is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 5, 1863, 1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

120malige vergroeiing kon men ze onderkennen als ézijdige prismen met regie eindvlakten. Zij losten gemakkelijk op in water, welke oplossing zuiver zoet als suiker smaakte en neutraal reageerde. Uit de alcoholische oplossing zonderden zich schitterend itte , zijdeachtig glinsterende , stralig gegroepeerde naaltjes uit. Zij waren onoplosbaar in aether. Op platinablik verhit smolten zij, ontwikkelden een caramelreuk en verbrandden volkomen met helderlichtende vlam. In glazen buisjes verhit smolten zij en ontwikkelden zuur reagerende ontledingsprodukten. Met potaschloog overgoten ontwikkelden zij geen reuk. De hoeveelheid dezer kristallen beliep 0,134 gram. Zij werden voor mannite gehouden.

Bij herhaling met eene grootere hoeveelheid alcoholisch uittreksel en eene andere soort van moederkoorn , werden er andere eveneens zoet smakende kristallen uitgescheiden. Deze waren volkomen kleurloos, zeer digt en hard, en zuiver suikeraehtig van smaak. Benige dezer kristallen in water opgelost, met goede biergist vermengd en bij 15° C. nedergezet , begonnen reeds na verloop van eenige uren koolzuurgas te ontwikkelen. Een tegenproef met dezelfde gist, zonder toevoeging van moederkoormuiker leverde geene ontwikkeling van koolzuur. Eene waterige oplossing dezer moederkoornsuiker met eenig sulphas cupricus en soda-oplossing verwarmd, gaf bij 4 a 5 minuten koken eene volkomene reductie tot koperoxydul. Salpeterzuur vormde onder ontwikkeling van roode dampen uit de moederkoornsuiker oxalzuur. Deze waarnemingen werden inde lente van 1857 in het werk gesteld. Toen de onderzoekingen van Mitscherlich over de moederkoornsuiker (Mycose) in November 1857 bekend gemaakt werden, kon de schrijver de door hem afgebeelde kristallen overeenkomend verklaren met de door hem en Eiedler verkregen moederkoornsuiker. Vroeger is reeds vermeld, dat ook Mitscherlich eens mannit uit het moederkoorn verkregen heeft. 3. Be vlwgtige bases des moederkoorns. De hoofdmassa van het uit 16 oneen moederkoorn verkregen moederkoorn-extract werd tot het onderzoek op deze bases gebruikt.

293