is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 5, 1863, 1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l°od ontstaat zeer gemak kelijk, wanneer het platina vrij van ijzer is. Een zeer hard en bros platina-lood, dat eerst bij de van smeltend zilver in smelting komt, bevat 21,7 pCt. i°°d en 78,3 pCt. lood. Het laat zich ineen moffel bij eene hitte voor de goudproef benoodigd gemakkelijk cupelleren en Wanneer men de hitte doet stijgen tot de levendige roode §ioeihitte waarop zink kookt, zoo verandert het in eene zwammige massa, die nu nog 6 tot 7 pCt. lood bevat. Verhit zijnde voor de knalgas-blaasbuis, bij overvloed van zuurstofgas, eerst op de beenderasch-kapel, daarna op de bijtende halk-kapel, tot dat het ruischen heeft opgehouden, blijft het gesmolten zuivere platina terug. Het kan ook met zilver Sainengd gecupelleerd worden. Bij oplossing der legering in zwavelzuur blijft dan het platina terug.

in het groot. Deze kan op de boven beschreven geschieden. Deville en Debray beschrijven eene om de smelting van 100 kilogrammen platina-erts löet loodglans enz. te bewerken, insgelijks de smelting van platina in ovens van bijtenden kalk, 15—20 kilogram plain eens. Wanneer men tegelijker tijd het in 3 tot 4 °vens gesmolten platina in een’ en denzelfden vorm laat kan men platina-blokken van 60—80 kilogrammen Öat is van1112/2 centenaar zwaarte) daarstellen. Qeivinning van het platina door eenvoudige smelting van het plaüna-erts. Niets is eenvoudiger, dan uiteen goed uitgekozen Platina-erts eene legering van platina, iridium en rhote gewinnen, welke alle eigenschappen van het pla'ina ®Zlt, en daarenboven nog eene iets grootere stijfheid (rai-Ur) en een’ merkbaar grooteren weêrstand voor warmte en Agentia. Het is duidelijk, dat, wanneer men uit de platina-erts de en voor oxyderen vatbare zelfstandigheden die het 6vat onttrekt, ,men eene legering van platina, iridium en zal moeten overhouden. Het goud kan men uit 1 platina vóór de metallurgische behandeling wegnemen; e‘ palladium is vlugtig en men vindt het, even als het üud, wanneer dit nog aanwezig is, of niet is verwijderd ge-

169