is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 5, 1863, 1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vocht, gefiltreerd en aan vrijwillige verdamping onderworpen; gaf een kristallijn poeder, dat onder het mikroskoop zich als kleine platte prisma’s vertoonde. Deze zelfstandigheid door den schrijver agaricin genoemd, bezit de smaak van Agaricus albus inde hoogste mate. Deze stof is wit, kris' tallijn, van eene eerst flaauwe , weldra zoet wordende, bit' tere en scherpe smaak, is zeer oplosbaar in alcohol, on* oplosbaar in aether, zeer weinig oplosbaar in water en meer in koud dan in warm , lost op in sterke zuren en in al ca' liën zonder veranderd te worden. Zij bevat geen stikstof en bezit tot een zeker punt de eigenschappen der glucosiden-Na gezien te hebben dat zij geene herleidende werking °P

het vocht van Barreswill uitoefende, werd zij in een® geconcentreerde oplossing van sinaptas verdeeld en het meng' sel gedurende 12 uren aan eene temperatuur van 40° bloot' gesteld; maar zonder gevolg, daar zij nog geene werking op het proefvocht uitoefende. Zij werd vervolgens gedurende eenige minuten gekookt met verdund zwavelzuur, waarin zij gedeeltelijk oploste; het vocht met soda veronzijdigd zijnde» oefende nu eene herleidende werking uit op het proefvocht van Barreswill, hoewel veel zwakker dan die van glucose of dooreen zuur geïnterverteerde rietsuiker. Het blaauwe vocht werd slechts geelachtig groen. Daar hij waarnam > dat de smaak der agaricin, even als die van Agaricus zich eerst langzaam inden mond ontwikkelt, vermeende de schrij' ver dat zij door den invloed van het speeksel eene verandc' ring onderging. Hij onderwierp ze daarom gedurende een uur aan de werking van speeksel bij eene temperatuur va» 40 ; hierin loste zij gedeeltelijk op en het mengsel met ge' destilleerd water verdund en gefiltreerd, bragt met het proefvocht van Barreswill dezelfde verandering in kleur te weeg, als met de verdund zwavelzuur behandelde agaricim Het niet opgeloste gedeelte had de eigenschappen der agu' riem behouden. In alle geval is onder deze omstandighedcO eene suikerachtige stof gevormd, welke echter geen glucose is. Zou ze welligt mélézitose zijn? Men weet dat deze nieuwe soort van suiker gevonden i®

236