is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 12, 1875-1876, no 36, 02-01-1876

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M 9.

CORTEX GRANATI. Granaatbast, (Vroeger wegens eene verkeerde opvatting zijner afkomst Cortex radicis granati geheeten.) Platachtige stukken, waarvan de meeste gekenmerkt zijn door de oneffenheid aan de uitwendige oppervlakte, alsof daaraan een deel van de buitenste schors ontbreekt. Een bijzonder voorschrift voor het toedienen van cortex granati is dat van Ferd. Richter, eene Emulsio taenifuga, die zonder afwijking op de volgende wijze gereed moet gemaakt worden: corticis granati gramm. 60, aquae communis gramm. 600- _ Macerent per noctem unam, tum ebulliant, ut colaturae sint gramm. 300. Colatura cum olei ricini gramm. 80, gummi arabici gramm. 15, ad emulsionem conteratur. Gebruik dezer emulsie, na de behoorlijke toebereidselen van haring met uien den vorigen avond, den volgenden morgen ten 8 ure de helft ineens en na verloop vaneen Juur de andere helft in twee keeren. LIGNUM GUAJACI. Pokhout. Het zaagsel (rasura), als hoedanig het meestal wordt ingekocht, mag niet veel witachtige deeltjes bevatten, het moet bij rust geheel in water bezinken en met solutio hypochloritis natrici eene groene kleur aannemen. RESINA GUAJACI. Guajakhars, Meestal in poeder in voorraad gehouden, hetwelk grijswit is en in eene zwart gemaakte flesch moet bewaard worden. Onder den invloed van het licht wordt het groen. Guajakhars moet geheel oplosbaar zijn in chloroform en in spiritus rectificatissimus. De spiritueuze oplossing wordt door water troebel, maar moet door bijvoeging van solutio hydratis kalici of natrici weder helder worden. Na trekking van het poeder met terpentijnolie bij zachte warmte, mag de terpentijnolie bij bekoeling noch dikvloeibaar noch Gekleurd zijn. ö Hoofdkenmerk. De blauwgroene kleur, die ontstaat, indien men bij eene oplossing in spiritus een weinig solutio hypochloritis natrici voegt. RADIX HELENII. Alantswortel. De mterhjke vorm der vooral aan het eene einde dikke stukken is voldoende bekend. De reuk van den gedroogden wortel gelijkt eenigszins op dien van radix iridis florentini doch meer kamferachtig. 5 folia hyoscyami. Bilzenkruidbladen. De lange, behaarde bladen kenbaar aan de vuilgroene kleur en den bedwelmenden reuk. hypophosphis calcicus. Onderphosphorigzure kalkwit korrelig poeder, hetwelk volkomen oplosbaar moet zijn in 6 deelen wrater.

MAANDELIJKSCH BIJVOEGSEL ten behoeve van Apotheekhondende Geneeskundigen.

Hoofdkenmerken. Bij verhitting ontwikkelt het een gas, dat aan de lucht van zelf ontbrandt, waarbij witte ringen opstijgen. De neerslag, die ontstaat, indien men bij de oplossing eene oplossing van nitras argenticus (1 : 20) voegt, is eerst wit, maar wordt weldra bruin, later zwart. HYPOPHOSPHIS NATRICUS, Onderphosphorigzure natron. Wit korrelig hygroscopisch poeder, gemakkelijk oplosbaar in water en spiritus. Hoofdkenmerken als bij Eypophosphis calcicus. HYPOSULPHIS NATRICUS. Doorschijnende kleurlooze kristallen, gemakkelijk oplosbaar in water, onoplosbaar in spiritus rectificatissimus. Hoofdkenmerk. Indien men verdund chloorwaterstofzuur bij de oplossing van dit zout voegt, dan wordt de vloeistof melkachtig troebel en verspreidt den reuk naar brandende zwavel. lODETUM HY DRARGYRICÜM. Kwikiodide. (Volgens eene vroegere nomenclatuur bekend onder den naam van Deuto-iodurctum hydrargyri.) Scharlakenrood poeder, bijna geheel onoplosbaar in water. 1. Bij verhitting moet het tot eene geelachtige vloeistof smelten en eindelijk geheel vervluchtigen. 2. Het moet bij verwarming volkomen oplosbaar zijn in 100 deelen spiritus rectificatissimus. 3. In eene oplossing van 2 deelen iodetum kalicum in eene gelijke hoeveelheid gedestilleerd water, moet 1 deel iodetum hydrargyricum volkomen oplossen. lODETUM HYDEARGYROSUM. Kwikioduur. (Volgens eene vroegere nomenclatuur bekend onder den naam van Proto-ioduretum hydrargyri Jiavum.') . ®en groenachtig-gcel (niet sterk geel) poeder, onoplosbaar in water en spiritus. 1. Bij verhitting moet het geheel vervluchtigen en daarbij mogen geene salpeterige dampen waargenomen worden. 2. Schudt men het poeder met zeer sterken spiritus dan moet de bij filtreeren doorgeloopen vloeistof kleurloos zjn «n maS door bijvoeging van zwavelwaterstofwater niet of althans bijna niet veranderd worden. iodium. lood. Grijszwarte, metaalachtig glanzende plaatjes met een eigenaardigen reuk. 5 .!•) Bij verhitting moet iodium van den bodem eener reageerbms geheel vervluchtigen onder het verspreiden van violette dampen en zich aan de bovenste wanden van het buisje als een grijze aanslag vasthechten. 2. Het moet geheel oplosbaar zijn in 10—15 deelen spiritus rectificatissimus tot eene bruine vloeistof zonder iets achter te laten. Ook in aether, chloroform en zwavelkoolstof lost het op, in deze vloeistoffen met eene roodvioletfe kleur. 3. Water met iodium geschud, wordt slechts weinig daardoor gekleurd, omdat het iodium hoogst moeilijk oplosbaar in water is (1 deel in ongeveer 4500 deelen water). Voegt men er echter een korreltje iodetum kalicum bij, dan wordt de vloeistof dadelijk bruin gekleurd. In eene geconcentreerde oplosssing van iodetum kalicum moet iodium volkomen oplosbaar zijn. r