is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 12, 1875-1876, no 15, 08-08-1875

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12e Jaargang. 8 Augustus 1875. N°.ls.

PHAMACEDTISCH WEEKBLAD VOOR NEDERLAND. Voor Apothekers en Apotheekhoudende Geneeskundigen.

REDACTEUR: R. .1. OPWIJROi, te Nijmegen. Prijs per Jaargang, franco per post, ƒ 4,50. Advertentiën: van I—s regels ƒ 1,-—, elke regel meer 20 Cts. en 10 Cts. voor een N°. van het blad. Een Abonnements-tarief is op aanvrage verkrijgbaar. Mcdedeelingcu. Ingezonden stukken. Z. M. heeft nog benoemd tot lid der commissie, belast met het afnemen van het eerste natuurkundig examen der aanstaande artsen en van het natuurkundig examen voor hulp-apotheker dr. E. van Calker, leeraar en onderdirecteur aan de gemeentelijke hoogere burgerschool te Arnhem, en tot plaatsvervangend lid dier commissie dr. C. B. Spruijt, leeraar aan de Rijks hoogere burgerschool te Utrecht. BERZELIUS. 11. Zooals uit mijn voorgaand schrijven kan blijken, werd gedurende vier jaren het leven van //Berzelius” door zoo vele gevaren bedreigd, dat het ónmogelijk was zelfs aan een langzaraen vooruitgang te denken. Mochten al nu en dan eenige ©ogenblikken van in- en uilwendigen bloei gevonden worden, deze waren zoo gering in aantal, dat wijde hoop koesteren, dat deze tijden de moeielijkste zijns levens geweest zullen zijn. / Wat is er dan gedurende het afgeloopen jaar van //Berzelius” geworden? Is zijn bestaan van heden af voor immer verzekerd? Of lijdt het nog steeds eendoor alle hulpmiddelen gerekt leven, om weldra evenals zoo menig menschelijk streven door gebrek aan krachten den doodsnik te geven?” Aldus hoor ik den lezer vragen. Welnu, ik zal u antwoorden met eene korte beschrijving van zijn jongst verleden. In October ’74 na de zomervacanlie van den afgeloopen cursus werd de eerste vergadering gehouden; hierop bleek dat //Berzelius” nog slechts dertien leden telde. Voorzeker, hun aantal was gering; dacht men daarom echter buiten de vergadering dat het corps zijne laatste stonde tegemoet trad, daarbinnen dacht men anders, want bij die weinig overgeblevenen stond het vast, dat //Berzelius” onder hunne handen niet zou vallen. Toch mocht men zich gelukkig achten, dat er eenige hulp kwam opdagen : een elftal Pharmaceuten meldden zich als nieuwe leden aan, en zoodoende was dus eensklaps het getal leden tot vier en twintig gestegen. Echter was dit feit, hoe verblijdend ook, nog niet in staat //Berzelius” uit den bedroevenden toestand, waarin het verkeerde, te redden. Het corps had schulden, was dus arm en daardoor moest zelfs de geschiktste plaats tot aankweeking van onderlinge vriendschap (de sociëteit), in deze omstandigheden dubbel noodzakelijk, worden gemist. Hoe hierin verandering te brengen? Eene tweede vergadering werd belegd en in deze besloten beter inde eischen van het corps te voorzien door verhooging der maandelijksche contributie. Hiermede werd de grondslag gelegd voor de opkomst en den bloei van //Berzelius”. Niet alleen toch dat het uit zijne drukkende schulden werd gered, ja dat er bij elke verantwoording van den Quaestor een ruim batig saldo werd bevonden, niet alleen dat het societeits-bestuur in staat kon worden gesteld voor een geschikt lokaal en verdere benoodigdheden te zorgen, maar dit alles scheen tevens een gunstigen invloed uitte oefenen op sommige niet-leden, ten minste het ledental klom tot dertig.

UITGEVER; D. B. CEWTEIf, ie Amsterdam. De stukken, welke men wenscht opgenomen te zien, worden ui ter lijk Woensdag morgen verwacht bij den Redacteur. De Advertentiën ui ter lijk Vrijdag avond bij den Uitgever. De groote vraag van den dag wasechter: zal die verblijdende toestand voortduren? Vroegere jaren tooi), het moet erkend worden, had //Berzelius” somtijds evenveel leden geteld, ja zelfs meer; doch telkens was na rijzing van den barometer eene groote daling gevolgd en de koesterende zon, die vocruitgang voorspelde, plotseling door onweerswolken beneveld. //Zou dat ook nu het geval zijn?” O neen, lezer, //Berzelius” is te dien opzichte gebleven wat het was; al moesten wij het onvermijdelijk verlies van, een paar onzer betreuren, niemand heeft er gedurende dit jaar aan gedacht zich van onzen bond af te zonderen; ja, wat meer zegt en mijns inziens ten sterkste pleit voor de belangstelling in het corps en zijne leden, is dat zij, die verplicht waren voor langen tijd hunne studieplaats te verlaten, toch hun lidmaatschap behielden. , Is dit alles geen bewijs voor de verandering van de algemeens opinie der leden ? Mij dunkt wel. Niettegenstaande toch de belangrijke verhooging der contributie en de gelijk geblevene rechten vermeerderde het getal leden; is dit vroeger ooit gebeurd ? En alhoewel ge mij misschien zult tegenwerpen, dat dit alles nog niets inde schaal legt voor de toekomst van //Berzelius,” wie zal ’t laken dat wij ons in ’t tegenwoordige verheugen ! Niets toch wijst er op dat er gedurende de eerstvolgende tijden verandering in dien toestand zal komen, ten minste niet ten nadeele van dezen. Veeleer echter hebben wij reden vooruitgang te voorspellen. Al het u genoemde geeft zichtbare blijken van warme belangstelling en eendrachtige samenwerking, en waar deze beide samengaan, daar is ontwikkeling een noodzakelijk gevolg. Voeg hier nog bij de zaken, die ik gemakshalve heb weggelaten, omdat zij voor u van minder aanbelang waren; ook in deze is mij meestal eene innige verstandhouding der leden onderling gebleken. Ja, voorzeker, ons corps is in het afgeloopen jaar veel vooruitgegaan. Wilt ge zichtbare blijken? Ga met mij en verlustig u in eene lezing op de vergadering van //ünitas Pharmaceuticorum.” Niet meer die overbeersohende geest, waarvan ik u vroeger gesproken heb, maarde toon der verdraagzaamheid en eensgezindheid als strijdende voor hetzelfde doel heerscht om u. Hecht aangenaam en gezellig zijnde avonden, die wij als jeugdige beoefenaars der wetenschap met elkander doorbrengen. Of de werkzaamheden altijd vruchten dragen ? Altijd niet, maar meestal wel; echter mag ik niet ontveinzen, dat meerdere moeite aan sommige lezingen besteed niet ijdel zou zijn. Veelal toch is het mij gebleken dat de gebezigde woorden niet geschikt waren voor de meeste toehoorders als niet ver gevorderden in natuurwetenschappen. Duidelijkheid in taal en voordracht toch is een hoofdvereischte bij lezingen op //ünitas Pharmac.” Dat men dit niet uit het oog verlieze! En onze sociëteit //Praternitas inter Nos”. Ook van haar kan ik niets anders zeggen dan dat zij haar wachtwoord getrouw bleef. Veel werd voor haar gearbeid, dat hare vruchten even rijk mogen zijn! Tot zoo ver voor heden, over het doel spoedig nog een enkel woord, K. Veelaan, Ab-actis.