Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat Linnaeus deze tot aan de regering van Peter de Giroo t e (1), voor zoo uiterst zeldzaam gehouden plant (Rheum undulatum) te Hamburg heeft zien groeijen inden tuin van den consul Sprekelsen, die het zaad*van Q-erber °ntvangen had. Van dien tijd af aan zou het zaad in bijna alle Europesche plantentuinen overgegaan zijn en ten laatsten °°k in die van Upsala. Ziervogel verplaatst Rheum Undulatum L. naar China en Tartarije. finnaeua beschrijft inde uitgave zijner Species plan• rum van hetjaar 1753 drie soorten van Rhabarber, namelijk: 1. Rheum 101. glabr. petiol. subsulc. Thracia, Scythia (2) i&haponticum.) “• Rheum. fol. subvillos. petiol. aegual. (Diss. Rhab.) China *d murum et in iSibir. (Rhabarbarum) (3). 3. Rheum, fol. granulatie petiolis aequalibus. Ribes Arabibus Hab. in Persia, Lib.mo , Carmelo [Ribes). In hetjaar 1762 kende Linnaeus 5 soorten (Amoeu, a°aö'. Rolm. 1762). Hij geeft dezelfde beschrijvingen voor ftbeum rhaponticum en Rheum ribes. Rh. rhabarbarum (3) beschrijft hlJ onder den nieuwen naam van Rh. undulatum op de volronde wijs : 2. Rh. fol. subvillosis undulatis, petiol. aequalibus. Nieuw bijgekomen; 3. Rh. fol. palmat. acuminatis -palmatum. Rh. fol, sublobatis obtusis glaberrimis argute denticulatis, glabris compactum. He beroemde reiziger Pa 11 as hield, volgens berigten van hcharysche kooplieden, de Rheum compactum en Rheum cruentum V°°r de stamplanten der echte Rhabarber. He onderzoekingen der Engelschen van Oost-Indië uitst 1682—1725. Hij vermeld , dat Peterde G r o o t e het eerst de leder botanie in het Russische rijk heeft ingevoerd. Waarbij in het exemplaar eter Jenaschc bibliotheek de bijgcschre® opmerking gevoegd is s Khab. Monach. vuig. (Gmelin) diss. de “^atbaro. I'* 1 He Rheum undulatum der dissertatie.

101

Sluiten