Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weder verdwijnt, zoo is dit een bewijs van de aanwezigheid van aardappelmeel. (De grootere zetmeelbolletjes der aardappelen worden eerder verbroken dan de kleinere der tarwe. Men brengt verder een ander gedeelte van het zetmeel op een horlogieglas, overgiet het met eene 20—SOvoudige hoeveelheid 1,75—2 procentische potaschloog en roert om. De aardappelbolletjes zwellen geleiachtig op, maarde tarwezetmeelbolletjes blijven onveranderd en zinken ten bodem. De aardappelmeelbolletjes verschijnen nu onder het mikroskoop s—6rnaal grooter dan vóór de inwerking der potaschoplossing. Volgens Pa yen kan men het meel met de genoemde potaschloog in eene reageerbuis schudden. Het tarwezetmeel zet zich ten bodem en het aardappelzetmeel vormt met de loog eene geleiachtige vloeistof. Brengt men hiervan een weinig met zoutzuurhoudend iodiumwater onder het mikroskoop, zoo komen de gekleurde opgezwollen zetmeelbolletjes zeker te voorschijn. Men kan ook eene benaderende afscheiding van aardappelzetmeel van tarwezetmeel bewerken door slibbing met wijngeest, daar het eerste altijd sneller ter bodem zinkt dan het laatste. Meel van granen met het meel van peulvruchten. De ver* menging van het meel der granen met dat van erwten en boonen, ook wel van linsen komt nu en dan voor. Voor deze gevallen komt het mikroskoop inde eerste plaats in aanmerking als middel ter ontdekking. De zetmeelbolletjes der peulvruchten zijn meestal eirond of niervormig, weinige zijn bolvormig , van welke zeer velen eene langwerpige of ook wel stervormige barst vertoonen, zoo dat zij schijnen overeen te komen met de langwerpige of eironde bolletjes der ongebrande koffijboouen. Er zijn echter ook vele bolletjes (vooral in boonenmeel) onder gemengd, waaraan deze barst ontbreekt, of welke inde plaats daarvan kleine schakeringen vertoonen. Daar het gehalte der aschbestanddeelen van het meel der peulvruchten tnsschen 3—4 pCt. variëert, zoo zal een met dit vervalscht meel ook zeker meer dan 1 pCt. asch leveren.

467

Sluiten