is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 4, 1862, 1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zucht, als hij aan zijne vertrouwde vrienden meermalen zijne spijt betuigde, dat de verkrijging van den graad van Doctor inde Pharmacie bij de tegenwoordige wet op het hooger onderwijs, aan zulke bijna onoverkomelijke bezwaren was onderworpen , en om dien te verkrijgen , men eerst dien van Doctor inde Medicijnen moest verworven hebben. Werden de verdiensten van Nortier als kundig pharmaceut en grondig beoefenaar der wetenschappen naar verdiensten, ook buiten af, erkend en gewaardeerd? Alleen inde stad zijner inwoning ondervond hij die erkenning in ruime mate, hoewel zijne verdiensten door geene buitenlandsche geleerde genootschappen geëerd werden. In het jaar 1856 werd hem het lidmaatschap aangeboden van de beroemde instelling van Steven Iloogendijk en werd hij gewoon lid van het „Bataa/sch genootschap der proefondervindelijke wijsbegeerte.” Verder was hij een ijverig lid van het „Eotterdamsch Departement der Maatschappij van Nijverheiden sedert 1849 een niet minder werkzaam en ijverig lid van het „Rotterdamsch Departement der Nederlandsche Maatschappij ter bevordering der Pharmaciein welks bestuur hij voor de tweede keer zitting had en wiens plaats daarin door zijnen dood open kwam. In die vereeniging legde hij als lid der Commissie voor het Pharmacognostisch Kabinet eene buitengewoon werkzaamheid aan den dag , terwijl een aanzienlijk aantal voorwerpen, die hij aan die verzameling schonk, een blijvend bewijs van zijne belangstelling en ijver leveren , die zijn’ naam aldaar in levendig aandenken zullen bewaren. In die verschillende vereenigingen onderscheidde Nortier zich steeds door krachtig bij te dragen tot de wetenschappelijke bedoelingen dezer Inrigtingen, door het doen van een aantal voordragten, wier degelijkheid steeds op hoogen prijs werden gesteld, en die straks, bij de vermelding zijner wetenschappelijke werkzaamheden in die verschillende instellingen het bewijs zullen leveren, dat ik niet te veel zeg, als ik Nortier afschilder, als een man vol ijver, onvermoeid en nuttig inden kring, waarin hij zich bewoog. Maar behalve inde bovengenoemde wetenschappelijke in-

103