Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14e Jaargang. 13 Januari 1878. N°. 37.

PHARMACEUTISCH WEEKBLAD VOOR NEDERLAND. Voor Apothekers en Apotheekhoudende Geneeskundigen.

REDACTEUR: R. «I. OPWIJRDA, te Nijmegen. Prijs per Jaargang, franco per post, ƒ 4,50. Advertentiën: van I—s regels f 1,—, elke regel meer 20 Cts. en 10 Cts. voor een N°. van het blad. Een Abonnements-tarief is op aanvrage verkrijgbaar. Bij dit Blad behoort een Bijvoegsel. Mededeelingen. Ingezonden stukken. PHAHMAOEUTISCHE POEDERMOLEN. Het traditioneele geraasmakende //stampen” inde apotheken wacht eene waardige concurrentie inde korts in gebruik gekomen //poedermolens.” Ik was dezer dagen inde gelegenheid deze toestellen bij den heer J. M. Reese, firma Schatens en Eeese, te Meppel in werking te zien en wensch aan mijne lezers verslag van mijne bevinding aldaar te geven. Het kneuzen der voorwerpen geschiedt tusschen geribde stalen walzen, die in beweging gebracht worden door het draaien vaneen rad met kruk. De machine, die uit 138 stukken bestaat, kan geheel en gemakkelijk uit elkander genomen en diensvolgens telkens, zoo noodig na elke bewerking, schoon gemaakt worden, iets van de grootste beteekenis bij sterk riekende zelfstandigheden. In mijne tegenwoordigheid werd gummi arabicum en radix helenii gemalen en ik zag, hoe met geringe arbeidskrachten groot succes verkregen werd. Binnen zeer korten tijd was bijv. van radix helenii, in geheele, ongesneden, stukken inden molen gebracht, eene aanzienlijke hoeveelheid grof en zeer fijn poeder gereed. Stuiven werd bij het malen bijna niet waargenomen; eene doelmatige inrichting, door den heer Eeese aangebracht, voorkomt dit ook bij het verzamelen der poeders. De drogerijen moeten vooraf behoorlijk gedroogd worden, waartoe de heer E. bijzondere kasten doelmatig ingericht heeft. De temperatuur is daarin hoogstens 45° C. en kan door verschillende plaatsing der poeders op de ramen geregeld worden. Ik bezichtigde onderscheidene poeders van verschillende fijnte, in geschikte bussen opgeborgen. Zij onderscheiden zich allen door gelijkmatigheid, de gekleurde (bijv. plantenpoeders) door frischheid van kleur, de riekende door den eigenaardigen geur. De heer Eeese, hoewel het vak niet uitoefenende, is geëxamineerd apotheker. Terwijl ik den nieuwen toestel eene groote aanwinst acht op pharmaceutisch gebied, meen ik ook, dat de heer E. aanmoediging verdient en vertrouwen waardig is bij zjjne nieuwe onderneming, om poeders, op zijn poedermolen vervaardigd, of de gelegenheid tot malen van hem toegezonden ingrediënten aan te bieden. Waar den pharmaceut zoo vaak de noodige hulp ontbreekt, kan hem zulk eene gelegenheid niet dan welkom zijn. Uit hetgeen ik bij den heer E. waarnam, meen ik dit vertrouwen gerust te kunnen afleiden. DB MILITAIRE PHARMACIE IN HET VERSLAG DER COMMISSIE IN HET BELANG DER OPLEIDING VAN MILITAIRE GENEESKUNDIGEN ENZ. Onder bovenstaanden titel verscheen onlangs een hoofdartikel in het Pharmaceutisch Weekblad. Den heer Opwijrda, redacteur van het Blad, komt de eer toe, de auteur te zijn vaneen betoog, dat zich onderscheidt door eene kalme zakelijke beoordeeling van bovenbedoeld verslag, welke gewis bij alle onpartijdige lezers instemming zal vinden.

UITGEVER: D. B. CEXTEiV, te Amsterdam. De stukken, welke men wenscht opgenomen te zien, worden ui terlijk Woensdag morgen verwacht bij den Redacteur. De Advertentiën ui terlijk Vrijdag avond bij den Uitgever. Wie slechts ten halve bekend is met den inhoud van het //Verslag’’ zal niet zoeken naar de reden, waaraan het opstel zijn ontstaan te danken heeft; het waste verwachten dat yle slechte indruk, dien het verslag geeft, daar, waar men stuit op de ongepaste waardeering van de burgerlijke en militaire pharmacie, ernstige tegenspraak zoude uitlokken. Wij brengen onzen dank aan den heer 0., nu hij die taak op zich heeft genomen, het is te hopen dat zijn voorbeeld navolging moge vinden; daardoor zullen de gebreken, die de beschouwing der Commissie aankleven, meer en meer in het licht worden gesteld, en kan verijdeld worden, dat de pharmacie bij het leger worde neergedrukt tot eene laagte, die men zich niet anders kan voorstellen, dan onder voorbehoud dat zij haar karakter geheel en al heeft verloren. Aan de samenstelling der Commissie is zeker voor een deel de wanhebbelijke gedachte te wijten, die bij de beoordeeling der pharmacie, en bij het bepalen van haar advies klaarblijke-Kjk op den voorgrond is getreden. Dit neemt niet weg, dat zij daarbij onberaden is te werk gegaan en wij kunnen het haar niet vergeven dat zij tot geen andere, geen betere opvatting van haar mandaat weet te geraken, want daarin ligt de oorzaak, dat zij er niet voor terugdeinst, om middelen aan te bevelen die onder zware verdenking liggen van vicieus gehalte en strekking te zijn, eene omstandigheid die het vermoeden doet ontstaan, dat het haar aan den noodigen ernst en de vereischte belangstelling bij de behandeling van dit gedeelte harer taak heeft ontbroken. Wie zich daarvan nader overtuigen wil, leze het zesde hoofdstuk van het verslag der commissie. In drie bladzijden wordt daar al hetgeen ten opzichte der militaire pharmacie werd gedacht en besproken, te boek gesteld- Wij hadden er vrede mee, wanneer de commissie maarde goede manier had gevolgd en tot een goed bruikbaar resultaat was gekomen. Het tegendeel is ons echter gebleken, want de zonderlinge conclusie die op het tafereel volgt, moge in het oog der Commissie de beste oplossing zijn zij is en blijft een ding dat zich zelf veroordeelt en onmogelijk maakt zooals straks zal blijken. Of nu de Commissis veel of luttel sympathie voor dit gedeelte harer taak heeft gekoesterd, willen wij in ’t midden laten. Doch zij was in ieder geval geroepen om te beslissen over de vraag //eener deugdelijke eenvormige opleiding voor aanstaande militaire pharmaceuten.” De vraag is zoo duidelijk gesteld, dat er slechts van ééne uitlegging spraak kan zijn: nl. hoe men kundige, volgens de wet bevoegde pharmaceuten voor het leger kan bekomen. Zoo verklaard, kon zij der Commissie geen bezwaar opleveren, om het beste, het juiste antwoord gereed te hebben. De commissie heeft echter anders gedacht, is zonder eenige reden van de vraag afgeweken, in haar oordeel geleid door meerendeels scheeve bezwaren, waarop aanstonds zal gewezen worden. De eigenlijke vraag eenmaal losgelaten zijnde, zweeft haar slechts één denkbeeld voor den geest nl. de hoop op den accomodatiezin der wet, om haar stelsel recht van bestaan te kunnen geven, en den pharmaceutischen dienst toe te vertrouwen aan personen, die de wet niet als bevoegd erkent, onder toezicht staande van officieren van gezondheid, die volgens dezelfde wet met de pharmacie

Sluiten