is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 14, 1877-1878, no 51, 21-04-1878

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14’ Jaargang. 21 April 1878. N°. 51.

PHAMACEÜTISGH WEEKBLAD VOOR NEDERLAND. Voor Apothekers en Apotheekhoudende Geneeskundigen.

REDACTEUR: R. a. OPWIJRDA, te Nijmegen. Prijs per Jaargang, franco per post, ƒ 4,50. Advertentiën; van I—s regels f I,—, elke regel meer 20 Cts.' en 10 Cts. mor een N°. van het blad. Een Abonnements-tarief is op aanvrage verkrijgbaar. Mededeelingeu. Ingezonden stukken. Z. M. heeft bij besluit van 14 April 1878, No. 25, benoemd ; Tot Lid en Voorzitter dér commissie, die gedurende één jaar, ingaande 1 Augustus 1878, belast zal zijn met het afnemen van de examens van apotheker en van de praktische examens van hulp-apotheker: dr. J. W. Gunning, hoogleeraar te Amsterdam ; tot Lid en Vice-President: dr. D. J. Coster, te Amsterdam; tot Lid en Secretaris: J. Polak, apotheker te Amsterdam; tot Lid: C. Burgersdijk, militair apotheker Iste klasse bij ’s Kijks Magazijn van geneesmiddelen te ’s Gravenhage. Tot Plaatsvervangende leden; dr. E. S. Tjaden Modderman, hoogleeraar te Groningen; dr. P. de Boer, hoogleeraar te Groningen; A. J. Eijk, apotheker te Amsterdam; P. J. Haaxman, apotheker te Botterdam. Tot Lid en Voorzitter der commissie, die gedurende één jaar, ingaande 1 Augustus 1878, belast zal zijn met het afnemen van het eerste natuurkundig examen voor aanstaande artsen en van het natuur kundig examen voor hulp-apotheker: dr. C. H. D. Buys Ballot, hoogleeraar te Utrecht; tot Lid en Vice-President: dr. J. H. van den Broek, Iste officier van gezondheid Iste klasse te Amsterdam; tot Lid en Secretaris: dr. J. L. Hoorweg, leeraar aan de Bijks Hoogere Burgerschool te Utrecht; tot Leden: dr. H. O. Dibbits, hoogleeraar te Utrecht; dr. N. W. P. Banwenhoff, hoogleeraar te Utrecht; dr. D. Lubach, te Kampen; dr. J. E. van der Meulen, lector te Utrecht. Tot Plaatsvervangende leden: dr. B. A. Mees, hoogleeraar te Groningen; dr. E. Mulder, hoogleeraar te Utrecht; dr. H. Van de Stadt, directeur van de Hoogere Burgerschool te Arnhem; dr. A. P. N. Pranchimont, hoogleeraar te Leiden; dr. C. A. J. A. Oudemans, hoogleeraar te Amsterdam; dr. C. K. Hoffmann, hoogleeraar te Leiden; dr. A. Hennekeler, leeraar aan de Hoogere Burgerschool te Amsterdam. Bij de commissie voor het tweede natuurkundig examen der aanstaande artsen zijn (ouder het voorzitterschap van dr. F. C, Donders, hoogleeraar te Utrecht) o. a. benoemd: Tot Lid: dr. H. Wefers Bettink, hoogleeraar te Utrecht. Tot Plaatsvervangend lid: L. J. van der Harst, leeraar aan ’s Bijks veeartsenijschool te Utrecht. Bij de commissie voor de geneeskundige examens va. die van tandmeester zijn (onder het voorzitterschap van dr. M. Polano, hoogleeraar te Leiden) o. a. benoemd: Tot Lid: dr. E. A. van der Burg, hoogleeraar te Leiden; Tot Plaatsvervangend lid; W. Stoeder, buitengewoon hoogleeraar te Amsterdam. Bij het lange dralen der Eegeering om eene rijkswet tot voorziening tegen vervalsching van levensmiddelen enz. te ontwerpen, zijn B. en W. van Amsterdam opgetreden, om voor die

UITGEVER; ». B. CEMTEN, te Amsterdam. De stukken, welke men wenscht opgenomen te zien, worden uiterlijk Woensdag morgen verwacht bij den Redacteur. De Advertentiën uiterlijk Vrijdag avond bij den Uitgever. gemeente betreflende de keuring van levensmiddelen eene voordracht aan den raad in te dienen, die reeds vóór eenige jaren in behandeling was maar toen uitgestekl werd. Zij dragen bepalingen voor, waarbij het verkoopen of te koop stellen van voedingsmiddelen in ondeugdelijken of bedorven toestand of vermengd met schadelijke zelfstandigheden verboden wordt, en verder bepalingen omtrent bepaalde voedingsmiddelen, inzonderheid omtrent invoer van vleesch van doode of zieke dieren. Alles op straffe van ƒ s—ƒ 20 boete en verbeurdverklaring of vernietiging. Wijders stellen zij voor drie inspecteurs aan te stellen (één scheikundige, één natuurkundige en één veearts) op eene jaarwedde van f 1200; één hunner is voorzitter en ontvangt ƒ3OO meer. Zij houden toezicht op de keuring en het wetenschappelijk onderzoek, onder controle van den hoogleeraar en scheikundigen bestuurder van het laboratorium. Hun worden toegevoegd drie keurmeesters voor vee, vleesch en gevogelte, twee voor visch en ten minste vijf voor andere voedingsmiddelen. Allen hebben het recht woningen, winkels en bewaarplaatsen van hen, die voedingsmiddelen verkoopen of te koop stellen, of van paardenslachters binnen te treden, volgens de wettelijke bepalingen, voorwerpen in beslag te nemen, proces-verbaal op te maken, des gevorderd met vermelding van koopwaarde, ten einde die bij niet vervolging, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging worde vergoed. Zij doen onderzoek uit eigen beweging, of op last van B, en W., van de gezondheidscommissie, van den burgemeester of van den hoofdcommissaris van politie. Zij mogen zoo noodig goederen koopen voor onderzoek met kennisgeving aan de inspecteurs. Deze zenden elke maand aan B, en W. een rapport en in Januari een jaarverslag iu. De keurmeesters voor visch genieten ƒ 600, de andere / 1000 jaarwedde. NOG EENS BID ARA-LAUT, Naar aanleiding van het bericht van den heer Vrijdag Zijnen, apotheker te ’s Gravenhage, dat sommige soorten Bidara-laut ook strychnine bevatten, heb ik dien heer aanstonds verzocht mij wel te willen mededeelen, op welke gronden die uitspraak berustte. Met de meeste bereidvaardigheid heeft de heer V, Z. aan mijn verzoek voldaan en mij een geschrift toegezonden, waarin door ZEd.s vader de resultaten zijn opgenomen van het voorloopig vergelijkend scheikundig onderzoek in 1860, door mij met verschillende monsters Bidara-laut en ook met andere verwante bast- en houtsoorten, ten huize van den heer Vrijdag Zijnen Senr. verricht. Als uitkomst van dat voorloopig onderzoek staat nu in dit geschrift achter sommige letters en nrs. wel vermeld //strychnine en brucine” doch welke bast- of houtsoort bedoeld werd met die aanduiding is, bij nader onderzoek van den heer V. Z. Jr., niet duidelijk gebleken. Daar nu de bast van Bidara-laut later in mijn laboratorium te Botterdam aan een meer nauwgezet onderzoek door mij onderworpen en slechts brucine doch geen strychnine opgespoord werd (blijkens mijne aanteekeningen), zullen er dus meer deugdelijke bewijzen moeten geleverd worden voor het werkelijk