is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 6, 1864, 1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedroogd, zoo smelt het en overdekt de oppervlakte van het papier als eene vast aanhangende lijm; wordt echter vooraf het filtrum naauwkeurig afgetareerd, zoo levert het droogen op het waterbad geen bezwaar. Het spreekt van zelf dat men het te onderzoeken opium ook vooraf op zijn watergehalte onderzoekt. (Hager’s pharmaceutische Centralhalle 1864, No. 24.) Over eene oorzaak van dwaling bij de opsporing van het arsenicum met behulp van den toestel van Marsh. BI ond 1o t vestigt de aandacht der scheikundigen op de Volgende oorzaak van dwaling van het opsporen van arsenik. Het is bij geregtelijk scheikundige onderzoekingen regel öiet dan zuivere reactiven te bezigen, en men beschouwt als zoodanig dezulken , welke volkomen vrij zijn van de Vergiftige zelfstandigheid die men tracht op te sporen. Met betrekking tot het arsenik beschouwdt men het zink en het Zwavelzuur dat men bezigt genoegzaam zuiver, wanneer t «ij geen spoor van dit arsenik bevatten, zonder zich verder te bekommeren over andere vreemde zelfstandigheden die zij Veelal bevatten. Bij het gebruik maken van de methode van Har sh , slaat men gewoonlijk geen acht op sporen vau oenige nitreuse verbindingen, hetzij in het gebruikte zwavelzuur of zoutzuur, hetzij aanwezig inde verdachte vloeistoffen ®n welke in dit laatste geval afkomstig zijn van de reactiven 'l'e men aangewend heeft om de organische stoffen te Deze salpeterige verbindingen leveren een Hubbel gevaar op. Veronderstellen wij dat een scheikundige, na de verdachte boffen te hebben gedesorganiseerd door zwavelzuur, de Matste sporen van salpeterzuur, waarmede wordt aanbevolen verkregen kool te behandelen, door warmte niet volkomen heeft uitgedreven, dan zal, indieu de carbonisatie v°lkomen genoeg is geweest, ten einde ieder spoor van °rganische stof uit het verdachte vocht te verwijderen, een

259