is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 5, 1863, 1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mende meeningen over de ontdekking dezer bijgemengde vetten kenbaar gemaakt en daar inde letteratuur over dit onderwerp nog niet veel gevonden wordt, zijn deze mededeelingen daarom temeer belangrijk, daar zij aanleiding kunnen geven tot het verkrijgen van meer volledige resultaten.

1. Horsley (Client. News, Vol. IV p. 230) beveelt ter onderzoeking der boter op verschillende bijgemengde vetten de aether aan. De boter wordt op een waterbad gesmolten, en men overtuigt zich daarbij vooraf op de bijmenging met raeelige en andere zelfstandigheden, waarna zij in eene uitdampschaal met de vier, tot vijfvoudige hoeveelheid heet water vermengd en dan gedurende twee tot drie uren in rust gelaten wordt. De vastgeworden laag wordt dan op filtreerpapier gelegd, ten einde het aanhangende water er van te bevrijden en nu een stukje er van ineen wijdmonds glazen stopflesch gebragt en met aether bij eene temperatuur van 18,5° C. overgoten. Wanneer de boter zuiver is, moet zij bij genoemde temperatuur volkomen oplossen tot eene heldere, citroengele vloeistof. Geheel anders dan boter verhoudt zich reuzel. Deze is bij de genoemde temperatuur in aether meerder of minder onoplosbaar en levert eene dikke melkachtige vloeistof, die bij rust een overvloedig bezinksel levert. Evenzoo verhouden zich ossenvet, schapenvet en talg, maar het bezinksel uit aether is grover en vlokkiger, dan hetgeen door reuzel wordt opgeleverd. De inwerking van aether bij 18,5°C. geeft alzoo een geschikt middel aan de hand om zuivere boter van de zoodanige te onderscheiden, welke met andere vetten verontreinigd is ; ook kan de hoeveelheid van het bezinksel eenig uitsluitsel geven omtrent de mate der vervalsching. De temperatuur is bij dit onderzoek van groot belang. Terwijl het troebele mengsel der vetten met aether bij eene langdurige verwarming met de hand eveneens helder wordt, zoo zonderen deze zich echter bij bekoelen weder af, terwijl eene door verwarming met de hand bewerkte

332