is toegevoegd aan je favorieten.

Berichten van de Nederlandsche Maatschappij ter Bevordering der Pharmacie, 1862, 1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de eerste oproeping tot aansluiting kloor de vorming van een Departement, gaf hij aanstonds gehoor en rustte niet, voor dat ook Deventer haar naam leende aan een Departement.

Zijn wensch werd vervuld. In het begin van Augustus 1844 vormde zich een Departement, aanvankelijk met elf leden, waarvan hij onmiddellijk tot voorzitter benoemd werd, terwijl hij kort daarna als mede Hoofdbestuurder der Maatschappij werd gekozen. Was zijn ijver groot, hij vermogt echter niet zijne medeleden zóódanig aan te vuren en te doen volharden op den goeden ingeslagen weg, dat er geene kwijniug ontstond, zoodat door het verlies van leden , wier getal eindelijk gedaald tot beneden het cijfer hetwelk do Maatschappelijke wet bepaald, voor de vorming vaneen Departement, het Departement Deventer, na elf jaren bestaan te hebben, tót zijne groote teleurstelling werd ontbonden. Toch bleef hem de Maatschappij ter bevordering der Pharmacie ter harte gaan en maakte hij , toen eene zaak (waarin al de gevestigde Pharmaceuten betrokken waren), meest alle apothekers herhaalde malen bijeen deed komen , al spoedig gebruik van de gelegenheid om wederom een Departement op te rigten. Nogmaals zag hij zijne pogingen bekroond en verrees een nieuw Departement uit de asch van het vorige. Op nieuw zag men in hem den meest gesehikten voorzitter en werd hij bij de eerste vacature die het Departement mogt aanvullen, tot Hoofdbestuurder gekozen. Voorzien met eene algemeene kennis, begaafd met een helder doorzigt en daardoor juiste opvatting van zaken, en bekwaam om zijne denkbeelden onmiddellijk op eene bevattelijke en dikwijls sierlijke wijze in woorden uitte drukken, was hij als het ware de aangewezen persoon om die dubbele betrekking bij de Maatschappij te bekleedeu. Het Departement verliest in hem zijnen grootsten steun, doch zijn voorbeeld en zijn geest mogen het opwekken en staande houden, om den zwareu slag te boven te komen en niet te verflaauwen. 12

155