Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rotterdam, 20 Maart 1876. Mijnheer de Redacteur ! Wij nemende vrijheid u inliggend te doen toekomen eenige blaadjes bladzilver (ten minste inden vorm gelijkt het daarop), om u te doen zien hoedanig men onder omstandigheden bedrogen kan worden. Wij kochten van eene bnitenlandsche firma volgens eene aan ons gedane zeer lage aanbieding, die vergezeld was van prachtige monsters, eene groote partij bladzilver, uit den aard van het artikel contant. Wij maakten nu daarvan diverse aanbiedingen en verzonden na ontvangst van het artikel onze verschillende commissiën daarop ontvangen, zonder de paquetten te openen en de qualiteit na te zien. Tot onze groote teleurstelling echter bemerkten wij daarmede verschrikkelijk bedrogen te zijn geworden, want bij onderzoek bleek het zoogenaamde bladzilver niets anders te zijn als, zooals u zichzelf kunt overtuigen, bladtin. Aangenaam zal het ons zijn, wanneer u hiervan melding wilt maken in uw Weekblad, opdat anderen zich aan onze ontvangen les kunnen spiegelen, U voor de opname van deze regelen onzen dank betuigende, verblijven met achting MaUIÜS & TAN EoSSEM. Utrecht, 16 Maart 1876. Mijnheer ! De belangstelling, die u ook voor de opleiding der Indische militaire pharmaceuten steeds getoond hebt, noopt me, u eenige bijzonderheden over onze opleiding mede te deelen. Aan de vakken, waarover ons op ’t examen te Bennekom vragen gesteld werden, worden ons de volgende hier in Utrecht niet onderwezen. 1. Geologie, 2. Mineralogie, 3. Pharmacognosie, 4. Pharmaceutische botanie, 5. Pharmaoeutisohe chemie, 6. Gerechtelijke scheikunde, 7. Vergiftleer in pharmaceutischen zin, Pharmacognosie werd vroeger door den heer Eomeijn, milit. apoth. aan ’s rijks hospitaal, onderwezen, die sedert Maart 1875 aan t magazijn van geneesmiddelen te ’s Hage gedetacheerd en nu onlangs te Kampen geplaatst is. Sedert prof. E. Mulder de colleges over chemie waarneemt, zijn zijne colleges over Pharmaceutische chemie en Toxicologie, die enkel door militaire pharmaceuten en inden laatsten tijd ook nog door één burger pharmaceut werden bij gewoond, tiidelijk gesloten. Microscopie wordt ons niet onderwezen. Prof. G. J. Mulder heeft zijn ontslag gevraagd niet alleen, maar ook verkregen. Op zijn raad blijven we in Utrecht. We staan thans onder toezicht van onze leermeesters, de prof. Harting, Eauwenhoff, Buijs Ballot en E. Mulder. De heer Broeker, mil. apoth. Iste klasse, onze leeraar in Pharmacologie en Eecepteerkunde, behoort niet tot deze Commissie. Dat deze regeling van langen duur zal zijn, geloof ik niet. Maar men schijnt inden Haag niet recht te weten, wat met ons aan te vangen. Vroeger betaalden we collegegelden, bijna ƒ 400 in ’t geheel, terwijl de kweekelingen in Amsterdam hiervan vrij waren. Thans is, door de bemoeiingen van prof. Mulder, aan deze onbillijkheid een einde gekomen, daar we sedert Ootober 1875,/100 ’sjaars voor collegegelden, laboratorium en studentenbul genieten. De mil. apoth. ontvangt in Indië fourage voor paarden, maar paardrijden leeren we niet, zooals de kweekelingen in Amsterdam. Een poos geleden hebben we door tusschenkomst van prof. Mulder een verzoekschrift dienaangaande aan den Minister gericht. Prof, Mulder ondersteunde ons verzoek dooreen begeleidend schrijven. We kregen antwoord, dat de Minister niet wist, dat onze dienst te paard in Indië ooit noodig was (maar waarom dan die fourage?) en dat er te Utrecht bovendien geene paarden voor ons beschikbaar waren I Eindelijk nog: we zijn hier verstoken van vrije geneeskundige behandeling en verkrijgen evenmin gratis geneesmiddelen. Dat schijnt een voorrecht te zijn in ’t nauwste verband staande met de militaire uniform, daar de kweekelingen te Breda, Amsterdam, Nieuwediep wèl in dat voorrecht deelen. Ik ontvang daarjuist een brief uit Indië vaneen vriend, milit. apoth. 3de klasse, waarin hij mij schrijft, dat de milit. apothekers in Indië een rekwest ingediend hebben om apothekers- (staats-) examen te mogen afleggen, welk verzoek geweigerd is. Natuurlijk, geen milit. apotheker zal nu uit ’s lands dienst gaan; civiel

apotheker kan hij ten minste in Nederland niet worden en eene andere betrekking heeft hij zoo gemakkelijk niet. Hij moet dus blijven inde betrekking, die hij nu eenmaal bekleedt, blijven uitzien naar promotie, welke zoover, zoo heel ver verwijderd is. Vele officieren van gezondheid hebben de Indische gelederen verlaten, en nog velen volgen dit voorbeeld. Ze klagen over slechte vooruitzichten, slechte promotie en met recht; maar hunne positie is nog glansrijk, vergeleken met die der militaire apothekers in Insulinde. Hoogachtend enz. q ■ Het gebeurt niet zoo dikwijls, dat men onze instellingen in Duitschland prijst. Daarom achten wij het eigenaardig over te nemen, wat de Pharm. Zeitung van 18 Maart over onze geneeskundige staatsregeling zegt, als inleiding en slot vaneen (uit ons Blad) overgenomen artikel over de Pharmaceutische statistiek (//Das Apothekenwesen in Holland”). //Holland heeft geene apotheken-concessies, maar voortreffelijke //geneeskundige wetten en staatstoezicht. Over dit laatste zendt het //ministerie jaarlijks aan den Koning een uitgebreid verslag in, //hetwelk tot in kleine bijzonderheden een helder en aanschouwe//lijk beeld van den geneeskundigen stand en zijne ontwikkeling //geeft. Zulke bijdragen tot de cultuurgeschiedenis van den tijd //missen wij in ons enger en wijder vaderland, zoodat wij, willen wij //ons een algemeenen blik verschaffen over den stand van het //apothekersvak ineen geheel land, naar het buitenland de schreden //moeten richten. //Het ware te wenscheu, dat zulke ingrijpende ambtsberichten //over den apothekersstand uit alle Staten werden gegeven. //Slechts daardoor zou het mogelijk zijnde waarde der verschil//lende stelsels, waarop de toestand der apotheken berust, te vergelijken en tot een juist inzicht te geraken.” Uittreksels uit Buiten- en Binncnlandschc tijdschriften. Syrupus lacto-phosphalis calcici, volgens Rager. : Lactatis caloici partes 2. Solulio in Aquae destillatae partibus 60 inter agitationem instilla Aoidi phosphorici (pond. spec. 1,120) partibus 8. *) Sepone per horam dimidiam et saepius agita. Liquori forsitan turbido guttatim adde Acidi phosphorici q. s. ut liquor fere limpidus efficiatur, Liquor filtratus cum Saechari albi part. 130 in syrupum redigatur. Pondus syrupi aequat part. 200. Syrupus lacto-phosphatis ferrosi, volgens Rager. Jf; Lactatis ferrosi partes 4,5. Solve leni calore in Acidi phosphorici (1,120 pond. spec.) part. 10, f) Syrupi saechari part. 85. Tum admisce Syrupi saechari partes 400. Elaeosacchari citri part. 2. 10 Gram stroop bevatten dan het ijzer, berekend op 50 milligr. ferrophosphaat Ee3 (P04)2, hetwelk gedeeltelijk in het melkzuur, gedeeltelijk in het phosphorzuur is opgelost. Sennetabletjes, Folliculae sennae 1000 deelen, saccharum 250 deelen, pulpa prunorum 250 deelen, pulvis aromaticus 4 deelen. De folliculi worden met koud water aangemengd en uitgetrokken, waarna het aftreksel ingedampt en met de overige ingrediënten tot massa gevormd wordt, waarvan men 400 tabletjes maakt. Persoonlijke aangelegenheden. Overgeplaatst zijnde milit. apoth. 2de klasse H. Eomeijn naar de garnizoens-infirmerie te Kampen met ingang van 1 Maart 1876; de milit. apoth. 2de klasse W. Wolthuis, naar de garnizoens-infirmerie te Leiden. ) 8 Deelen acid, phosphoric, van 1,120 = 6,2 deelen acid. phosphoric, van 1,156—1,160 der Pharm. met 1,8 deelen water. t) 10 Deelen acid. phosphoric. van 1,120 := 8 deelen acid. phosphoric. van 1,156—1,160 der Pharm. met 2 deelen water.

Sluiten