is toegevoegd aan uw favorieten.

Berichten van de Nederlandsche Maatschappij ter Bevordering der Pharmacie, 1862, 1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke Boodschap van 20 Junij 1862, en zich veroorlooft van die belangstelling te doen blijken door de aanmerkingen, welke zij meent op die ontwerpen te moetèn maken, aan het oordeel Uwer Vergadering te onderwerpen.

" o o J. In artikel 1 van het ontwerp van wet, regelende de uitoefening dér artsenijbereidkunst, wordt èene juiste eb naauwkeurige omschrijving van den werkkring des apothekers gegeven. Het is wenschelijk, dat hij zich strikt binnen dien kring hoüde, en niet, Zoo als inde memorie van toelichting op art. 10 teregt wordt afgekeurd, met de uitoefening van geneeskunst ïnlate. Intusschen behöoren, volgéns een vooroordeel, waarin ingewortelde gewoonten zelfs geneeskundigen doen deelen, enkele verrigtingen van petite chirurgie, zoo als het zetten van koppen, lavementen, bloedzuigers enz., tot het beroep des apothekers. De Maatschappij zou in bedenking geven een bepaald verbod te dien aanzien inde wet op te nemen, opdat Vöortaan alle verwarring van funciiën worde voorkomen. In verband hiermede, zou zij van den anderen kant er prijs op stellen, dat inde drie laatste bepalingen van art. 16 van het ontwerp Van wet, regelende de Voorwaardén idt verkrijging der bevoegdheid van geneeskundige, apotheker, hulpapotheker eh vroedvrouw, de uitdrukking toedienen in voorschrijven veranderd of althans zoodanig verklaard wérd, dat daaronder nimmer door uitlegging, in strijd met den gèeSt der wet, bereiden en afleveren kan worden verstaan. Men zou anders vreezen, dat het tegenwoordig misbruik zou blijven bestaan, waartoe de aflevering van uitwendige middelen door de heelmeesters aanleiding geeft. Om gelijke reden Zou men in art. 10 van het ontwerp van wet, regelende de uitoefening der geneeskunde, achter dé 'woorden: door eenen apotheker af geleverd, behooren te voegen en van diens onverbroken zegel voorzien zijn. In artikel 5 van het ontwerp van wet regelende de uitoefening van de artsenijbereidkunst is de rede van geijkte of jaarlijks herijkte balansen. Indien hier door ijken alleen bedoeld wordt een toezigt van staatswege op de deugdelijkheid, kan het voorschrift niet anders dan toegejuicht worden. Sluit echter dat woord in zich het aanbrengen Op die balansen zelve vaneen merk of stempel, dan behoort daartegen opgemerkt

200