhoud; //De heeren officieren van //Justitie te Alkmaar en te Hoorn worden opmerkzaam gemaakt //op eene kwakzalverij, die gedreven werd door zekeren Stelten//pohl te Texel, die onder dekmantel van den plattelands-heel//en vroedmeester P. Nuijens, geneesmiddelen colpolteerde in //verschillende streken van Noord-Holland.” Omtrent genoemden geneeskundige Nuijens lezen wij in dezelfde Verzameling blz. 147 : //Bij vonnis der arrondissements//Eegtbank van Haarlem d.d. 15 Eebr. 1877, werd P. Nuijens, //plattelands heel- en vroedmeester te Uitgeest, veroordeeld tot //2 geldboeten van ƒ 10 en 7 geldboeten van / 3, wegens het //bij de winkelvisitatie niet schouwbaar voorhanden hebben van //de lijst van geneesmiddelen, het voor pharmaceutisch gebruik //ongeschikt zijn der milligrammenbalans en wegens het ont//breken van 7 geneesmiddelen. Een verzoek om gratie van //den veroordeelde werd van de hand gewezen.” Uiteen ons toegezonden groen gedrukt papier met het opschrift: //Depot van geneesmiddelen van Dr. P. Nuijens”, leeren wij, welke geneesmiddelen onder zijn dekmantel gecolpolteerd worden ; Pillen, poeders, drankjes, zalven, pleisters en wat al niet meer tegen de meest verschillende kwalen van het mannelijk en vrouwelijk geslacht met vrij triviale aanduiding van de laatste. De zaak is dus deze: de heer Nuijens laat door iemand van zijnentwege in verschillende plaatsen toebereide artsenijen aanbieden en verkoopen. Natuurlijk komt de vraag op: Is dit wettig? Zullen de officieren van Justitie inde betrokken plaatsen gevolg kunnen geven aan den wenk van het geneeskundig staatstoezicht? Onzes inziens, zijn hiertoe, helaas! geen termen te vinden. De heer Nuijens heeft volgens al. 2 van art. 9 der Wet regelende de uitoefening der geneeskunst, op zijne standplaats

Uitgeest, waar geen apotheker gevestigd is, de bevoegdheid tot het afleveren van geneesmiddelen, en niet alleen daar, maar die bevoegdheid strekt zich ook uit tot andere plaatsen, in welke geen apotheker gevestigd is. Hij kan dus het recht doen gelden tot het leveren van geneesmiddelen op alle plaatsen in Noord Holland, waar geen apotheker gevestigd is (niet verder, want alleen voor Noord-Holland is door den provincialen inspecteur het bewijs van bevoegdheid geviseerd). Roept men zijn geneeskundigen raad of bijstand op genoemde plaatsen in, dan mag hij hetzij na persoonlijk bezoek hetzij na schriftelijke inlichting daarheen zijne geneesmiddelen brengen of door iemand van zijnentwege doen bezorgen. Acht hij het verder niet beneden zijne waardigheid of die zijner professie, om aan de huizen van de ingezetenen der genoemde plaatsen geneesmiddelen met aanduiding van de kwalen, waartegen zij zullen dienen, persoonlijk te verkoop aan te bieden of dit van zijnentwege dooreen commissionair te laten doen, dan bestaat er geen wetsartikel, hetwelk hem dit beletten kan. Een apotheker zou daarvoor strafbaar zijn, want art. 9 der wet, regelende de uitoefening der artsenijbereidkunst, verbiedt hem geneesmiddelen anders af te leveren dan op recept of die met bepaalde aanduiding van het verlangd geneesmiddel gevraagd. worden. Voor den apotheekhoudenden geneeskundige geldt echter volgens art. 21 derzelfde wet art. 9 niet en kan ook niet op hem toepasselijk verklaard worden, omdat hij zelf de recepten voorschrijft. Ziedaar, tot hoever de gelijktijdige uitoefening der artsenij – bereidkunst en geneeskunst leiden kan. Hoe men de handeling qualificeeren wil, machteloos is, mijns inziens, de tegenwoordige geneeskundige wet tegenover eene colportage van geneesmiddelen als geschiedt door den apotheekhoudenden geneeskundige Nuijens, gevestigd te Uitgeest, wanneer deze colportage van zijnentwege geschiedt op plaatsen in Noord-Holland, waar geen apotheker gevestigd is. Hoogstens zou men hem kunnen verplichten, om, indien hij die geneesmiddelen in zijne apotheek in voorraad houdt, op het opschrift het voorschrift te plaatsen, waarnaar zij bereid zijn. Wordt het niet hoog tijd, zooals wij reeds herhaalde malen aanwezen, dat op dit punt de wet gewijzigd worde? DE INTERNATIONALE PHARMACOPOEA. Het internationaal geneeskundig congres in het laatst van September te Genève gehouden, behandelde ook de Pharmacopoea inlernationalis. Het nam voor de redactie de beginsels aan, reeds door het internationaal pharmaceutisch congres in Augustus 1874 te Petersburg vastgesteld. De pharmacopoea zal in het Latijn geschreven en het metrieke stelsel uitsluitend daarin aangenomen worden, de temperaturen te bepalen in centigraden. Het werk zal niet anders dan zeer werkzame zelfstandigheden bevatten. De benamingen der enkelvoudige of samengestelde geneesmiddelen zullen zoo eenvoudig mogelijk zijn. Het minimum van het werkzaam bestanddeel, hetwelk de voornaamste drogerijen moeten bevatten, zal streng bepaald worden. Het maximum der onzuiverheden zal voor elk produkt aangegeven worden. De instrumenten in genees- en heelkunst gebruikelijk zullen uniform gegradueerd worden. Het congres heeft eene commissie benoemd, om de zaak der Pharm. universalia in behandeling te nemen. Zij is samengesteld uit: dr. Wil Jein son te Manchester; dr. Ma rio n Sim ste Parijs; dr. Guller te Parijs; dr. Edward Seguin te New-York: dr. Méhu, apotheker te Parijs; Gil le, apotheker, professor te Brussel ; Madsen, apotheker te Koppenhagen; Brun, apotheker te Genève (secretaris); M. J. P acchiotti, apotheker, professor te Turin (voorzitter). De heeren van Asperen en Enters, apothekers te Yelp, verzoeken ons onderstaande recepten, die hun als copiën ter gereedmaking aangeboden waren, openlijk in het Pharm. Weekblad te taxeeren, om bij het verschil in prijs met andere collega’s, die deze recepten vroeger gereed maakten, aan hunne clientèle te toonen, dat zij strikt ons tarief als leiddraad gebruiken. Wij voldoen om laatstgenoemde reden gaarne aan dit verzoek, met uitdrukkelijke vermelding echter, dat wij ons nu evenmin als ooit bij verschil in opvatting tusschen collega’s als partij stellen.