Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sundaneesch), dikwijls om hare fraaije en welriekende bloem naast de woonplaatsen geteeld wordt. De Nerium odoratuffl komt op de lijst der vergiften voor, die in Engelsch-Indië op de Bazaars te verkrijgen zijn. 7. De Samadera indica Grt n. (Galep pahit (Maleisch). Deze plant met eenen als Quassia bitteren bast uit de familie der Terebinthinaceae was, volgens Rost van Tonningen, in 1852 zonder alcaloïd of indifferente stol bevonden. Filet even als Waring brengt de Samadera tot de Simarubaceae. Yolgens War in g bestaan in Indië de Si* marubaceae alleen uit 2 soorten van Samadera en eene vaß Nitna quassioides. Hij spreekt niet van de eerste, maar Filet zegt: „van de Samadera indica bezitten bijna all® deelen een zuiver bitter, bijna gelijk aan dat der Quassia en Simaruba; hoofdzafcelijk echter is dit inden bast , welk® onder den naam van Cortex nupa inden handel komt en inde vruchten voorheerschende.” Van Rheede prees een afkooksel harer vruchten aaß tegen Aziatische cholera, terwijl Blume met voordeel vaß hetzelve heeft gebruik gemaakt bij remitterende en intermit' terende koortsen. Ook de wortel en bladen zullen als koorts' werend middel kunnen aanwend worden. De bast daaren* boven, welke scherp, ligt bijtend van smaak is en het speek' sel rood kleurt, levert, verbonden met die van Morind» umbellata, het duurzame rood der Oost-Indische schwalsdoeken (foulards de I’lndie). Zoo als boven gezegd vond Rost van Tonningen in 1852 daarin geen alcaloïd , maarden Junij 1859 ontving de Natuurkundige Yereeniging een herig4 van genoemden scheikundige van den volgenden inhoud „va0 de Samaderine, voor een paar jaar door mij ontdekt , heb & veel genoegen. Eene hoeveelheid is, op hooger last, door mij bereid en naar Nederland gezonden, terwijl de aanplam der Samadera indica gelast en thans reeds gedeeltelijk uit' gevoerd is” (1). Belangrijk is het feit te poemen, dat de^e (1) In Julij 1857 werd door Rost van Tonningen zijn onderzot

310

Sluiten