Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In dien zin wordt besloten en bepaald dat de vergadering bet volgende jaar nog te Amsterdam zal zijn. Het vaststellen van den dag wordt weder aan het Hoofdbestuur overgelaten.

Daarna brengt de Voorzitter in omvraag of eender afgevaardigden of hoofdbestuurders nog iets in het belang der Maatschappij wenscht in het midden te brengen. De Hoogleeraar van der Boon Mesch verzoekt naar aanleiding van twee voorname inde vergadering behandelde punten het volgende te mogen opmerken. Hij is door de gehouden vergadering op nieuw overtuigd van de noodzakelijkheid van het bestaan en de uitbreiding der Maatschappij. Hit de verslagen van de werkzaamheden der Departementen en inzonderheid uit die van Rotterdam, Htrecht en Groningen is het gebleken en voorzeker door allen met ingenomenheid vernomen , dat gedurende het afgeloopen jaar zoo vele wetenschappelijke onderwerpen behandeld zijn, die zoo zeer van ijver en belangstelling getuigen , en aanwijzen, wat men b.j bekwaamheid en goeden wil doen kan en hoe de departementale vergaderingen kunnen worden ingerigt. Zulke mededeelingen moeten tot den bloei der Maatschappij krachtig medewerken. Doch vaneen voornaam Departement is vernomen, dat het welligt zou ophouden te bestaan. Naar aanleiding daarvan wenscht de spreker vooral een woord in het midden te brengen, en tevens den wensch te uiten, dat dit Departement niet alleen zal blijven bestaan, maar dat de Maatschappij zich meer en meer uitbreide. De Pharmacie en de Pharmaceuten in Nederland hebben daarbij groot belang. Het kan toch niet ontkend worden , dat de Pharmacie in ons vaderland dikwerf niet zóó wordt behandeld en bejegend, als zij dit verdient. Zij vindt meermalen geen ondersteuning , waar zij die mogt verwachten, en ondervindt dikwerf miskenning en achteruitzetting. Eene der oorzaken daarvan is gelegen in onkunde. Die er zich aan schuldig maakt, weet niet hoeveel wetenschappelijke voorbereiding en inspanning en hoe vele opofferingen er vereiseht worden , vóór men

302

Sluiten