is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 4, 1862, 1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eiland Bourbon 1,5*/0) de stammen daarentegen zeer arm, (boomvormige Cyathee de wortels iets rijker (0,62°/o) bij Lycopodieën van Tahiti wisselt de rijkdom aan stikstof af van 1 tot 0,1%. In het algemeen neemt het stifcstofgehalte met hoogeren geologischen ouderdom af. Echter is het in houtachtige bruinkolen en jongere steenkolen b. v. uit de Wealden en Keuperformatie, dikwijls geringer dan in echte steensoorten, Inde laatsten is het zeer afwijkend, b. v. van 1,3% en die van Duren, tot 0,88% in die van Zwickau, en 0,41% en de drooge kool van "Wales; zelfs de anthraciet bevat nog eenige duizendste deelen. De fossile brandstoffen worden met den ouderdom en het fossiel worden, rijker aan koolstof, waarbij zij koolzuur, moeras-gas, olievormend gas, verder ammoniak, stikstof afgeven; terwijl tegelijk de digtheid toeneemt, en daarentegen de waterstof, zuurstof en stikstof afneemt, alsmede het gehalte aan vlugtige en bitumineuse stoffen. Daar de bladeren gewoonlijk meer stikstof bevatten dan hout, zoo is het waarschijnlijk, dat de eerste meer dan de laatste tot de vorming der steenkolen hebben bijgedragen. "Waren deze door zamenspoeling van houtsoorten ontstaan, zoo zou het grootere stikstofgehalte der steenkolen moeijelijk te verklaren zijn. Geheel anders is het, wanneer men aanneemt, dat de plantenmassa der steenkolen op dezelfde plaats gegroeid is, want zij bestaat voor het grootste gedeelte uit aeotyledonen, welke minstens voor een gedeelte kruidachtig moesten zijn. Van de dieren vindt men de overblijfsels dikwijls nog volkomen bewaard, wanneer ze , gelijk men ze in Siberië dikwijls aangetroffen heeft, door volkomen afsluiting van lucht en vochtigheid , geheel in het ijs begraven zijn. Ook inden barnsteen en veenige moerassen heeft men ze dikwijls aangetroffen in volkomen vorm. Meestendeels zijn het echter gedeelten vaneen skelet, als wervels en tanden die men aantreft. liet osseïne (het stikstofhoudend beenweefsel) kan zich door de verbinding waarin het tot de basisch phosphorzure kalk der beenderen staat, aan dc fossilisatie wel onttrekken. Vonßibra vervaardigde

80