Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14e Jaargang. 31 Maart 1878. N°. 4a

PHARMACEUTISCH WEEKBLAD VOOR NEDERLAND. Voor Apothekers en Apotheekhqudende Geneeskundigen.

REDACTEUR: I*. «F. OPWIJRDA, te Nijmegen. Prijs per Jaargang, franco per post, f 4,50. Advertentiën; van I—s regels f I,—, elke regel meer 20 Cts. en 10 Cts. voor een N°. van het blad. Een Abonnements-farief is op aanvrage verkrijgbaar. Mededeeliiigeo. Ingezonden stukken. Op uitnoodiging der Redactie van het rechtsgeleerd tijdschrift T&emis heeft de heer J. Th. M. te ’s Hage (October 1877) onder den titel: £'ene leemte in eene wet, eoneaankondiging gegeven vaneen aantal hoofdartikelen van dr. G. W. Bruinsma te Steenbergen, voorgekomen inden tweeden en laatsten jaargang van vde Farmaceut” en ten doel hebbende de bestrijding van den verkoop van geheime geneesmiddelen in Nederland. De heer M. heeft aan de uitnoodiging van genoemde Redactie te eerder voldaan, omdat daardoor eene schrede gezet wordt op den weg, die alleen op het doel kan uitloopen, namelijk het overbrengen van den strijd naar publiek terrein, nadat de pogingen door organen van pharmacie en geneeskunde in het werk gesteld, door de onbekendheid van het publiek daarmede, vruchteloos gebleken zijn. Vooreerst wordt gewezen op het gebrek aan medewerking van een krachtig™ factor, de pers, die zich het luidst doet hooren, waar het eene wet tot het strafbaar stellen en beteugelen van het vervalschen van levensmiddelen geldt, maar hier, waar niet minder de gezondheid en de beurs der ingezetenen in beslag genomen worden, niet alleen van de nadeelen zwijgt, maar door zuiver finantieel belang gedreven, de kwade zaak niet weinig helpt door het opneraen der leugenachtige advertenties. Op gunstige uitzonderingen wordt gewezen, namelijk op //de Farmaceut”*) en het //Pharmaceutisch Weekblad”, terwijl van de Geneeskundige Courant wordt getuigd, dat zij, //hoewel den leugen in hare redactiekolommen bestrijdend, de opneming der geldopleverende annonces niet weigert.” Geciteerd worden de pogingen door dr. B. aangewend, om tot de overtuiging te geraken van den leugen, die door de advertenties gepleegd wordt, de curieuze uitslag dier pogingen, de wijze, waarop advertenties als die van Holloway aan de uitgevers verzonden worden, om meerder effect te maken, het gevaar van vele dier middelen enz. De heer M. acht het eenige middel om het kwaad te stuiten, eene verandering der wet regelende de uitoefening der artsenijbereidkunst en wel door terug te keeren tot een oorspronkelijk art. 3 van het ontwerp van wet regelende de uitoefening der geneeskunst (Juni 1662): //Alleen de bevoegde geneeskundige mag in het openbaar een geneesmiddel tegen eene ziekte aanbevelen of aankondigen, dat hij de geneeskunst uitoefent. De uitgever van een openbaar geschrift mag zoodanige aanbeveling of aankondiging niet dan op schriftelijk en onderteekend verzoek van den betrokkene doen.” In het ontwerp van 1865 was de laatste zinsnede achterwege gebleven, maar toch kon het verbod van aankondiging geen genade vinden bij de Tweede Kamer. De vrees voor aanranding der maatschappelijke vrijheid deed het sterk bestrijden en een amendement van den heer van Bosse, om uit het artikel de woorden weg te laten, die op het //aanbevelen van geneesmiddelen” doelden, werd met 45 tegen 16 stemmen *) Als „Phannaceut” echter niet geheel zuiver, hebbende voortdurend de oorspronkelijke kwakzalverige advertenties van Kina Laroche geplaatst.

UITGEVER: D. B. CEIVTKIV', te Amsterdam. De stukken, welke men wenscht opgenomen te zien, worden uiterlijk Woensdag morgen verwacht bij den Redacteur. De Advertentiën ui ter lijk Vrijdag avond bij den Uitgever. ! v j aangenomen. (Als gevolg hiervan werd ook ontwerp-art. 2 der I wet, regelende de uitoefening der artsenijbereidkunst, waarin liet aankondigen en verkrijgbaar stellen van geneesmiddelen alleen aan apothekers veroorloofd werd, met groole meerderheid, 57 tegen 6 stemmen, verworpen). Deze huldiging der maatschappelijke vrijheid tegenover de overige bepalingen der geneeskundige wetten lijdt tot dwaze inconsequenties. De Staat geeft geen bevoegdheid tot het verleenen van geneeskundige hulp en raad, tot het bereiden en afleveren van geneesmiddelen, dan tenzij aan belangrijke eiachen zij voldaan, maar laat aan den anderen kant iedereen straffeloos, door middel der pers, geneeskundigen raad verleenen en geneesmiddelen aanbieden. De apotheker mag geen vergiften verkoopen dan na aan een tal formaliteiten te hebben voldaan, de kwakzalver kondigt diezelfde vergiften inde courant als geneesmiddelen aan, enz. In het midden wordt gelaten de verplichting van den Staat om de personen te handhaven, aan wie zij eischen stelt en die zij onder toezicht houdt, maar op de gewetenloosheid der kwakzalvers wordt gewezen, wanneer zij speculeeren bp de lichtgelovigheid van het publiek, waartegen niet kan opwegen het verbod aan misschien een enkelen philantroop, om een geneesmiddel te mogen aanprijzen, daargelaten dat nog in vele gevallen dat middel schadelijk zal kunnen zijn. Eindelijk wordt nog het bekende proces Grimault aangehaald betreffende de ondeugdelijkheid van voor het buitenland bestemde geneesmiddelen. Bij den tegenwoordigen geheimmiddelhandel springt tweeërlei kwaad in het oog: 10. Een gedeelte der geneeskunst, het aanraden van eenig geneesmiddel, wordt nagebootst door den kwakzalver-aankondiger, en ook door den kwakzalver-debitant, als deze aan het publiek een middel tegen een bepaald ziekteverschijnsel aflevert; deze nabootsing geschiedt, onder den schijn van gegrond onderzoek (men lette op de tallooze gevallen van genezing in desbetreffende brochures vermeld), doch met verzaking van de eerste regelen der wetenschap (de vaststelling der diagnose ontbreekt); alleen een enkel ziekteverschijnsel moet den patiënt selven tot leiddraad strekken bij de beantwoording der vraag, of het middel op hem toepasselijk is. 20. De bereidingswijze van het middel wordt aan het staatstoezicht onttiokken, en het juiste onderzoek der samenstelling inde meeste gevallen onmogelijk gemaakt. Met andere woorden : de geneeskunst wordt uitgeoefend door onbevoegden op de onbeschaamdste wijze, en het toezicht op de bereiding der artsenijen wordt illusoir gemaakt. Als noodige behoedmiddelen daartegen worden opgegeven: 10. Herstel der bovenvermelde artt. 3 en 2 van de oorspronkelijke wetsontwerpen: algemeen verbod voor aankondiging van geneesmiddelen, of wel verbod van aankondiging van bepaalde middelen tegen bepaalde ziekten door personen, tot de uitoefening der kunst niet bevoegd. Door het eerste middel zouden alle onbevoegden zijn geweerd, door het tweede zouden onbevoegden alleen mogen aankondigen wat zij verkoopen, en niet waarvoor het dienstig is. 20. Algemeen verbod van den verkoop van middelen, waarvan de samenstelling niet duidelijk

Sluiten