is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 12, 1875-1876, no 23, 03-10-1875

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijvoegsel tot het Pharmaceutisch Weekblad, 10 October, No. 24.

Overveen lij Haarlem, 4 October 187 5. Mijnheer de Redacteur! Het zij mij vergund een paar punten uit de missive der Commissie van 29 September te releveeren. De Commissie beweert, dat mijn schrijven van uwe zijde eene kritiek heeft uitgelokt. Waar is die kritiek? In het nommer van 26 September bewijst u mij wel de eer mij in het voorbijgaan te bestrijden en mij te verwijzen naar het onderschrift in N°. 20, maar eene kritiek zie ik niet. Gaarne had ik in N°. 22 het drieledig antwoord van eenige apothekers-bedienden wat nader in oogenschouw genomen, maar ik vreesde zooals uit dat nommer blijkt te veel van uwe beschikbare ruimte te vergen, als ik mij een onvermijdelijk uitstapje ging veroorloven op economisch gebied. Nu dat terrein door u zelven betreden is en het drieledig antwoord altijd volgens de Commissie door u in al zijne oppervlakkigheid is ten toon gesteld, vraag ik u zeer beleefdelijk dat zelfde antwoord ineen der volgende nommers nader te mogen behandelen. Ik geef vooraf de verzekering dat zóó te zullen doen, dat de Commissie na eventueele lectuur mij gaarne een brevet van kalmte zal uitreiken. De Commissie, die zelve in deze quaestie partij is, houde mij ten goede, dat ik baar minder bevoegd acht, een oordeel uitte spreken over de al dan niet partijdigheid vaneen ander in dezelfde zaak. Dat oordeel, Mijnheer de Eedacteur! komt mijns inziens toe aan de zeer talrijke lezers van het Ph. Weekblad, die niet tot uwe collega’s behooren en geheel buiten de quaestie staan. Ik ken er velen, die met groote belangstelling de behandeling van het maatschappelijk belang volgen, dat hier ter sprake is gebracht. Zie N°. 22. //Zooals de zaken thans staan, zullen ouders en voogden in //het openstellen der bewuste gelegenheid bij eenig nadenken //niets anders zien, dan eene exploitatie van arme jongens.” Meent de Commissie, dat ik de eenige ben, die er zoo overdenk? Zij heeft die qualificatie niet te danken aan de zucht om het beginsel van haar streven te brandmerken (zooals, de Eedaotie geheel onjuist deed uitkomen) maar wel aan de aanbeveling in het Handelsblad, die aan dat streven eene soort van philantropisch karakter verleent ? De Commissie tracht mee te werken om in eene groote behoefte aan hulp inde apotheken te voorzien en om dat doel te bereiken, ware de advertentie als zoodanig en zonder meer een meer gepast middel geweest, dan geïllustreerd met de recommandatie van het Handelsblad. Door die recommandatie heeft het den schijn, alsof de Commissie de reddende hand toesteekt aan eenige jongelieden, die anders geen raad weten. In afwachting van uw antwoord heb ik de eer te zijn P. J. van Eldik Thieme. Indien de heer Thieme zijn antwoord zoodanig inricht, dat hem //een brevet van kalmte kan uitgereikt worden,” zullen wij niet aarzelen het op te nemen. Redacteur. De stoften, waarmede loodwit vervalscht wordt,, zijn voornamenlijk zwavelzure baryt (zwaarspaath), koolzure kalk (krijt) en koolzure baryt (witherit). Om zulks zonder gebruik te maken van zwavelwaterstof te onderzoeken, handele men als volgt: Behandel een weinig van het onderzoeken loodwit met verdund salpeterzuur. Lost het op, afwezig zwavelzure baryt. Voeg bij de oplossing, indien noodig gefiltreerd, zoo lang verdund zwavelzuur, als er een praecipitaat ontstaat. Laat bezinken (of filtreer), giet de bovenstaande vloeistof af, maak haar alcalisch met ammonia, daarna zuur met azijnzuur en voeg vervolgens eene oplossing toe van zuringzuren ammoniak. Ontstaat er een praecipitaat, aanwezig kalk. Het praecipitaat, ontstaan door toevoeging van zwavelzuur bij de salpeterzure oplossing, behandelt men met azijnzuren ammoniak. Lost het op, afwezig koolzure baryt. Lost het niet volkomen op, zoo kan ’t onopgeloste zwavelzure baryt of zwavelzure kalk zijn. Om zulks te constateeren, verwarmt men ’t met zoutzuur, waarin zwavelzure kalk oplost. G. Jelgeksma.

Hager ■ deelt de analyse mede vaneen bruinen aanslag op een zilveren lepel, daarop ontstaan door erwtensoep. Het onderzoek van den aanslag leidde tot het resultaat, dat hij afkomstig was van de vorming vaneen zilveralbuminaat, waartoe de proteine der erwten het noodige materiaal geleverd had. Het medegedeelde onderzoek trok temeer mijne opmerkzaamheid, omdat mij onlangs een soortgelijk opgedragen werd, waarbij een zilveren lepel, die met de erwtensoep in aanraking geweest was, een bruinachtigen weerschijn vertoonde. Hier kon geen sprake zijn van het verzamelen van den aanslag en mijn onderzoek bepaalde zich tot de erwtensoep zelve. Tot de ingrediënten voor de erwtensoep hadden o. a. uien gediend, en de erwtensoep bleek duidelijk niet vrij te zijn van //aangebrand”. Ik meende mijne opmerkzaamheid hoofdzakelijk op zwavelverbindingen te moeten vestigen en werkelijk ontstond onmiddellijk eene bruinachtige kleur, toen ik bij de erwtensoep eenige droppels oplossing van loodacetaat voegde. Ik schreef dus den bruinen weerschijn aan het zilver aan eene zwavelverbinding inde erwtensoep toe. Bij de erwtensoep echter, die Hager onderzocht, waren geen uien gebruikt en het onderzoek van den aanslag op zwavelzilver gaf een negatief resultaat. De Vereeniging tot verbetering van den gezondheidstoestand te ’s Oravenhage is met de firma J. Mouton en Zonen aldaar overeengekomen, dat onderzoekingen van levensmiddelen door die firma zullen geschieden volgens een bij onderling overleg vastgesteld tarief. Prof. Gunning deelt inde Geneeskundige Courant mede, dat de heer Draisma van Valkenburg te Leeuwarden weldra in den handel zal brengen ijzerhoudende levertraan (iodetum ferrosum bevattend), welk praeparaat Prof. G. voorkomt in alle opzichten voortreffelijk te zijn. De heer dr. van der Burg, leeraar aan de Eijks Hoogere Burgerschool te Leeuwarden, heeft zich op aanwijzing van Prof. G. met het toezicht op de bereiding willen belasten en zal tevens voortaan de scheikundige hulp voor het onderzoek van levertraan verleenen, die de fabrikant tot dusverre van Prof. G. erlangde. De reactie van' Husemann op morphine bestaat, zooals aan velen bekend zal zijn, daarin, dat men het voorwerp eerst met zwavelzuur behandelt en vervolgens salpeterzuur bijvoogt, waardoor eene roode kleur ontstaat. Dewijl Mohr deze reactie verwerpt, heeft Husemann het noodig geacht nog eens daarop terug te komen en haar waarde te constateeren. De voorwaarde, waaronder de reactie stellig en zeker verschijnt, is de volgende: Wanneer morphine of een harer zouten gedurende 12 tot 15 uren met geconcentreerd zwavelzuur in aanraking geweest is, of een half uur daarmede tot 100° of eenige oogenblikken tot 150° C. verhit is en men bij de weder bekoelde oplossing een droppel salpeterzuur of een korreltje salpeter of kaliumchloraat of chloorwater of oplossing van natuurhypoohloriet of oplossing van ferridchloride voegt, dan ontstaat er eene prachtige blauw- tot roodviolette kleur, die spoedig in eene donker bloedroode overgaat en dan langzamerhand verbleekt. Het is dus niet de morphine zelve, maar een omzettingsprodukt, door de inwerking van het geconcentreerd zwavelzuur ontstaan, die met de vermelde reagentiën de kleurreaotie voortbracht. De gevoeligheid der proef is zoo groot, dat Vioo milligram morphine, in eenige droppels zwavelzuur opgelost en op de aangegeven wijze verder behandeld, nog duidelijk rosékleuring voortbrengt. De reactie van Fröhde op morphine kleur door eene oplossing van natriummolybdenaat in geconcentreerd zwavelzuur is nog iets gevoeliger maar hare bewijskracht geringer, omdat nog andere plantenstoffen (papaverine, salicine, populine, phlorrizine enz.) dezelfde kleur voortbrengen. Daarbij komt nog, dat ook gekleurde organische stollen, in gevallen, waarbij morphine uit organische deelen moet geisoleerd worden, slechts uiterst moeilijk geheel te verwijderen zijn. Ook hier geeft de reactie van Husemann geheel ontwijfelbare resultaten, indien men in plaats van salpeterzuur de chloorhoudende oxydatiemiddelen als reagentiën bezigt.