is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 5, 1863, 1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer uitvoerig in boven aangehaald Tijdschrift medegedeeld, welke arbeid in 40 groote kwarto bladzijden met voortreffelijke afbeeldingen der bedoelde schermplanten ook als afzonderlijke afdruk inden handel verschenen is. Hieruit is het volgende korte uittreksel genomen:

Scorodosma foetidum Bun ge, is de thans ontwijfelbare oorsprong der ware Asa foetida en is dezelfde schermplant, welke Kaempfer Asa foetida Disgunensis en Linnaeus Ferula asa foetida genoemd hebben. (1). Als hoofdcentrum dezer schermplant moet men het noordoostelijk deel der centraal Persische hoogvlakten aannemen. Van daar af trekt zij aan de eene zijde naar het zuiden tot nabij de kust van den Persischen golf; aan de andere zijde naar het noorden, waar zij de oostelijke, lage voorketen van het noordelijk randgebergte van Persië, alsmede de westelijke van Hindukho , tusscheu de meridianen 80 en 84° overtrekt en de aan de vlakten van Turkestan aangrenzende hellingen van den Pamir, aan den opper-Oxus van Schachrisabs-tau en Aktau in Sarjawschan-Thale bewoont. Zij verbreidt zich daaruit inde geheele vlakte tusschen de Amu- en Seyr-Darja tot aan het Aralmeer , alsmede zeer waarschijnlijk inde streken tusschen Chorassan en den Chanat-Chiwa aan het meer Oxus , in het land der zuidelijke Trachmanen noordelijk van de Seyr-Darja en het meer Arah en westelijk van dit laatste op de geheele hoogvlakte van TJst-Ürt schijnt de plant te ontbreken. Daarentegen verschijnt zij weder geheel onverwacht inde zandwoestijn Kara-Kum, aan den oostelijken oever der Kaspische zee (47° Br. 72° oostl. lengte). Deze plaats is het uiterste afzonderlijk liggende, noordwestelijke grenspunt der verbreiding dezer schermplant, welke hier ook slechts zelden in afgezonderde exemplaren voorkomt en niet de enorme hoogte bereikt, zooals aan den oostelijken oever van het Aralmeer. Men erkent het in massa bijeengroepend optreden van deze (f) Vergelijk hiermede wat inden jaargang 1859 van het Tijdschrift voor wetenschappelijke Pharmacie p. 375 , omtrent dit onderwerp door Dnckworth is medegedeeld (P, J. H.)

281