Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12e Jaargang. 7 November 1875. N°. 28.

PHARWACEDTISCH WEEKBLAD VOOR NEDERLAND. Voor Apothekers en Apotheekhoudende Geneeskundigen.

UITGEVER: U. b. CEÜTESI, te Amsterdam.

REDACTEUR: K. jr. OPWIJRDA, te Nijmegen.

Prijs per Jaargang, franco per post, ƒ 4,50. Advertentien: van I—s regels ƒ 1,—, elk regel meer 20 Cts. en 10 Cts. voor een N°. van het blad. Een Abonnements-tarief is op aanvrage verkrijgbaar.

De, stukken, welke men wensebt opgenomen te zien, worden uiterlijk Woensdag morgen verwacht bij den Redacteur. De Advertentien uit er lijk Vrijdag avond bij den Uitgever.

Mededeelingen. Ingezonden stukken. ONDERZOEK OP EOODEN WIJN. Van tijd tot tijd komt mij nog wel eens een onderzoek van dit artikel voor. Niet in het bezit zijnde van werken, die daarover speciaal handelen, geloof ik mijne collega’s, die mede in dit geval verkeeren, geen ondienst te doen mijne methode mede te deelen, die, geheel gebaseerd op spoed en nauwkeurigheid, hun een middel aan de hand geeft, om deze materie te onderzoeken. Vooraf echter wil ik gaarne mededeelen, dat ik mijne methode voor eene betere gaarne veranderen zoude. Ik zal tevens opgeven, waar ik een en ander uit geput heb, om zoodoende tot een geheel te geraken. Men begint met het specifiek gewicht te bepalen, ’t liefst door middel van het fleschje. Dit moet voor roode (niet zoete) wijnen variëeren tussohen 0.973 en 0.995. Voor zoete wijnen (door hun hoog suikergehalte) tusschen 0.990 en 1.125. Meer heb ik bet oog op Bordeaux, Bourgogne en Portwijn, en hoop naderhand de witte en zoete wijnen te behandelen. Het specifiek gewicht komt natuurlijk overeen met het aloohol-gehalte, en deze te bepalen is nu onze eerste zorg. De methode kan zeer gemakkelijk toegepast worden door het instrument bij de administratie in gebruik, maar daar niet ieder van dit instrument voorzien is, kan men dit ook doen, dooreen eenvoudig glazen destilleerapparaat. Men neemt 100 C. C. roode wijn, en destilleert daarvan 50 O. C. op een waterbad, brengt bet destillaat weder tot 100 C. C. en bepaalt nu hetzij door den areometer, hetzij door weging het alcohol-gehalte. Goede roode wijn varieert tusschen 10.6 pet. tot 15 pet. Om de kleurstof te bepalen, of liever of de kleur oorspronkelijk van de druivenschillen afkomstig is, of door bijgemengde stollen ontstaat, zijn drie methoden te volgen : I°. die van Buy er en Coulet; *) Men laat gewoon linnen doortrekken met ehloretum stannosumoplossing en droogt. Men kookt een strookje daarvan met dente onderzoeken wijn. Dit strookje blijft ongekleurd, ten minste bijna kleurloos, wanneer de kleur echt is, daarentegen fixeert het de kleur, wanneer die van aniline, cochenille, vlierbessen enz. afkomstig is. Brengt men nu dit strookje zoowel gekleurd of niet in slappe ammonia liquida, dan zal bij vervalsching de kleur langen tijd onveranderd blijven, maar bij goeden onvervalschten wijn onmiddellijk groen worden. 2°. Opgave van Gunning-, f) Men brengt een stukje marmer in eene kleine hoeveelheid van den wijn. De kleurstof van echten wijn wordt slechts door het zuurgehalte van den wijn opgelost gehouden, als deze tevens alcohol bevat. Langzamerhand ziet men de kleurstof blauw nederslaan, terwijl het bovenstaande vocht kleurloos wordt. Aan de Iste methode is echter de voorkeur te geven, omdat bij een mogelijk ijzergehalte van het marmer de looistof van den wijn aan het vocht eene inktachtige kleur kan doen aannemen. *) Jahresiericht Chem. Technologie, 1873, blz. 608. t) Leerboek der Scheikunde, 2e deel.

3°. Gewijzigde methode van Vogel: *) Men praecipiteert met eene oplossing van acetas plumbicus en schudt, na volkomen neerslag, met amylalcohol. Goede roode wijn staat zijne kleurstof daaraan af, vervalschte niets ot bijna niet. 4°. Men voegt bij den wijn eene oplossing van carbonas kalicus. Goede roode wijn mag na 2*4 uur geen praecipitaat of slechts zeer weinig geven, vervalschte daarentegen geeft een overvloedig praecipitaat. De Iste methode is de zekerste en snelste. De opgave alsof men wel eens lood in wijn zoude kunnen vinden, die gebruikt zoude worden om scherpen wijn te zoeten, is bijna ongeloofelijk. Men reageert er op door HsS door de vloeistof te voeren. Geen praec., afwezigheid van lood. Krijgt men een praec., dan onderzoekt men dit op de bekende wijze volgens Fresenius. De methode, om de kleurstof te bepalen met den microscoop (Hager’s pharm. Centralhalle 1864, no. 23). is mij nimmer gelukt. Om te bepalen of de wijn ook met andere vruchtenwijnen vermengd is of uit zuiver druivensap zijn oorsprong heeft, gaat men volgenderwijze te werk , terwijl men dan tevens het extractgeh'dte bepalen kan (volgens Moraweck. f) Men dampt 100 gram wijn in het waterbad in. Na weging extractgehalte 12/10 pCt. tot 23/8 pCt. ; * wascht uit met alcohol van 75 pCt. of 20» pharm. areometer, tot deze geheel kleurloos afloopt. Het overschot met 5 gram gedestilleerd water lang geschud en door een natgemaakt filter gefiltreerd. Dit filtraat moet kleurloos zijn, als men goed met alcohol afgewasschen heeft. Voegt men dan eenige droppels platinachloridoplossing bij, dan mag bij goeden onvemengden wijn geen praecipitaat ontstaan. Is er ook maar weinig vruchtenwijn aanwezig, dan ontstaat steeds een praecipitaat van ehloretum platinico-kalioum. Dit berust geheel op het aanwezig zijn van kaliumverbindingen in vruchtenwijn, die door alcohol niet te verwijderen zijn, terwijl druivenwijn, behalve een weinig kalinmsulphaat, niets dan zure wijnsteenzure kali bevat, die met platinachlorid geen praecipitaat geeft. Het aschgehalte wordt door uitdamping en gloeiing bepaald en loopt van 0.165 tot 0.202 pet. bij rooden wijn. Het vrije zuur bepaalt njen het gemakkelijkst door normaalalcali (natron of kali). Index bij rooden wijn een licht blauw praecipitaat bij toevoeging van den 1 sten droppel overvloedig titreervocht. (Men verdunt den wijn met eene gelijke hoeveelheid water). Het loopt van 0.721 tot 0.913 pet. bij goeden wijn. En hiermede hoop ik, onder nadere verbetering, mijne collega’s eene gemakkelijke en spoedige methode opgegeven te hebben om wijn op zijne deugd te onderzoeken. Amsterdam, W. y. d. Gaag, 21 October 1875. Apotheker. Het Weekblad van het Nederlandsche Tijdschrift voor Geneeskunde bevat het volgende antwoord: AA.N DEN HEER P. J. VAN ELDIK THIEME, TE OVERYEEN BIJ HAARLEM. Uw schrijven deed mij dadelijk de ijzerproef van het Orezza*) Serzelius, Deel, 5, blz. 45. t) Hager’s Vnlersuchungen 1874, 2e Deel, blz. 318.

Sluiten