is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 4, 1862, 1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Academie van Wetenschappen te Parijs medegedeeld, dat de dulcine, eene op het gepolariseerde licht onwerkzame stof, aeidum para-tartaricum oplevert, wanneer men haar behandelt volgens de methode, waardoor Lie bi g uit melksuiker het regtsdraaijend wijnsteenzuur verkrijgt. Terwijl Gariet zijne onderzoekingen te dezen opzigte voortzette , is het hem gebleken, dat, wanneer de vloeistof, waaruit zich eene zekere hoeveelheid wijnsteen heeft afgezet, het koper-proefvocht (bestaande uit tartras kalico-cupricus) nog sterk herleidt, er altijd, onder voortdurende inwerking van het salpeterzuur, nieuwe hoeveelheden van hetzelfde produkt kunnen worden afgezonderd; op die wijze zijn door hem achtereenvolgens zeven a acht afzetsels van cremor tartan verkregen; de bewerking kan langs dien weg gedurende onderscheidene weken met vrucht worden voortgezet. Of men dulcine of melksuiker gebruikt, de verschijnselen zijn steeds dezelfde; er bestaat alleen slechts verschil in het produkt dat in het eerste geval acid. para-tartaricum, in het tweede regtsdraaijend wijnsteenzuur is. De mannite, isomeer met dulcine en even als zij inactief, geeft bij overeenkomstige behandeling, eene veel geringere hoeveelheid wijnsteen, maar toch voldoende, om Gariet het bewijs te leveren, dat deze uit acid. para-tartaricum gevormd is, identisch met het natuurlijke zuur en met dat, verkregen door verwerking van dulcine. Zoo kristalliseert dit zuur op gelijke wijze; het effloresceert door verlies van kristal-water en eindelijk kan het gemakkelijk gesplitst worden in linksen regtsdraaijend wijnsteenzuur , dooreen der methoden op te volgen door Pasteur, ter bereiking van dit doel, voorgesteld. Bij deze bewerking verkreeg de schrijver eenige centigrammen vaneen, weinig in water oplosbaar zuur, dat hij vermoedt acid. mucicum te zijn, zonder dit evenwel op eene stellige wijze te kunnen bevestigen. Inde hierop betrekking hebbende memorie leidt Liebig het wijnsteenzuur af van suikerzuur (acid. saccharicum); ineen later geschrift bevestigt Hei nt z deze meening, terwijl hij tevens meedeelt, dat hij acid. saccharic. en eveneens het met

70