is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 6, 1864, 1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

restant in water opgelost en langzamerhand met een weioig in overvloed toegevoegd acetas plumbicus vermengd en het praecipitaat door sulphuretum ammonicum ontleed, verkreeg men een geel Altraat, dat door koken met een weinig dierlijke kool geheel ontkleurd werd en bij verdamping Ut een waterbad eene siroop opleverde, welke kristallijn vast Werd. De kristallen waren teerlingen , die na afwassching niet alcohol van 36° en droogen tusschen papier volkomen Wit werden. 0,164 grm. van deze gaven 0,151 grm. ehloretum natricum of 92,1 pCt. Zij decrepiteerden, smolten inde roode gloeihitte als water, onder geringe zwartwording, roken naar urine en bevatteden eenig zwavel. Zij smaakten even nis keukenzout. < 0,1 grm. der kristallen gaven met platinchlorid na verloop van 8 dagen een praecipitaat van 2 3 milligram ehloretum platinico-kalicum. De alcoholische oplossing leverde bij verdamping weder eene siroop , welke met salpeterzuur (met 57 pCt. HO) eene °vervloedige kristallisatie vaa nitras urei gaf. Het soor lood ontstane praecipitaat met HS ontleed zijnde leverde melkzuur , phosphorzuur en zwavelzuur. Het zwavellood gaf bij behandeling met verdund zoutzuur eenige grijsachtige vlokken. Inde diabetische geen suiker bevattende urine zijn alzoo voornamelijk keukenzout en ureum vervat; de overige bestanddeelen zijn die der gewone urine en wel bestonden de grm., welke in 1 liter vervat waren, uit: Chloretum natricum 1,28 grm. Ureum 0,03 „ Gewone zouten der urine. . . , 0,19 „ 2,40 grm. Koude verzilvering op glas. Volgens A. Martin (Compt. rend. t. LVI, p. 1044) be-

269