is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 12, 1875-1876, no 52, 23-04-1876

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

artsenijvoorraad zou opnemen. En als het //poeder” nu eventueel niets opbrengt, tenzij de een of andere spekulant het er op wagen wil, of ook het er zoo nauw niet mede neemt, dan wordt 1» de kina-onderneming te Bandong, zijdelings haar ijverige direkteur, gedeprecieerd en 2° krijgen wij, chemislen, misschien van den Minister van Koloniën het verwijl naar ons hoofd, dat wijde kina over Nederland moeten ontleenen, want dat wij het niet waard zijn, zoo die hier aan de markt wordt gebracht. Een kina-analyse doet men niet entre chien et loup, of op een zomerschen achtermiddag af. leder denkend wezen weet hoeveel de pharmaceutische waarde van plantaardige geneesmiddelen uit elkaar moet loopen. Voor niet deskundigen is het goed hier bij te voegen, dat //poeder van kinabast” volstrekt geen mindere hoedanigheid vertegenwoordig!, uit het oogpunt van den apotheker beschouwd. Ook de fraaiste kinabasten moeten tot poeder gebracht worden, om inde apotheek te kunnen dienen. En, dat er van nopruimen" geen sprake is. want het poeder is door den directeur der kma-plantage vroeger geannonceerd als een mengsel van minder fraaie basten en van de bij het verpakken gebroken – basten. De aankondiging der vendutie luidt dan ook: "tot poeder bereide” kinabast. De heeren verkoopers (John Pryce & Co.) waren verscheiden dagen van te voren, toen hun om een monster gevraagd is, niet in staat dit af te geven. _ Zeker is de pharmaceutische dienst hier door de Eegeering niet om konsideratie en advies gevraagd. De direkteur van Finantiën is een verstandig man. Zou hij er niet voor te interesseeren zijn om ’s lands middelen zoo produktief mogelijk te maken, door den verkoop van kina op Java niet te gelijk te doen plaats hebben met dien van oud ijzer en van oude pantalons, en dien behoorlijk eenio-en tiid vooraf aan te kondigen? J Batavia, 1 Nov. 1875. J B N Boekaankondiging. Geneeskundige wetten met Bijlagen en door L. N, Schuurman. Berde, tot 1 Oct. 1875 bijgewerkte, druk. Zwolle, IV. E. J. Tjeenk Willink. De Oud-Seeretaris der gemeente Zwolle heeft met loffelijken ijver den nieuwen druk bewerkt eener uitgave, die algemeen bijval gevonden heeft. Er is sinds den tweeden druk (d°ie bij gewerkt was tot 1 Aug. 1872) vrij wat verandering op dit gebied voorgevallen en er zijn menige rechterlijke uitspraken gevallen, waardoor aan wetsartikelen eene betwijfelde of betwiste uitlegging gegeven is. De nieuwe druk bevat dan ook de wijzigingen, die bij de Met van 8 Juli 1874 gebracht zijn inde regeling der voorwaarden tot verkrijging der bevoegdheid van geneeskundige apotheker, hulp-apotheker, leerling-apotheker en vroedvrouw’ In ondergeplaatste noten zijn nieuwe arresten, missiven en besluiten aangehaald betreffende artt. 1,3, 4,5 en 9 der Wet regelende de uitoefening der geneeskunst en betreffende artt’ 21, 30 en 31 der Wet, regelende de uitoefening der artsenij’ bereidkunst, en wordt de beknopte inbond der arresten, missiven en besluiten medegedeeld. 1 Even als inden vorigen druk is de Ministeriëele resolutie houdende de lijsten van vergiften en van de minima der genees’ middelen inden algemeenen handel, alsmede het Koninklijk be- ' sluit tot aanwijzing der geneesmiddelen, die op de lijst der apotheekhoudende geneeskundigen niet mogen ontbreken ono-e nomen. In het oog vallende drukfouten, die inde oorspronkelijke lijsten der vergiften en der bedoelde geneesmiddelen aangetroffen worden (Chloretum aurico-natricum et chloretum //na tncuni, Solutio camphorae spirituosa 500 Liter, //chloreti ferrici 100 // // // stibiosi 100 //) zijn verbeterd. Inde namen der geneesmiddelen echter troffen wij behalve de fouten van den tweeden druk nog meerdere aan (//plumbicis” blz. 49 voor //plumbicus”; //colchisi” en //curprious” blz. 51 yoor //colohioi” en //cupncus”; //sibricum” blz. 53 voor //sibiricum”; //huanico” blz. 54 voor //huanuco”; »Calbanum” en //oxido” blz. 56 voor //Galbanum” en //oxydo”; //phelandrii” blz. 59 voor //phellan//vil°arum”, //.Tartans” en //assae” blz. 61, voor //violarum , //Tartarus” en //asae”; //cuccini” blz. 63 voor //succinP’j (

//femci 63 voor //ferrici”; //hydrochlaras” blz. 68 voor //hydrochloras _; //emitious” en weinnamoni” blz. 69 voorl //emeicus en //cmnamomi”.) Tot onze verwondering is blz. 67 de noot gebleven, die ook inden tweeden druk geplaatst was, waarin bij de lijst van geneesmiddelen voor de apotheekhoudende geneeskundigen aangehaald wordt art. 3 der Wet van ,3 Novembe! 1871, houdende bepalingen omtrent de invoering der Nederl Iharmacopoea, welk artikel luidt: „De middelen inde Pharmacopoea met een kruisteeken aangeduid, behoeven niet in elke apotheek voorhanden te zijn.” Dit artikel toch heeft enkel betrekking op de apotheken der apothekers en kan nooit slaan op de lijst der apotheekhoudende geneeskundigen, bij wie de lijst, z. a. de llooge Baad het eens uitdrukte, in dit opzicht de Pharm. vervang Onder de geneesmiddelen, die op die lijst niet mogen ontbreken, komen er geene voor, die inde Pharm. met een kruisteek en voorzien zijn (acetas en sulphas morphini uitgezonderd, waarbij echter hydrochloras morphini als hoofdartikel genoemd wordt) maar al kwamen er op de lijst voor, dan zou door de uitdrukkelijke bepaling //mogen niet ontbreken” het genoemde art. 3 daarop met kunnen slaan. Eindelijk vestigen wij nog de aandacht op eene bijzonderheid, die wij reeds bij eene andere gelegenheid bespraken (in N° 43 van den vongen Jaargang) en die voor toekomstige examencommrssien en examinandi niet zonder beteekenis is. Ingevolge de wijzigingen, die de Wet van 8 Juli 1874 inde Wet van 1 Juni 1865 gebracht heeft, zijn natuurlijk vervallen de Koninklijk besluiten van 10 Maart 1867 en van 5 November 1870, houdende vergunning tot splitsing van de natuurkundige en geneeskundige examens, want deze vergunning is thans wet geworden. De Bewerker heeft deze besluiten dus niet meer inden derden druk opgenomen. De consequentie imdde hem verder tot het weglaten van het Koninklijk besluit van 14 Februari 1870, houdende bepalingen omtrent het leveren der bewijzen van kennis der Nederlandsche, Latijnsche, Fransche en Hoogdmtsche talen en van de wis- en stelkunst. Deze bepalingen behelzen de vrijstelling van het litterarisch-mathematisch gedeelte uitgenomen het Latijn voor hen, die een diploma van eindexamen der Hoogere Burgerscholen kunnen overleggen – alsmede de vrijstelling van het Latijn voor hen, die het tosti’ moninm der Latijnsche school kunnen overleggen, dat zij tot de academische lessen toegelaten zijn. Deze bepalingen zijn niet inde wijziging der Wet opgenomen en m den letterlijken zin met meer van kracht. Eene examencommissie kan terecht bezwaar maken die bewijzen voldoende geldig te verklaren. Onzes inziens bestaat er geen twijfel aan, 0 .. e1t1. m Je bedoeling, genoemde bepalingen omtrent de vrijstellingen ook bij de gewijzigde Wet te doen gelden. Het is echter voor den wettigen gang noodig, dat de leemte wordt aangevuU dooreen vernieuwd Koninklijk Besluit, waarin alleen de aanhef van het vroegere behoeft veranderd te worden in dezer voege: //Besluit van . , houdende bepalingen omtrent //het everen der bewijzen, bedoeld inde eerste zinsnede van //art. 4 en de tweede zinsnede van art. 8 der Wet van 1 Turn' (Staa^ad N°. 59), gewijzigd bij de Wet van 8 Juli //1874 {Staatsblad N°. 97), regelende de voorwaarden tot ver//knjging der bevoegdheid van geneeskundige, apotheker, hulp//apotheker, leerling-apotheker en vroedvrouw”; en verder op gelijke wijze in art. 1 en 3 van het Besluit de woorden //gewijzigd bij de Wet van 8 Juli 1874 {Staatsblad No. 94)” moeten mgelascbt worden. Wij achtten de uitvoerige bespreking van het werkje nuttighet verdient alle aanbeveling en zal zeker evenals zijne voorgangers in veler handen geraken. Persoonlijke aangelegenheden. Door den Gemeenteraad te Botterdam is de heer L C W Goox benoemd tot apotheker in het Ziekenhuis aldaar. hoogleeraren inde scheikunde te Utrecht zijn benoemd ar. L. Mulder, buitengewoon hoogleeraar, en dr. H, C. Dibbits leeraar aan de Hoogere Burgerschool te Amsterdam. Openlijke correspondentie. X. (Postmerk Utrecht). Op ongeteekende inzendingen kan geen acht geslagen worden. ° ° G. E. te Z. Plaatsing in het volgend nommer, ove? ,hpfr.Scri“erius b°ujë~ons ten goede, dat wij zijn repliek over het bewuste onderwerp niet plaatsen. Uit zijn artikel nemen wij echter gaarne het bericht over, dat te Gronin-en de phaimaceulen m de erkende studentenvereenigingen opgenoraen jn en Wij spieken met hem den wensch uit, dat zulks ook in andere Academiesteden spoedig het geval moge worden. Het stelsel van uitsluiting, tot bestrijding waarvan men in Duitschland zooveel te kampen gehad heeft, worde bij ons te lande spoedt