is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 6, 1864, 1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedeeld in het geneeskundig Tijdschrift voor Hed. Indie 1855 IV. p. 550—568 met eeue uitaoodiging , om de uitkomsten der proefnemingen met de overal groeijende Boewa madja (belvrucht) aan de redactie te willen mededeelen.

Maar aan die uitnoodiging noch aan die van Hugh C leghorn is voldaan. Cleghorn vond het bedroevend, dat de Vrucht van Caleutta naar Londen overgebragt, aldaar toebereid, en alsdan op nieuw zeer duur in Indië ingevoerd werd, terwijl dezelfde bereidingen der vrucht in Britsch-Indië zonder veel moeite en veel beter kunnen vervaardigd worden; °ok was hij begeerig de denkbeelden van andere te verneemen ever de -werkzaamheid vaneen Inlandsch geneesmiddel, waarvan onze kennis nog zoo begrensd is. De lof van de belvrucht kwam weldra uit Bengalen ter hennisse van de Engelsche kooplieden te Batavia en van hjders aan diarrhoea aldaar. Zij hebben de conserf gebruikt, doch zonder eenige goede, maar wel ongunstige uitwerking. Het moes en de gedroogde schil der belvrucht verschillen Volgens Henri Pellock niet chemisch. Zij houden beiden acidum tannieum , eene dikke vlugtige olie, een bitter beginsel, dat niet neêrgeslagen wordt door drie basisch azijn- Zuurlood en een plantenzuur. Het moes bevatte ook eene aanmerkelijke hoeveelheid suiker , waarin het was ingelegd. Van de 3 zoo even genoemde bestanddeelen bevat de schil naar rato de grootste hoeveelheid. In het moes is het meeste zuur aanwezig. Wortel, bast, bladen en bloemen werden voor 3 eeuwen reeds tegen ziekten des darmkanaals en bij aamborstigheid gegeven; doch de Javanen gebruiken nu slechts de bladen bij wormziekte, eD de vruchten worden als lekkernij gegeten. Het extract Uit de gedroogde vruchten is inde nieuwe Britsche Phar-Uiaeopoea opgenomen. 15. Nauclea ferruginea 81. en Uncaria acida Hu n t., (Eubiaceae of Cinchonaceae) en Gambier, het extract wit de bladen en stengen van de Nauclea Gambir, Unica Gambir. Eox b. De uff. v. gez. Schwanenfeld en de milit. apothekers Kr eisenberg en Zalm meenden inden bast van de Uncaria

317