is toegevoegd aan uw favorieten.

Berichten van de Nederlandsche Maatschappij ter Bevordering der Pharmacie, 1862, 1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tinct. nerv. Best. dr. iij Spir. nitri dulc. unc. (?.

Bij het vermengen der beide Jcleurlooze vloeistoffen, werd het vocht onmiddellijk zeer donker gekleurd en kon blaauwachtig zwart genoemd worden; er scheen bijna aan eene omzetting van het ijzerzout door eene looizuur bevattende zelfstandigheid te moeten worden gedacht; daarenboven werd de reuk geheel gewijzigd en het was niet twijfelachtig, dat bij deze omzetting tevens aldehyd werd voortgebragt. Daar er voor dit verrassende verschijnsel geen voldoende grond kon gevonden worden, werd de bereiding herhaald, doch dezelfde uitkomst verkregen, en hoe zeer ook overtuigd van de zuiverheid der beide ingrediënten, werden deze ten overvloede aan een onderzoek onderworpen, waaruit echter voldoende bleek, dat zij aan alle vereischten beantwoordden, daar de tinct. nerv. Bestusch. (bereid uit gesublimeerd chloretum ferrieum, aether sulphurieus en alcohol inde verhouding zoo als die inde Pharm. Belgica is opgegeven) het ijzer als chloretum ferrosum bevatte en de spirit, nitri duic. (bereid naar het voorschrift der Pharm. Neerlandica) geene noemenswaardige zure reactie vertoonde. Het mengsel veranderde intussehen yan lieverlede van kleur en de blaauwachtig zwarte tint, werd spoedig door eene donker bruine vervangen. In dien staat moest het geneesmiddel worden afgeleverd en het medisch effect aan den geneesheer worden overgelaten, hoe zeer men zich niet dadelijk van de chemische omzetting, waaraan trouwens niet te twijfelen viel, rekenschap wist te geven. Deze mededeeling wekte de belangstelling der aanwezende kunstgenooten en spoorde eenigen aan tot nader onderzoek en proefnemingen, waarvan de uitkomsten inde vergadering van Maart j. 1. werden medegedeeld en die hier in het kort worden vermeld, omdat zij tot eenige gevolgtrekkingen kunnen leiden, die niet geheel van belang ontbloot schijnen, en die daarenboven, zoo al niet tot stellige verklaring, dan toch tot vrij voldoende opheldering van het verschijnsel kunnen strekken.

140