is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 5, 1863, 1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit heeft zelden plaats, hoewel mij er toch meerdere voorbeelden van zijn voorgekomen. Meestal beginnen , als de zuurstof, welke inde vloeistof opgelost was, verdwenen is, de ferment-Yibrionen, die dit gas niet noodig hebben om te leven, zich te vertoonen en dadelijk begint de rotting. Zij wordt langzamerhand bespoedigt, terwijl zij de voortgaande ontwikkeling der Yibrionen volgt. Wat de verrotting betreft» zoo is deze zoo krachtig, dat de mikroskopische onderzoeking van eene enkele droppel der vloeistof eene zeer pijnlijke zaak is, als dit onderzoek slechts eenige minuten lang duurt.

Ik haast mij echter op te merken , dat de onaangename reuk der vloeistof en gassen voornamelijk afhangt van de hoeveelheid zwavel welke inde in rotting verkeerende stoffen vervat is. De reuk is weinig te bemerken, wanneer de zelfstandigheid niet zwavelhoudend is. Zulks is bij voorbeeld het geval bij de gisting van die eiwitachtige ligchamen, welke door water uit biergist kunnen uitgetrokken worden. Hetzelfde heeft plaats bij de boterzure gisting; want volgens de door mij uiteengezette resultaten, in verband met mijne vroegere studiën , is de boterzure gisting, volgens den aard van haar ferment, een verschijnsel van geheel denzelfden aard, als welken men inden eigenlijken zin rotting genoemd heeft. Op dezen grond is het oogpunt, waaronder men tot nu toe de rotting beschouwd heeft, in zeker opzigt te beperkt. Uit het bovengenoemde volgt , dat de aanraking met lucht volstrekt niet noodzakelijk is voor het ontstaan der rotting. In tegendeel, wanneer de, in eene voor rotting vatbare vloeistof opgeloste zuurstof, niet vooraf door de werkzaamheid van bijzondere wezens ware weggenomen geworden , zoo zou er geen rotting zijn ontstaan. De zuurstof zou de Vibrionen dooden, die aanvankelijk getracht hadden zich te ontwikkelen. Thans wil ik het geval der rotting bij vrije toetreding der lucht onderzoeken. Wat ik straks zeide zou tot het geloof aanleiding kunnen geven, dat zij niet kan ontstaan dewijl de zuurstof de Vibrionen, die zij te weeg brengt doodt. Dat is niet zoo en ik zal zelfs aantoonen, dat in overeenstem-

324