is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 12, 1875-1876, no 2, 09-05-1875

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inde vergadering van den Geneeskundigen Baad voor Friesland en Groningen werd medegedeeld, dat bij een verschil tusschen de visiteerende commissie en een apotheker over de deugdelijkheid vaneen fieschje met vinum opii aromaticum het fleschje vanwege commissie en apotheker gezonden was aan den inspecteur, ten einde diens advies over den inhoud te vernemen. De inspecteur had het corpus delicti in handen gesteld van twee pharmaceutische leden van den raad, met verzoek den inhoud te onderzoeken en daarover nader te rapporteeren. Deze heeren hadden bij onderzoek bevonden, dat het vin. opii aromaticum te weinig saffraan bevatte. Uit bij het rapport overgelegde specimina van het praeparaat van goed gehalte op wit papier uitgestreken, kwam bij vergelijking duidelijk de flauwe kleuring van het geïncrimineerde praeparaat uit. Me ontvingen namens het Haagsohe departement der Maatschappij ter bevordering der pharmacie onderstaande circulaire tot bespreking : Aan Heeren Geneeskundigen te ’s Gravenhage. Het is U waarschijnlijk bekend, dat inden laatsten tijd door vele Pharmaceuten en voornamelijk ook door de Maatschappij ter bevordering der Pharmacie in Nederland pogingen worden aangewend om, in het belang van den stand der Pharmaceuten en van het publiek, geneesmiddelen te weren, waarvan de samenstelling niet of niet voldoende bekend is. De genoemde Maatschappij en met haar ook alle ondergeteekenden achten het van hoog belang, dat de Apotheek blij ve de werkplaats waar geneesmiddelen worden bereid met al de voorzorgen' door de Nederlandsche wet en door de omstandigheden in elk bizon der geval vereisoht, en dus inde eerste plaats met volledige kennis van zaken, en dat zij niet worde een magazijn van elders bereide middelen, op welker deugdzaamheid geen toezicht hoegenaamd kan worden gehouden, en welker geneeskracht in vele gevallen problematisch is. Het Amsterdarasche Departement der Maatschappij deed op dezen weg een eersten en goeden stap. Het benoemde een Kommissie uit zijn midden, met opdracht de samenstelling van een veel gebruikt uitheemsch geneesmiddel, de Quina Laroche, te onderzoeken en een voorschrift tot bereiding van zulk een wijn samen te stellen. De heeren Pol ah en Stoeder hebben aan die opdracht voldaan, en een voorschrift met dat doel bekend gemaakt, dat ook naar de meening der ondergeteekenden zeer rationeel is. De Pharmaceuten mogen zich dus vleien, dat door U do voorkeur zal worden gegeven aan een geneesmiddel, waarvan de samenstelling bekend is, boven een onbekend middel, dat in den vreemde vervaardigd en aan alle controle zoowel van de wet als van den leverancier en van den arts is onttrokken. Op een bizonder feit wenschen de ondergeteekenden ü hierbij tevens opmerkzaam te maken. Op hetzelfde oogenblik dat het Departement van Pharmacie te Amsterdam zich beijvert om het kwaad inden wortel aan te tasten door onderzoek en publiciteit, neemt eender Pharmaceuten eenen maatregel, waardoor niet alleen het doel wordt voorbij gestreefd, maar het kwaad naar onze meening slechts wordt verplaatst. De Heer Louët Feisser te Amsterdam heeft ü bij circulaire medegedeeld, dat eendoor hem bereide kina-wijn bij een onzer Collega’s hier ter stede verkrijgbaar wordt gesteld. Wij hebben daartegen de volgende bezwaren: 10. De Heer Louët Feisser maakt de samenstelling van zijnen wijn niet bekend; alleen uit de woorden: de drie Kinasoorten blijkt, dat zijne bereiding eene andere is dan die door het Amsterdamsche Departement is voorgeslagen. 30. De verschillende merken en bereidingen brengen verwarring te weeg en ontnemen den geneeskundige de gelegenheid om te beoordeelen, welk middel wordt gegeven als hij dezen wijn voorschrijft. Wij blijven bij de meening, dat onderzoek en publiciteit de eenige afdoende middelen zijn om te voorkomen: 10. dat de geneeskundige middelen voorschrijft, voor welker samenstelling en deugdelijkheid niemand eenigen waarborg kan geven; 20. dat het publiek zich zelven middelen voorschrijve, waarvan het de kracht en de beteekenis niet kent en waarvan het gebruik, althans in vele gevallen zeer zeker het voortdurend

en het ongemotiveerd gebruik, met nadeel voor de gezondheid gepaard gaat. De ondergeteekenden laten hier volgen de bereiding van de Q-uina Laroche van het Amsterdamsch Departement: QUINA. LAROCHE A M3TELOD AMENSIS ty. Gort. cinoh. succirubrae jav. 50.0 Aq. depuratae 1000.0 Yin. Hispanici 100.0 Spirit. 50% 500.0 Sacchari albi 800.0 Infundatur lege artis; fiat vinum. S. Quina Laroche Amstelodamensis. De ondergeteekenden verklaren zich ten slotte bereid, zooveel mogelijk mede te werken tot alle pogingen, die van Uwe zijde mochten aangewend worden tot bevordering van onderzoek en publiciteit, en hebben het Bestuur van het Departement van Phaimacie alhier (Voorzitter de Heer F. J, Moet, Secretaris Dr. J. Th. Mo ut on) uitgenoodigd zich eventueel met de daaruit voortvloeiende correspondentie te belasten. 's Oravenhage, Mei 1875. {Volgen de onderteeheningen.) Met voldoening zien wij deze beweging op pharmaceutisch gebied met betrekking tot de geheimmiddelen, We lazen in onze jeugd in Ovidius: //Fas est et ab hoste doceri”, en deze woorden worden hier gereedelijk toegepast, waar de pharmaceuten met een vijand van hun bestaan te kampen hebben. Hoogst nuttig achten we het adres aan de geneeskundigen, onze natuurlijke bondgenooten, al scharen enkelen zich aan de andere zijde. Volkomen waar is het, dat, indien dooreen apotheker een middel wordt verkocht zonder de bereidingswijze op te geven, de verkeerde toestand slechts verplaatst wordt. De Quina Laroche Amstelodamensis wordt volgens een thans algemeen verspreid voorschrift vervaardigd, waarmede zich elk zal kunnen vereenigen, indien de ondervinding geleerd heeft, dat het praeparaat duurzaam is. Meent iemand op het voorschrift kritiek te moeten uitoefenen of daarin eene gewenschte wijziging of eene verbetering te kunnen aanbrengen, dat hij spreke, maar om zonder opgave van redenen thans een ander voorschrift te volgen, het is, zoo als de circulaire zegt: //het doel voorbij streven”. Redacteur. Mijnheer de Redacteur! Bij dezen neem ik de vrijheid een oogenblik uwe aandacht te vestigen op het stuk, in nO 51 door u opgenomen onder de mededeelingen en ingezonden stukken, aangaande de opleiding van de militaire apothekers voor Indië. Naar ik meen, slaat het Koninklijk besluit van 19 Maart volstrekt niet op de kweekelingen voor de pharmacie inde koloniën. Na den 19den Maart is inde Staats-Courant nog eene oproeping gedaan voor kweekelingen voor den geneeskundigen en pharmaceutischen dienst hier te lande en voor den geneeskundigen dienst inde koloniën, terwijl het adtnissie-examen voor de kweekelingen van den pharmaceutischen dienst inde koloniën dit jaar weder in Mei door den oud-hoogleeraar G. J. Mulder te Bennekom zal worden afgenomen *).’ Mocht mijn schrijven gegrond zijn, dan zult u zeker velen lezers van uw blad een dienst doen, door ineen volgend nommer hiervan even melding te maken. Van deze gelegenheid maak ik tevens gaarne gebruik, u het praktisch examen mede te deelen, waarmede tegenwoordig twee kweekelingen bezig zijn, om aangesteld te worden tot militair apotheker 3de klasse voor Neêrlandsch-Indië. Het theoretisch gedeelte zal plaats hebben in Juni e. k. Praktisch eindexamen voor kweekelingen voor den militairen pharmaceutischen dienst in Oost-Indië. Voor beiden: 8 Quantitatieve onderzoekingen, voor ieder echter in verschillende verhoudingen. *) In het Koninklijk besluit van 19 Maart wordt wel degelijk melding gemaakt van den pharmaceutischen dienst inde koloniën. Ook mij is het niet duidelijk, hoe het admissie-esamen te Bennekom daarmede in overstemming gebracht kan worden, en ik meende daarom, dat dit laatste nu door het Koninklijk besluit van 19 Maart opgeheven was. Ked.