Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14e Jaargang. 24 Maart 1878. N°. 47.

PHARMACEUTISCH WEEKBLAD VOOR NEDERLAND. Voor Apothekers en Apotheekhoudende Geneeskundigen.

REDACTEUR: H. J, OPWIJBDA, te Nijmegen. Prijs per Jaargang, franco per post, ƒ 4,50. Advertentiën; van I—s regels f 1,—, elke regel meer 20 Cts. en 10 Cts. voor een N°. van het blad. Een Abonnements-farief is op aanvrage verkrijgbaar. Mededceliugcn. Ingezonden stukken. FERRUM ALBUMINATUM. Inden laatsten tijd werd bij ons herhaaldelijk verlangd de Liquor Ferri albuminati, bereid volgens het voorschrift van Friese, namelijk door bij hel wit van één ei 10 gram solutio chloreti ferrici te droppelen en den gevormden neerslag op een filter met gedestilleerd water uitte wasschen, totdat het water helder blijft en blijkt geen ijzer meer te bevatten. Bij het praecipitaat worden 500 gram gedestilleerd water gevoegd, die 12 droppels acidum hydrochloricura bevatten. Binnen 3 maal 24 uren moet het praecipitaat opgelost zijn. Onze ondervinding was: 10. dat de afwassching van het overvloedige ijzer een geruimen tijd duurde, voordat het water geen reactie met ferrocyaankalium meer gaf; 20. dat er na het afwasschen zoo weinig op het filter achterbleef, dat het somtijds niet verzameld kon worden en men genoodzaakt was het geheele filter in het zuur gemaakt gedestilleerd water te brengen en daardoor te doen uittrekken, om na 3 maal 24 uren de vloeistof te filtreoren, zoodat de bereiding in het geheel verschillende dagen duurde. Dat de vloeistof daarbij weinig ijzeralbuminaat (zeker geen 0,3°/0 ijzer volgens Friese) bevatte, ligt voor de hand. Het is ons uit verschillende artikelen in Duitsche tijdschriften gebleken, dat, hoe heilzaam ook de verbinding van ijzer met albumen, als gemakkelijk assimileerbaar en ook door de zwakste personen te verdragen, inde therapie moge zijn, de bereiding volgens Friese aan de pharmaceuten moeilijkheid opleverde, zoodat er verschillende voorslagen voor eene wijziging gedaan zijn. De beste methode komt ons voor die van O. Schlickum, welke ook door anderen gunstig beoordeeld is. S. neemt slechts zooveel solutio chloreti ferrici als die de hoeveelheid ijzer bevat, in staat om met het eiwit een albuminaat te vormen. Hij bevond dat daartoe 1 deel solutio chloreti ferrici op 30 deelen kippeneiwit voldoende is. Inden regel is de hoeveelheid eiwit van één kippenei 30 gram. De bereiding kan op de volgende eenvoudige wijze geschieden; Men voegt bij het wit van één ei 1 gram solutio chloreti ferrici, vermengt met heet water, coleert en verdunt met gedestilleerd water tot 500 gram. Nog beter gelukt de bereiding, indien men het eiwit eerst met I—2 deelen water verdunt, dan de solutio chloreti ferrici bij voegt, en verder zoo noodig verhit, totdat de vloeistof helder is. Dan heeft er bijna geen coagulatie plaats. Men verkrijgt op deze wijze eene lichtgele, kleurlooze vloeistof met een zwakken ijzersmaak. Zij bevat slechts 0,03°/0 ijzer, welke hoeveelheid bij een eetlepelsgewijs gebruik voldoende gebleken is, terwijl een praeparaat met 0,3°/0, uit meer eiwit en solutio chloreti ferrici met minder water bereid, een onaangenamen bijsmaak heeft, die de patiënten spoedig verveelt. Schlickum stelt zich de vorming van het ijzeralbuminaat voor als verplaatsing van het natrium in het eiwit door ferrid tot de verbinding: Fe2 Os (C 73 Hll2 NlB 022)2. Hoffmann houdt het praeparaat voor een ferridoxyohloride-albumine van de formule ; Fe2 CI3 O- (C 72 Hji2 Nis 032)2*

UITGEVER: ». B. CBMTBW, te Amsterdam. De stukken, welke men wenscht opgenomen te zien, worden ui terlijk Woensdag morgen verwacht bij den Redacteur. De Advertentiën uiterlijk Vrijdag avond bij den Uitgever. Zuiver ijzeralbuminaat geeft geen ijzer aan spiritus af en I zijne oplossing in water coalugeert niet bij koking. Door uittrekking met spiritus en onderzoek der vloeistof op ferridreactie en door opkoking kan men vrij ferridchloride en vrij eiwit in het praeparaat ontdekken. Door Döll is voorgesteld om een uitgedroogd en met suiker vermengd ferrum albuminatum in voorraad te houden. Schlickum beweert, dat hierin weinig voordeel gelegen is, dewijl de droge verbinding, zelfs na de toevoeging van suiker, moeilijk oplost. De door hem opgegeven bereiding is werkelijk ook zoo eenvoudig en kost zoo weinig tijd, dat het in voorraad bewaren overbodig kan geacht worden. DE BEPALING VAN KININE IN Cl TRAS FKRRICÜS ET CITRAS CHININI, Eenige weken geleden bij de behandeling van bovenstaand onderwerp drukte Prof. Stoeder in het Pharmaceutisch Weekblad No. 42 den wensch uit, dat velen van hunne ondervinding, wat betreft de zaken over pharmaceutische chemie, ten algemeene nutte zouden bekend maken, ’t Is daarom dat ik het waag hier een artikel over hetzelfde onderwerp te laten volgen, hetwelk ik reeds in Augustus 1876 inde Pharmaceut had geplaatst. Klaarblijkelijk heeft Prof. Stoeder met den inhoud van dat schrijven geen kennis gemaakt, en daar dit misschien met vele colleo-a’s t geval zal zijn, geloof ik wel, dat de herhaling van ’t geschrevene hier ter plaatse haar nut kan hebben. Het komt in de voornaamste bijzonderheden op het volgende neer. De hoofdzaak, waarop eene eenvoudige, niet te veel tijd vereischende onderzoekingsmethode van kininepraeparaten moet berusten, bestaat int afscheiden van ’t alcaloïde uit zijn verbindingen, om dit vervolgens dooreen of ander oplosmiddel te verwijderen. Allen raadt de volgende wijze van bewerking aan: 12 tot 150. C. van eene geconcentreerde oplossing der te onderzoeken stof worden met zooveel ammonia behandeld, totdat de reuk blijvend merkbaar is, vervolgens in eene buis eene hoeveelheid “ether toegevoegd, gelijk aan ’t volume van de reeds inde buis aanwezige vloeistof, de toestel goed gesloten, en ’t mengsel gedurende eenige minuten goed dooreengescbud. Wanneer de scheiding tusschen de aether- en waterlaag volkomen is, wordt de eerste met eene pipet afgenomen en de laatste opnieuw met eene hoeveelheid aether geschud. De aetbeerische oplossingen van de kinine, op t waterbad tot droog verdampt, leveren, volgens hem, het alcaloïde ineen goed weegbaren toestand. Proeven gedaan met mengsels van sulphas chinini en suikerstroop, dienende om de deugdzaamheid van deze methode te bevestigen, hebben de beste resultaten opgeleverd; ’t onderzoek van Citras ferricus et citras chinini het echter nog al iets te wenschen over. In plaats van aether wordt door Palm er het gebruik van chloroform aangeraden, dewijl vergelijkende onderzoekingen hebben aangetoond, dat laatstgenoemde slof meerde voorkeur verdient. De te onderzoeken stof werd in oplossing ineen kolfje (ingericht als eene gewone sp.uitflesch) gebracht, met ammonia goed alcalisch gemaakt, met chloroform vermengd, ’t mengsel

Sluiten