is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 12, 1875-1876, no 29, 14-11-1875

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12e Jaargang. 14 November 1875. N°. 29.

PHAMACEUTISCH WEEKBLAD VOOR NEDERLAND. Voor Apothekers en Apotheekhondende Geneeskundigen.

REDACTEUR: IS. .1. OPWIJKM, te Nijmegen.

UITGEVER: D. B. CKWTEIïj te Amsterdam.

De stukken, welke men wenscht opgenomen te zien, worden uiterlijk Woensdag morgen verwacht bij den Redacteur. De Advertentiën uiterlijk Vrijdag avond bij den Uitgever.

Prijs per Jaargang, franco per post, f 4,50. Advertentiën: van I—s regels / 1,—, elk regel meer 20 Cts. en 10 Cts. voor een N°. van het blad. Een Abonnements-tarief is op aanvrage verkrijgbaar. Med«deelingeii. Ingezonden stukken. EEESTE VEBSLAG VAN DE COMMISSIE belast met Tiet afnemen van Tiet eerste natuurkundig examen, vermeld in art, 4 e» 8 der wet van 1 Juni 1865 (Staatsblad n°. 59), gewijzigd bij de wet van 8 Juli 1874 (Staatsblad n°. 97). Aan Zijne Excellentie den Minister van BimenlandscTie Zaken. De Commissie, bij Koninklijk besluit van 15 April 1875, n°. 10, en 28 Juli 1875, n°, 29, voor den tijd van één jaar, te beginnen met 1 Augustus 1875, belast met het afnemen van het eerste natuurkundig examen, vermeld in art. 4 en 8 der wet van 1 Juni 1865 (Staatsblad n°. 59), gewijzigd bij de wet van 8 Juli 1874 (Staatsblad n°. 97), heeft de eer aan Uwe Excellentie het verslag aan te bieden van hare eerste zitting, welke van 13 September tot 13 Ootober te Utrecht werd gehouden. Op de voorloopige vergadering van 7 September waren alle leden tegenwoordig, behalve de heer Rauwenhoff, in wiens plaats de heer Oudemans optrad. Daarenboven werd deze vergadering bij gewoond door het plaatsvervangend lid C. B. Spruyt, daar het zeer waarschijnlijk was dat de heer van Kalker verhinderd zou zijn het examen bij te wonen. In het geheel hadden zich 131 adspiranten aangemeld, als 59 voor het literarisch-mathematisch en 73 voor het natuurkundig examen. Bij gebrek aan een geschikt lokaal ineen der Akademische gebouwen, werd het examen, zoowel schriftelijk als mondeling, afgenomen in het lokaal Buitenlust inde Maliebaan, behalve het examen inde praktische scheikunde, waarvoor het chemisch laboratorium de aangewezen plaatswas. De commissie besloot, met het oog op het groot aantal candidaten, zich in sub-commissiën te verdeelen, en wel in vier voor het literarisch-mathematisch, en drié voor het eigenlijk natuurkundig gedeelte, _ ' , Op Maandag 13 September ving voor alle candidaten te gelijk het schriftelijk gedeelte van het literarisch-mathematisch examen aan met 54 adspiranten, daar vijf zich vooraf schriftelijk hadden teruggetrokken. Bij het schriftelijk onderzoek, even als later bij het mondeling, meende de commissie in ’t algemeen zoo weinig mogelijk te moeten afwijken van de wijze, waarop door vorige commissiën was gehandeld. Alleen kwam haar het opgeven vaneen kakografie minder doelmatig voor en voegde zij bij het mondeling examen in wiskunde ook nog eenig schriftelijk werk, terwijl ter vertaling uit het Latijn ditmaal alleen een stukje uit Nepos werd verkozen. Het mondeling examen dezer candidaten begon reeds 14 September en was, daar eiken dag eene groep van 8 personen kon worden geëxamineerd, op Dinsdag 21 September geëindigd. Hierbij maakte men voor ’t Latijn weder gebruik van Nepos, terwijl voor de moderne talen stukken uit bekende bloemlezingen werden verkozen. Wat de stereometrie betreft, heeft de commissie gemeend zich niet tot het vragen naar inhoud-formulen te moeten bepalen, maar ook bewijzen daarvan, gegrond op stellingen over onderlinge ligging van lijnen en vlakken, te mogen vorderen. Op den eersten dag van het mondeling onderzoek had de heer Eauwenhoff zijne plaats inde commissie ingenomen, terwijl, bij voortdurende afwezigheid van den heer van Kalker, de

heer Spruyt tot aan het einde der zitting diens functiën waarnam. Gedurende dit examen trokken zich achtereenvolgens 9 personen terug, zoodat het in ’t geheel slechts is afgelegd door 45 adspiranten, van welke 20 werden afgewezen en 35 het ver. langde diploma verwierven. Het zijnde heeren: E. F. Eomeling, Th. Paulussen, H. J. Spitzen, W. de Booy, J. Carpentier, J. C. H. H. Mackay, J. W. Portengen, D. Wouters, A. Möller, A. W. v.d. Willingen jr., P. E. van ïwisk, M. M. Jung, P. A. Giltay, E. C. H. Brands, G. J. van Wieringen, P. F. Faber, E. van Gils, L. Schakers, H. G. Samson, J. F. Tuinstra, A. W, Pulle, P. Tissot, W. J. Hubers v. Assenraad, H. L. Jacobi en B. Bakker. De kennis der candidaten van het Latijn was over ’t algemeen niet meer dan middelmatig. Het kwam de commissie voor, dat velen zich meer uitsluitend op het werktuigelijk vertalen van Nepos hadden toegelegd. Over de kennis der moedertaal viel mede niet veel te roemen. Vooral liet inde opstellen de stijl veel te wenschen over. Hoewel verder voor de Fransche taal de uitslag iets gunstiger was, daar aan ruim de helft der candidaten voldoende cijfers kon worden gegeven, kan de commissie nog niet tevreden zijn over het standpunt van de kennis, die de meeste adspiranten omtrent deze taal bezaten. Woensdag 22 September begon het schriftelijk examen voor het eigenlijk natuurkundig gedeelte, hetwelk over twee dagen werd verdeeld, ten einde de candidaten niet te veel te vermoeien. Den eersten dag werd de oplossing gevraagd van het volgende scheikundig vraagstuk: 20 gram bruinsteen, die 80 pot. Mn 02 bevat, wordt verhit met 80 c.M3. zoutzuur van 1.20 s. g., dat 40.555 gewichtsprocenten HCI bevat. Het gevormde chloorgas wordt geleid in eene oplossing van 40 gram iodkalium in water. Hoe veel iodium kan er hoogstens vrijgesteld worden? Het atoomgewigt van mangaan is Mn 55 // // i/ zuurstof //O zr 16 // n // waterstof // H 1 // // // chloor //Cl 35.5 n // // kalium // Ka 39 // // n iodium // ld z= 127 benevens een opstel over één der beide volgende onderwerpen: I°. Hoe wordt eene zwavelwaterstofoplossing omgezet in aanraking met lucht, salpeterzuur, chloor, met metalen, basische oxyden en hydroxyden, met metaalzouten van de verschillende groepen ? 2°. Hoe bereidt men ammonia? Hoe werkt zij op zuren? Hoe inden regel op zouten van zware metalen? Zijn u ook uitzonderingen op dien regel bekend en, zoo ja, welke ? Hoe werkt de ammonia op iodiden van alcohol-radicalen en op sa- CO c mengestelde aethers, bij voorbeeld op aethyl-oxalaat: ,_a ,? . 50a? (.'“'2 t Dienzelfden middag werd den candidaten de volgende botanische vraag voorgelegd: Noem dein Nederland in ’t wild voorkomende vergiftige phanerogamen, met opgaaf bij elke plant van de natuurlijke familie, waartoe zij behoort. De volgende zoölogische vraag: Wat is bij dieren gedaanteverwisseling, wat teeltwisseling? Beschrijf van elk een voorbeeld. Op den tweeden dag beantwoordden de adspiranten de volgende physische vragen: