Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Margosa-olie van de zaden bevat een alealoïd en eene zeldzaam bittere zelfstandigheid, die al de eigenschappen vao

een zuur heeft, dat in betrekking staat tot de margosine i waarom het door Cornish acidum margosicum genoemd is' Volgens Waring, zijnde bast, de zaden, de olie van het pericarpium, de schil van den wortel, de gom van het hout, de bladen en het extractum corticis tegen alle uit- 611 inwendige ziekten door de inlanders voor vele eeuwen reeds gebruikt geworden. 4. Cascarilla Muzonensis Wedde 1, Cinclwna excelsum Eo x tien Morinda citrifolia L. Syn, Oinchona alba. Deze plant zou volgens Li n d 1e y eene soort van echten kinabast opleveren. Zij is echter volgens Filet nog on' volledig bekend en behoort tot de Eubiaeeae. Waring verwacht veel van de Cinchona excelsum Eoxbof Hymenodyctyon excelsum Wall., beboerende tot de Cinchonaceae. De boom groeit vooral pp de bergen van het noordelijk Circars bij Goomsoor. Eoxb u r g zegt, dat de twee binnenste schillen van den bast een bitter en adstrin" gerend beginsel bezit, zoo als de Oinchona. O’Saugness/ heeft den bast vaneen boom onderzocht, die inden bota' nischen tuin van Calcutta groeide, maar hij kon daarin geeU alcaloïd ontdekken; doch hij verwachtte, dat de boom u de bergachtige streken het verlangde alcaloïd zoude opl0” veren. W ai t z (Praktische waarnemingen over eenige Javaanscb® geneesmiddelen, Amsterdam, 1829, p. 39) spreekt van ee° herba (adstringens) antidysenterica, Daun sokodjaron of Rl11” ram (Pavetta indica), maar hij gaf daarvan een zwak kooksel alleen in het eerste tijdperk der dysenterie. Tot de Eubiaeeae behoort nog vermeld te worden, rinda citrifolia L., Tjangkoedoe (Sundaneesch), Mangkoedo® (Maleiseb). De rijpe vruchten van die plant noemen de Javan00 Patjée, volgens Horsfield, Pachi, maarde Tjangkoed°e wordt niet als koortsmiddel, doch wel als een goed adstriO' gerend middel aangeraden tegen vele ziekten.

308

Sluiten